Nog geen coalitie, maar senaat voelt zich al afgeserveerd

De onderhandelaars van de formatie hebben te weinig aandacht voor de Eerste Kamer, zo vindt die Kamer in elk geval zelf. De senaat is geen „stempelautomaat”.

Er is grote scepsis over de 18 miljard die het beoogde kabinet van VVD, CDA en PVV wil bezuinigen. Er is angst voor strengere regelgeving op het gebied van integratie, immigratie en veiligheid. Er is onvrede met de gedoogrol van de PVV. Maar bovenal is er irritatie over de onderschatting van de rol van de Eerste Kamer. „Er wordt helemaal geen rekening gehouden met ons”, zegt Han Noten, voorzitter van de PvdA-senaatsfractie. „Er heerst een ongelooflijke overmoed. Wij zijn geen raad van adviseurs of zo, wij zijn een politiek orgaan.”

De onvrede in de Eerste Kamer is een probleem voor de partijen die nu onderhandelen. VVD en CDA hebben er slechts 35 van de 75 zetels, de PVV geen enkele. Met steun van de SGP zijn dat er 37, nog steeds één te weinig voor een meerderheid. En dus zijn andere partijen nodig om wetsvoorstellen door de Eerste Kamer te krijgen.

Maar die belangrijke rol van de senaat lijkt nauwelijks te spelen in de coalitieonderhandelingen. Senator Niko Koffeman van de Partij voor de Dieren riep onlangs in deze krant informateur Opstelten op eens met de fractievoorzitters uit de Eerste Kamer te komen praten. Hij zegt: „Er moest een kabinet komen dat kan rekenen op vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal. Maar daarbij is alleen naar de Tweede Kamer gekeken.”

Volgens SP-fractievoorzitter Tiny Kox wordt de Eerste Kamer gezien als „stempelautomaat die de kabinetsvoorstellen wel even goedkeurt. Daar wordt veel te geringschattend over gedaan.”

Officieel wordt de Eerste Kamer geacht te toetsen op de inhoud; is een nieuwe wet doelmatig, rechtmatig en kan zij goed worden uitgevoerd? Maar in de praktijk is het een „door-en-door politiek lichaam”, zegt Kox.

Gerard Schouw (D66), die na zeven jaar in de Eerste Kamer nu in de Tweede Kamer is gekozen, zegt dat de rol van de Eerste Kamer „oprekbaar” is. „De vraag is ook of het politieke beleid je aanstaat.”

De afgelopen jaren had het kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie een meerderheid in de senaat van 39 zetels. Het leidde ertoe dat veel wetgeving werd goedgekeurd, ook als die inhoudelijk niet goed was, zegt Niko Koffeman. Hij noemt de crisis- en herstelwet als voorbeeld. „Maar in de nieuwe situatie redt zo’n slechte wet het niet. De meerderheid zal dan gewoon nee zeggen.”

De vraag is welke partijen het kabinet straks steunen. Van PvdA, SP, GroenLinks en D66 is dat nauwelijks te verwachten. De ChristenUnie liet op haar website eerder al weten geen gedoogsteun aan het kabinet te verlenen omdat het de partij „ten diepste gaat om het beschermen en bevorderen van recht, gerechtigheid en vrede. Dat zou met gedoogsteun in de knel komen.”

De ‘natuurlijke bondgenoot’ SGP, die in de Tweede Kamer al gedoogsteun heeft aangeboden aan de rechtse coalitie, doet dat in de senaat vooralsnog niet. „Eerst maar eens afwachten waar die drie partijen mee komen”, zegt fractievoorzitter Gerrit Holdijk. Blijven over: drie eenmansfracties. Maar die zijn overwegend links georiënteerd.

Nieuwe wetten maken kost tijd, dus daar zal de Eerste Kamer zich voorlopig nog niet over hoeven te buigen. Volgend jaar maart worden de Provinciale Staten gekozen, en die kiezen op hun beurt weer de nieuwe senatoren. Voor VVD, CDA en PVV zou dat het probleem van een minderheid in de senaat kunnen oplossen.

Maar voor die tijd komt er één belangrijk wetsvoorstel langs dat wel voor problemen kan zorgen: de rijksbegroting. Normaal gesproken is het een formaliteit, want de senatoren hebben nog nooit een begroting afgestemd. Dat zou onmiddellijk een politieke crisis betekenen.

Dit keer is de politieke situatie anders. Voor het eerst sinds 1918 lijkt er een kabinet te komen dat wel een meerderheid heeft in de Tweede Kamer (76 zetels), maar niet in de Eerste Kamer. En er staat veel op het spel. Dus dreigen de partijen de begrotingsbehandelingen te frustreren. „Het worden moeilijke begrotingsbesprekingen. Het kabinet kan de borst nat maken”, zegt fractievoorzitter Tof Thissen van GroenLinks. „Ik houd mijn hart vast voor wat er gaat komen. 18 miljard bezuinigen: wat zijn de gevolgen daarvan voor de mensen? En staan allerlei maatregelen niet op gespannen voet met Europese verdragen en de mensenrechten?”

Han Noten: „De onderhandelingen over Paars Plus zijn stukgelopen op 18 miljard aan bezuinigingen. Daar ga ik nu dus zeker geen ja tegen zeggen. Dat staat blijkbaar niet scherp op het netvlies van informateur Opstelten.”

Volgens fractievoorzitter Tiny Kox van de SP krijgt het kabinet straks niet alleen problemen met andere partijen: „Het zal lastig zat zijn steun te krijgen van de eigen fracties. Ook in de VVD en het CDA zitten onafhankelijke geesten.”

Het is overigens onduidelijk hoeveel maatregelen en bezuinigingen al in de komende begroting zijn verwerkt. De bijzondere situatie doet zich nu voor dat de beoogde coalitie aan een regeerakkoord werkt, terwijl het demissionaire kabinet van CDA en ChristenUnie tegelijkertijd een ‘beleidsarme’ begroting opstelt. Het nieuwe kabinet zal dan met wijzigingen op de begroting komen die ook door de Eerste Kamer moeten.

Fractievoorzitter Hans Engels (D66) zegt dat de senaat zich traditioneel terughoudend opstelt: „Het afkeuren van een begroting is een zwaar middel voor een Eerste Kamer die zelf nog in de oude samenstelling is, én op weg naar het einde. Maar het is moeilijk te overzien wat er nu gaat gebeuren. Als er zorgelijke ontwikkelingen zijn, komen we zeker in actie.”

VVD-fractievoorzitter Uri Rosenthal wil niet ingaan op de kwestie zolang de formatie nog aan de gang is. CDA-fractievoorzitter Jos Werner zegt zich geen zorgen te maken over de begrotingsbehandeling. Hij verwijst naar artikel 23 van de Comptabiliteitswet. Daaruit volgt dat als voor 1 januari de begroting nog niet is goedgekeurd, een minister maximaal eenderde van het geld uit de begroting van het jaar ervoor mag gebruiken. In overleg met de minister van Financiën zelfs meer. Later moet deze bewindsman dit rapporteren aan de Kamers. Zo kan in elk geval aan vaste verplichtingen worden voldaan.

Er is nog een reden dat het voor de Eerste Kamer aantrekkelijk is de komende tijd dwars te liggen. Een beetje rumoer in aanloop naar de Statenverkiezingen volgend jaar kan nuttig zijn. Het kan de kiezers duidelijk maken dat volgend jaar niet alleen voor de provincie wordt gestemd, maar tegelijkertijd voor de Eerste Kamer. En dat zo het beleid van het kabinet kan worden beïnvloed.

Ook Jos Werner ziet het belang van die verkiezingen: „Het wordt pas echt een probleem als we daarna nog steeds geen meerderheid in de senaat hebben. Dan wordt het heel erg lastig.”