Op Lowlands blijft echte blikseminslag uit

Niet energie en opwinding maakten deze editie van Lowlands de dienst uit, maar schoonheid en ontroering. Ondanks een weinig dwingende line-up viel er genoeg te genieten.

Het was een lome Lowlands, sloffend op slippers. En dat gold niet alleen voor het weer en de sfeer, maar ook voor de programmering, die eerder werd gekenmerkt door nostalgie dan door nieuwigheden.

Er waren aardige, op papier interessante acts als Jack Parow en Broken Bells, die de verwachting live niet waarmaakten. De Zuid-Afrikaanse rapbelofte Parow bleef hangen in de gimmick van de clichérapper, met bovenmaatse rode sneakers. En Broken Bells, de op de plaat volmaakte samenwerking van producer Danger Mouse en The Shins-zanger James Mercer, was vrijdag in een halflege Alpha-tent keurig, kil en cerebraal.

De ‘grote namen’ dit jaar – The Kooks, Placebo, Massive Attack, Blink-182, Snow Patrol, deden wat van hen werd verwacht, maar brachten hoogstens plichtmatige opwinding te weeg. Hoewel het bij Snow Patrol en Massive Attack best even een feestje werd, en The Specials de nostalgici ontroerden, zijn het toch vooral sensaties uit het verleden. Echte blikseminslagen, zoals vorig jaar Them Crooked Vultures en The Good, the Bad and the Queen het jaar ervoor, bleven uit.

Nu is het de Lowlandsbezoeker al lang niet meer puur om de muziek te doen – dat werd dit jaar eens te meer duidelijk toen het festival al uitverkocht nog voordat er een belangrijke naam bekend was. De aanblik van het festivalterrein op zaterdagmiddag onderstreepte het: plukjes mensen bij een concert hier en daar, en het overgrote merendeel – kleurrijk uitgedost met gekke hoedjes, zwembandjes om de bovenarmen, een knuffelbeest of een bloempot op het hoofd – gemoedelijk met een biertje in het gras. Slechts weinig acts wisten overdag hun tent te vullen, laat staan het publiek wild te maken.

Toch was er nog altijd genoeg te genieten. Op vrijdag was de ernstige new wave van I Blame Coco een verrassing. De piepjonge dochter van Sting zong met donkere, vorsende blik toegewijd haar toch al schorre stem kapot. Ondanks de onvolkomenheden was ze innemend: stoer en kwetsbaar tegelijk, met haar hoog dichtgeknoopte witte blouse, ultrakorte witte broekje, en breekbare dunne beentjes in bruine herenschoenen.

Meer dan energie en opwinding maakten dit jaar schoonheid en ontroering de dienst uit. De pure, harmonieuze popmuziek heerste over het festivalterrein, getuige het massa-enthousiasme voor het Londense folkpopkwartet Mumford & Sons – het hoogtepunt van de zaterdag. Niet eerder barstte de Alpha-tent zo uit zijn voegen als toen zanger Marcus Mumford zijn afwisselend gevoelige en dansbare folknummers bracht. Het publiek klapte, stampte, danste en zong mee, terwijl Mumford soms klaaglijk, en dan weer berustend zijn levenspijn deelde. Merkwaardig dat juist deze melancholieke band zozeer als festivalfavoriet werd onthaald. Maar mooi was het zeker.

Dezelfde ontroering golfde even later door de India, dankzij Local Natives. De fraaie, meerstemmige zang van dit vijftal uit Los Angeles steeg soms tot hemelse hoogten, maar door de strakke drums, het sprankelende gitaarspel en de opzwepende Afrikaanse percussie neigen ze nergens naar te tuttige close harmony. Sterker, met hun cover van Talking Heads’ Warning sign bewezen ze naast ware nachtegaaltjes toch ook echte ruige rockers te zijn.

Hartverscheurend en tegelijk uitgesproken feestelijk was het concert zondag van Staff Benda Bilili – een collectief gehandicapte straatmuzikanten uit Congo. Hoe vier bandleden in rolstoel bij aanvang het podium werden opgereden, garandeerde meteen al een brok in de keel. En de ontzagwekkende levensvreugde waarmee ze even later hun funky Afrikaanse feestmuziek speelden en zongen, zorgde helemaal voor kippenvel. De muzikanten in een rolstoel bewegen onophoudelijk; ze schudden en dansen met hun bovenlijf, en een collega bleek, met zijn oksels zwaar steunend op zijn krukken, onvoorstelbaar te kunnen swingen met zijn deels verlamde onderlichaam. Door hun harmonische samenzang werd de bomvolle Bravo tot tranen toe geroerd.

Bij de Nederlandse formatie Go Back to the Zoo was het even daarvoor voor het eerst echt los gegaan bij een rockbandje, dankzij het onvermoeibare enthousiasme van zanger Cas Hieltjes. Bij de hit Electric zong het publiek in de uitpuilende India-tent uit één mond mee, eerst fluisterend, later aanzwellend tot orkaansterkte.

Op de vroege zondagavond verdronk Joy Division-erfgenaam The National helaas in slecht geluid, al zorgde zanger Matt Beringer tijdens Abel nog wel even voor een kippenvelmoment door schreeuwend en jankend op zijn knieën te storten. Opwinding ontstond uiteindelijk bij het opruiende optreden van de Zuid-Afrikaanse electrohiphoppers Die Antwoord. Hun hit Enter the Ninja zette kortstondig de Bravo op zijn kop. De cartoonraps van Yo-Landi Visser, die klinkt alsof ze lachgas heeft geïnhaleerd, fascineren en ontregelen.

Toch was er dit jaar niet veel opwinding rondom de muziek, mede ingegeven door een weinig dwingende line-up. Daardoor was Lowlands meer een gezellig mainstream evenement; een driedaagse kermis, een Koninginnedag. Is dat erg? Het grootste deel van de 55.000 bezoekers leek te vinden van niet. Dat genoot van een zonnig, gemoedelijk en bij vlagen feestelijk festival. Geen opwinding, geen uitschieters – geen probleem. En zo was het.