Stakers Z-Afrika negeren rechter

Stakende werknemers in de publieke sector in Zuid-Afrika, onder wie duizenden ziekenhuismedewerkers, hebben vandaag massaal een gerechtelijke uitspraak genegeerd dat zij weer aan het werk moeten gaan. De spanningen tussen de stakers en de regering loopt daarmee verder op.

„Niemand wordt geacht vandaag weer aan het werk te gaan”, zei vanochtend een woordvoerder van een vakbond voor ziekenverzorgers. „We zullen de gerechtelijke uitspraak aanvechten als de bedoeling ervan is om onze leden te intimideren en tot overgave te dwingen.”

Naar schatting 1,3 miljoen medewerkers van de Zuid-Afrikaanse publieke sector – artsen, leraren, gevangenenbewakers – hebben sinds vorige week woensdag het werk neergelegd. Ze willen hun eis voor een loonsverhoging kracht bijzetten. Een rechter verbood zaterdag ‘essentieel personeel’ om nog langer mee te doen aan de staking. In 32 ziekenhuizen moesten eind vorige week militaire artsen en vrijwilligers worden ingezet om patiënten toch hulp te kunnen bieden nadat artsen en verplegers ziekenhuispersoneel hadden bedreigd en patiënten de doorgang hadden belet.

De vakbonden stellen nu echter dat niet duidelijk is op welke werknemers het gerechtelijke vonnis precies van toepassing is. Vakbondskoepel COSATU heeft laten weten juristen te raadplegen om mogelijke vervolgstappen te bepalen. „We kunnen veel verwarring verwachten, aangezien het begrip ‘essentiële personeelsleden’ nooit duidelijk is gedefinieerd”, zei Patrick Craven, woordvoerder van COSATU.

COSATU maakt deel uit van een samenwerkingsverband met regeringspartij ANC en de Communistische Partij. De oplopende spanningen rond de huidige staking stelt deze coalitie op de proef. Het ANC zegt vast te houden aan haar weigering om de vakbonden verder tegemoet te komen.

De stakende werknemers eisen een loonsverhoging van 8,6 procent (ruim twee keer zo veel als de Zuid-Afrikaanse inflatie) en een woontoelage van omgerekend 108 euro. Het ANC biedt maximaal 7 procent loonsverhoging en een toelage van omgerekend 75 euro. (Reuters, AP)