Wreck this Journal

Een boek dat de lezer de opdracht geeft dat boek te vernietigen, dat roept associaties op met de avant-garde, met het Niets en de tabula rasa van Dada tijdens het interbellum, of met uitdagend getitelde kunstwerken als van Barnett Newman (‘Wie is er bang voor rood, geel en blauw?’). Of met de ‘lege’ kunstwerken van Duchamp, de ‘stille’ muziekstukken van John Cage en natuurlijk met de zelfvernietigende machines van Jean Tinguely.

Verrassend dus dat Wreck this Journal (Spectrum, € 11,99) van zelfbenoemd ‘guerilla-artiest’ Keri Smith zo’n groot commercieel succes is, want de kant van de avant-garde die kunst relativeert tot aan het idee van totale vernietiging is bij het grote publiek nooit erg populair geworden. Dus waarom werkt dit idee wel, van een boek waarin je moet krassen, knippen, scheuren, waarmee je moet gooien, knoeien, knabbelen? Waarom ligt het in grote stapels naast de kassa, alsof het om de nieuwe Paulo Coelho gaat?

Sommige instructies hebben een kunstzinnig-conceptuele aard: ‘klim omhoog en laat het boek vallen’, ‘Bedek deze bladzijde met witte dingen,’ of ’ Scheur deze bladzijde uit. Stop hem in je zak. Was hem mee. Plak hem weer terug’. Allemaal Fluxus-achtige aardigheidjes die associaties oproepen met de jaren zestig. Maar de meeste aanwijzingen doen een beroep op de zelfexpressie van de lezer, of beter gezegd gebruiker van dit boek. Er is een pagina voor hand- of vingerafdrukken, je moet een keer ‘heel hard’ drukken met een potlood, een ‘echt gore tekening’ maken met ‘smerig materiaal’, er is ruimte voor boodschappenlijstjes, een bladzijde voor ‘goede gedachten’, ruimte voor kritiek (‘wat zegt je innerlijke criticus?’). Maar vooral de instructie een bladzijde te vullen ‘op een moment dat je echt boos bent’ of een bladzijde die je als ‘sein’ moet interpreteren: ‘wat wil je dat het zegt?’ geven aan waarin de aantrekkingskracht van dit boek schuilt. Het zijn instructies die een beroep doen op emoties: zeg wat je denkt, wat je voelt, wat het dagboek je zegt, hoe je je voelt als je je uitleeft in je drang tot boekvernietiging. Smith heeft het in interviews vooral over de absurditeit van het creatieve proces.

Maar lezers ontlenen er iets heel anders aan: een uitlaatklep. De reacties op Amazon.com zijn enthousiast: het boek is bevrijdend; een opluchting na alle ‘gevoelige’ levensverhalen, het boek heeft iemand laten inzien hoe belangrijk het kan zijn om fouten te maken, kortom: ‘what a great therapy’.

Een veelzeggend detail is de NUR-code die het boek meekreeg, de rubrieksaanduiding waarmee de uitgever aangeeft op welke plek een boek in de boekhandel terecht moet komen. Dat is niet die van een kunstboek, maar ‘770’, dat wil zeggen: psychologie. Wreck this Journal staat nog net wat dichter bij Coelho dan bij Tinguely: een handige en kunstzinnige vermomming van een zelfhulpboek.

Toef Jaeger

Lees een interview met Keri Smith op: nrcboeken.nl