Twee ruggen

De nieuwe eigenaar van Vitesse stapte uit een bolide. De gele clubdas zat strak gestropt om de hals van Merab Jordania. Zijn zoontje had een zwart-geel sjaaltje om. Hij was al meteen fan van de club van pa. Over een uurtje begon de wedstrijd tegen FC Twente.

In het licht van flitsende fototoestellen verscheen de gestalte van Joep Schreuder. Hij is de verslaggever van de NOS die er geen bezwaar tegen heeft om in beeld te zijn tijdens zijn interviews en reportages. Dat wordt hem niet altijd in dank afgenomen.

Jordania wilde zaterdagavond niets zeggen. Bodyguards hielden iedereen op afstand. Behalve Joep. Hij deed een pas naar voren. Daar kwam de eerste vraag. Of liever, opmerking: „U ziet er goed uit.”

Jordania keek in het vrolijke gezicht van Schreuder. Hij wilde meteen weer doorlopen. Het was duidelijk dat hij de manieren van Schreuder nog niet kende. Daar kwam de volgende zin al: „Is dit uw zoon?”

Het weekblad Revu interviewde Joep Schreuder in 2009. Ik las in dat stuk dat de verslaggever regelmatig zijn moeder hoorde over zijn tv-werk. Moeder: „Goed hoor. Beetje rechtop staan en niet te flauw, hè?”

Langs de meetlat van Joeps moeder begon haar zoon degelijk aan de ontmoeting met Jordania. Het was een keurig charmeoffensief. Schreuder had één doel voor ogen: zo lang mogelijk met Jordania zijn, genieten van iedere seconde dat hij de Georgiër in beeld kon houden.

Jordania was geen gemakkelijke prooi. Hij kende zijn pappenheimers. Twee jaar geleden werd de steenrijke zakenman opgepakt wegens oplichting en verduistering. Hij is ook beschuldigd van belastingfraude. Jordania verdiende geld met het verkopen van tv-rechten en voetbalmanagement. Het mag duidelijk zijn dat hij journalisten liever ziet gaan dan komen.

Schreuder bleef nog even.

Iedere keer als Jordania een pas maakte, deed Schreuder er ook een. Om te voorkomen dat de Georgiër zou denken met een pias van doen te hebben, begon Schreuder over transfers. Jordania hield in, murmelde wat en liep weer snel door.

Tussen tientallen journalisten, fotografen en cameramannen in voerden Jordania en Schreuder een moderne dans uit. Aantrekken en afstoten. De cameraman liep achter de twee aan; hij zag een choreografie voor twee ruggen. De moeder van Schreuder had goed gezien dat Joep soms een beetje krom stond, maar hij kwam er toch een heel eind mee.

Het weglopen van Jordania zei veel. Hij had niets te melden en alles te verbergen.

„De fans willen u in het gezicht kijken”, zei Schreuder streng. Dit loopgesprek was een light sportvariant op one way interviews van Peter R. de Vries, Willebrord Frequin en Arnold Karskens als ze met een draaiende camera meeliepen met een moordenaar of een oorlogsmisdadiger. Wetende dat elke seconde zwaar en belastend was voor de geïnterviewde.

Eén keer hield Jordania nog in. Schreuder vertelde al lopend dat er mensen waren in Arnhem die spontaan hun huis te koop aanboden bij Vitesse, dan kon de nieuwe baas erin gaan wonen. Ik meende lichte paniek in de ogen te zien van Jordania. Wat dachten ze hier in Holland? Dat hij, de steenrijke Georgiër, ging hokken in een gemiddeld Arnhems kotje?

Jordania verdween uit beeld.

De kop boven het Revu-interview met Schreuder kreeg na het zien van de korte ontmoeting met Jordania een nieuwe dimensie. „Ik houd van losers, niet van winnaars.”