Shooting guns

De terugtrekking van de laatste Amerikaanse gevechtsbrigade uit Irak was niet alleen geheim gehouden uit veiligheidsoverwegingen, maar ook omdat hij weinig eervol was.

Nu zitten er daar nog vijftigduizend man. En dat is nog betrekkelijk veel zou je zeggen. Maar in vergelijking met de honderdzeventigduizend die er drie jaar geleden nog zaten, heeft er de afgelopen anderhalf jaar een ware volksverhuizing plaatsgehad.

Reden tot feesten was er echter niet. Daar is ook geen enkele reden toe. Met 4.400 Amerikaanse slachtoffers en ten minste honderdduizend Iraakse doden ligt het land er ontredderd bij. In Amerika zelf bleek de belangstelling ervoor allang verdampt.

Gevraagd door de Amerikaanse media naar de gevoelens onder de manschappen bij het overschrijden van de grens naar Koeweit was de stemming dan ook ingetogen. Ze waren vooral opgelucht om naar huis te gaan, hun jongens. En hoe Irak er nu bij lag, dat interesseerde de meesten hoegenaamd niets. Na jaren van bezetting bleek Irak voor velen gewoon werk. Goed betaald werk, dat wel.

Het deed me denken aan de reactie van een Midden-Oostenveteraan die ik vorig jaar onderweg langs de Mississippi ontmoette. Ook hij praatte ingetogen over zijn oorlogservaringen. Hoewel ‘shooting guns’ ooit zijn motivatie was geweest om te gaan, verdiepte hij zich zo min mogelijk in de gevolgen van de militaire acties waaraan hij had deelgenomen. ,,Als je de overweging van het leger in twijfel trekt, moet je geen dienst nemen’’, zei hij. Om er aan toe te voegen dat het voor hem met de politieke leiders van zijn land net was als met artsen. ,,Die vertrouw ik ook, want ze verstaan hun vak.’’ Hij had zich ook niet ingeschreven bij de politici in Washington, maar de National Guard. Dan stel je dus geen vragen.

En zo was het met de stemming onder de manschappen op de terugweg uit Irak ook. Ze hadden hun klus geklaard, precies binnen de lijnen van hun opdracht. Maar de uitkomst… daar gingen ze niet over. In het soldatenleven zijn hoop en verwachting nu eenmaal exclusief voor het thuisfront.

Floris-Jan van Luyn