Ondergronds breekt de geest al snel

Drieëndertig Chileense mijnwerkers zitten zo’n zevenhonderd meter onder de grond opgesloten. Waarom duurt hun redding zo lang en wat doet dat met een mens?

Een van de opgesloten mijnwerkers kijkt in een cameraatje dat door het boorgat van 8 cm is neergelaten, het eerste contact met de buitenwereld in 17 dagen. Foto AP This frame grab from TV channel shows one of 33 miners trapped in a mine during the first contact with a video camera in Copiapo, Chile, Sunday, Aug. 22, 2010. A video camera lowered down the probe shaft showed some of the miners, stripped to the waist in the underground heat, waving happily. The miners have been trapped below the surface of the mine since the main access collapsed on Aug. 5 due to tons of falling rock. (AP Photo) AP

Zeventien dagen opgesloten in een ingestorte mijn, op grote diepte en in grote hitte. En dan nog maanden moeten wachten op redding.

„Maar het ergste hebben ze gehad, denk ik”, zegt de Nederlandse psycholoog Berna van Baarsen. Zij onderzoekt het menselijk functioneren in extreme situaties. „Dat er nu contact met de buitenwereld is, is zo ontzettend belangrijk. Hoop op redding is een zeer sterke emotie. Het grootste gevaar is nu tegenslag in het reddingswerk. En dat er problemen komen met de familie boven de grond. Deze mijnwerkers moeten zich geen zorgen maken over hun families. Die moeten goed worden opgevangen.”

Het gevaar in de San José-mijn in het Noord-Chileense Copiapò lijkt vooral psychologisch. Voeding, communicatie en enige medische zorg kunnen worden aangeleverd via het smalle verbindingsgat dat geboord is.

Van Baarsen is verbonden aan de Vrije Universiteit Medisch Centrum en hoofdonderzoeker van het Mars-500-project, waarbij in Moskou zes mensen 520 dagen lang een reis naar Mars serieus naspelen. Met alle isolement van dien. „Maar in Chili zijn ze met 33, ongelofelijk!” Toch ziet het er op het eerste gezicht in Chili niet zo slecht uit, is de indruk van Van Baarsen. „Het zijn mensen die elkaar waarschijnlijk goed kennen en veel kennis hebben van de omstandigheden in de mijn. Als er een leidersfiguur is en er taken verdeeld kunnen worden, dan scheelt dat heel veel.”

En die leidersfiguur lijkt er te zijn, in de persoon van de 63-jarige Mario Gomez, een voorman van de groep, die al direct een kalme brief schreef en in een plastic zakje aan de boor bond waarmee het eerste contact werd gelegd. Aan die boor zat ook al een ander, korter briefje waarop met rode verf stond: „Met alle 33 van ons gaat het goed in de schuilplaats.” Gomes vertelde waar het boorgat precies zit. En dat de mijnwerkers de eerdere boorpogingen hebben horen mislukken. „We zijn er nog achteraan gegaan”, schrijft Gomez. „Dat is ook goed”, is het commentaar van Van Baarsen, „dat die mannen onder de grond ook kunnen bijdragen aan de reddingspoging.”

Het boorgat zit nu op twintig meter van de vluchtplaats waar de mannen zitten, schrijft Gomez. En dat is een duidelijke aanwijzing dat ze meer ruimte hebben dan alleen dat refugium. Van Baarsen: „Persoonlijke leefruimte, ook heel belangrijk!” 

In de brief, die aan zijn vrouw Lila gericht is, lijkt Gomez zelfs een grapje te maken: „Zeg tegen Ávalos dat er deze maand geen rapport meer gaat komen.” De sfeer lijkt redelijk: „Het gaat me goed, ik hoop hier dankzij God gauw uit te komen, met geduld en vertrouwen.” Maar het is Gomez ook duidelijk dat het nog lang gaat duren: „Ik hoop gauw met Alonso te spreken [schoonzoon], hoewel we daar nog maanden op zullen moeten wachten. Dit bedrijf moet gaan moderniseren.” 

Het kan gebeuren dat een van de mijnwerkers ‘breekt’, zegt Van Baarsen. Hoe dat zal gaan, is moeilijk te voorspellen. „Iedereen slaat door op zijn eigen manier. Omdat de mannen elkaar waarschijnlijk goed kennen, weten ze ook hoe ze elkaar kunnen kalmeren.”

Acht pogingen waren er nodig om de mijnwerkers te kunnen bereiken. De reddingswerkers klaagden dat de kaarten van het kleine mijnbedrijf San Esteban Primera niet klopten. De kilometerslange mijngang loopt zigzaggend naar beneden, de schuilplaats zit diep beneden, op 700 meter diepte.

Het reddingswerk verloopt vooral traag door de instabiliteit van de mijn en de diepte waarop de kompels zich bevinden. Boren via een bestaande ventilatieschacht is te gevaarlijk gebleken. Het idee is nu om een tweede boorgat van 68 centimeter te maken, net breed genoeg is om de mijnwerkers één voor één naar boven te heisen. En dat kan volgens deskundigen vier lange, benauwde maanden duren.