Studie: behoud soorten in natuur is niet realistisch

De klimaatverandering vergt een nieuw natuurbeleid, zo staat in een studie van het Planbureau voor de Leefomgeving en Wageningen Universiteit.

Het is „niet realistisch” om voor elk natuurgebied alle planten- en diersoorten te willen behouden. Het is beter om het „aanpassingsvermogen” van de natuur te vergroten, door natuurgebieden via „corridors” met elkaar te verbinden. Dit om plant- en diersoorten de kans te geven zich elders te vestigen als zij door klimaatverandering in hun voortbestaan worden bedreigd, aldus de onderzoekers in een vorige week verschenen rapport Adaptatiestrategie voor een klimaatbestendige natuur.

Op dit moment is de natuur in Nederland niet „klimaatbestendig”. Daarom moet de overheid de komende jaren vooral natuurgebieden aankopen of inrichten die met andere gebieden verbonden zijn, liefst internationaal. De nieuwe strategie dient volgens de onderzoekers niet alleen de biodiversiteit, maar heeft ook een gunstig effect op andere doelen, zoals bescherming tegen overstromingen.

Op andere beleidsterreinen zou met de nieuwe strategie rekening moeten worden gehouden, stellen de onderzoekers. Voorbeelden van projecten die „op gespannen voet” staan met de gewenste strategie zijn onder meer de voorgestelde peilverhoging van het IJsselmeer en plannen voor woningen langs de IJssel bij Zutphen, aldus de onderzoekers.

De onderzoekers verwachten dat in 2100 een forse verschuiving van soorten zal hebben plaatsgevonden; 40 procent van de huidige soorten zal ‘in beweging’ zijn. Amfibieën, dagvlinders en reptielen gedijen dan beter dan nu in Nederland, terwijl daarentegen voor relatief veel vogelsoorten het klimaat in Nederland ongeschikt zal zijn, aldus het onderzoek.