Shell en BASF vechten boete in Brazilië aan

Het Brits-Nederlandse energiebedrijf Shell en het Duitse chemieconcern BASF vechten een boete aan van 1,1 miljard Braziliaanse real (493 miljoen euro). De boete is eind vorige week opgelegd door de rechtbank in Paulinia, een stadje 120 kilometer ten noorden van Sao Paolo.

Shell en BASF waren aangeklaagd door werknemers van een voormalige fabriek voor landbouwchemicaliën, die Shell in 1977 heeft gebouwd in Paulinia. De werknemers zeggen ziekten te hebben opgelopen als gevolg van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. De fabriek produceerde chemicaliën die vallen in de klasse van de ‘drins’ – onder meer aldrin en dieldrin. Sommigen oud-werknemers hebben kanker, anderen lijden aan hart- en vaatziekten of andere aandoeningen. Een woordvoerder van Shell laat weten dat het om circa honderd schadegevallen gaat.

Shell gaat in beroep tegen de uitspraak van de Braziliaanse rechter, aldus de woordvoerder. Hij erkent dat eerdere onderzoeken in de omgeving van de fabriek hebben aangetoond dat het grondwater en de bodem zijn vervuild. „Maar in dusdanig lage concentraties dat het geen direct effect heeft op de gezondheid.”

Een woordvoerder van BASF heeft de uitspraak van de rechter „absurd” genoemd, omdat de vervuiling „is veroorzaakt door Shell”. Shell verkocht de fabriek in de jaren negentig aan het Amerikaanse Cyanamid, dat later werd opgekocht door BASF. De fabriek werd in 2002 gesloten.