Zorgen over de kijker die zich zou vervelen

George Schouten publiceerde onlangs het aardige boekje De achterkant van Zomergasten. Daarin kijkt hij terug op de evolutie van het VPRO-programma dat hij vijftien jaar regisseerde en dat steeds korter, sneller en jonger werd: „De ware Zomergasten-kijker wil eigenwijze dwarse televisie, maar aangezweept door de tijdgeest beginnen wij makers ons veel te veel zorgen te maken over de verveling van de kijker.”

Die ontwikkeling is belangrijker dan de toevallige kwaliteiten van de presentator van dienst, traditioneel object van nationale kritiek. Gisteren was de vijfde aflevering van dit seizoen de beste tot nu toe. Presentator Jelle Brandt Corstius leek te zijn teruggekomen van zijn voornemen om de uitgekozen fragmenten zelf niet vooraf te bekijken. Die frisse, onbevooroordeelde aanpak, improviserend op basis van wat je min of meer toevallig tegenkomt, had voortreffelijk uitgepakt in zijn reportages uit Rusland. Maar in confrontatie met bijvoorbeeld Jan Marijnissen schoot zijn algemene ontwikkeling tekort.

Verbijstering over de belangstelling van de SP-voorzitter voor religieuze thema’s zou nog funester zijn geweest in een uitzending met de erudiete en doorgaans weinig geduld met onnozelheid betonende filmregisseur Paul Verhoeven (72). Dus had Jelle nu wel veel huiswerk gedaan, Verhoevens boek over de historische Jezus gelezen en knipperde hij zelfs niet met de ogen, toen voor de tweede keer dit seizoen een fragment uit Pasolini’s Het evangelie volgens Mattheüs passeerde.

Verhoeven beloonde de inzet met een overtuigend college filmgeschiedenis voor beginners, waarbij Hitchcock, Bergman, Fellini, Monroe en Riefenstahl bijna terloops de revue passeerden. Met zijn keuzefilm, de western Vera Cruz, illustreerde Verhoeven hoe regisseur Robert Aldrich, net als hijzelf in Hollywood, geprobeerd had een eigen stempel te drukken op door anderen geëntameerde genrefilms.

Ook kwam Verhoeven met een primeur: zijn voorbereiding op een verfilming van Couperus’ De stille kracht.

Als persoonlijke rode draad liep door de avond zijn liefde voor componist Stravinsky en expressionistische schilders, maar vooral een levenslange worsteling tussen rationalisme en angstdromen van hel en verdoemenis. Films maken is een manier om niet aan de dood te denken en het bestuderen van de echte betekenis van Jezus, zonder God of duivel, helpt ook.

Jelle ging er een eind in mee, maar kon tegen het einde toch niet nalaten te vragen of Verhoeven niet te ver van zijn doelgroep was afgedreven. En of hij niet een beetje positiever kon denken over het lot van de wereld. Dat is dus precies wat Schouten bedoelde.