Realiteit en structuur

Jaarlijks kan grofweg eenvijfde van de criminele groeperingen die heroïne- en hennephandel, witwassen en mensenhandel bedrijven worden opgespoord en vervolgd. „Voor de overige thema’s ligt dit nog lager.” Aldus de topman van het Openbaar Ministerie, Harm Brouwer, zaterdag in deze krant. Zelf noemde hij dit feit „verontrustend”. Dat was natuurlijk een understatement. Angstaanjagend was ook een goed woord geweest.

Kennelijk is dit feit intussen zo’n vertrouwd onderdeel van het politieke landschap dat de topman van justitie het in de krant kon schrijven zonder voor acuut ontslag te vrezen.

Vier van de vijf internationale criminele organisaties in Nederland verblijven hier dus ongestoord. Justitie „heeft hen vaak wel in de gaten”, zo troost Brouwer. Maar helaas „ontbreekt de capaciteit” om deze bendes te ontmantelen, aldus de voorzitter van het college van procureurs-generaal.

Wie had dat gedacht: het gedoogbeleid strekt zich uit tot misdaadsyndicaten. Het is moeilijk niet cynisch te worden: vroeger werd kleine criminaliteit gedoogd, nu zware.

Het valt in de OM-topman te prijzen dat hij de moed heeft dit bewijs van armoe op tafel te leggen. Brouwer, die in het laatste jaar van zijn termijn is, weet dat aan de formatietafel nu knopen worden doorgehakt. In het politiebestel wordt al decennia gezocht naar evenwicht tussen schaalgrootte en locale binding. Dat de criminaliteit profiteert van snelle verbindingen en vrije markten en de opsporing achterblijft, is niet nieuw. De 25 korpsen proberen al jaren manmoedig een landelijke infrastructuur te bouwen. Maar het schiet niet op. In die zin geeft Brouwer nu een noodoproep: zo kan het niet langer.

Inderdaad, slechter kan het niet. Alleen dat is al een reden om met een frisse blik naar de organisatie te kijken en dit zeer serieus te nemen. De voorstellen van Brouwer zijn vast en zeker afgestemd op de politieke conjunctuur van nu.

Brouwer wil van 25 naar maximaal 10 politiekorpsen, naar één verantwoordelijke minister en één landelijke politiechef. Deze ‘nationale politie’ wordt in tien regio’s aangestuurd door de vertrouwde driehoek van hoofdofficier, burgemeester en korpschef. Landelijk komt er dan ook zo’n trio: een ‘vertegenwoordigende burgemeester’, de landelijke politiechef en de topman van het OM. Het huidige model blijft in grote lijnen intact. Alleen de schaal wordt groter. En de minister van Binnenlandse Zaken valt er tussenuit. Dat is niet zonder risico’s. Maar ook het aantal gemeenten neemt door herindeling gestaag af. Het voortbestaan van waterschappen en zelfs provincies staat ter discussie. Is de tijd rijp voor consolidatie van het locale bestuur: Nederland in Tien Regio’s?

Georganiseerde criminaliteit kan een hele samenleving corrumperen. Nu wordt de zware criminaliteit kennelijk onbeteugeld gelaten. Justitie zegt het nota bene zelf. Dat mag dus niet. In het kleine Nederland zijn tien politieregio’s nog altijd vrij veel. Het wordt tijd de structuren aan de realiteit aan te passen.