Kringloopkerk

Langs het Friese kerkenpad – tsjerkepaad noemen ze het daar – hoor je mooie verhalen. Tot de nationale monumentendag (11 september) zetten 250 kerken in Friesland op zaterdag hun deuren open voor nieuwsgierige vreemdelingen, kerks of niet. Vrijwilligers staan klaar om vragen te beantwoorden. Zo doet de gastheer in de Martinikerk van Bolsward uit de doeken welke telgen van de geslachten Camminga, Jongema en Heerema begraven liggen onder de zerken tussen middenschip en koor.

In Oudemirdum, een dorp van 1500 zielen in hartje Gaasterland, hoorde ik een sterk verhaal. Aan de Kerkstraat nummer 1 staat een bescheiden godshuis dat is gebouwd in 1790, kort voor de Franse inval. Een ouderling vertelde dat het kerkje staat op de fundamenten van een veel oudere, 13de-eeuwse kerk, die was opgetrokken uit tufsteen. Vanaf de 11de eeuw werden kerkmuren en heiligenbeelden in de Nederlanden vaak gemaakt van deze bruingele natuursteen, die langs de Rijn werd aangevoerd vanuit de Duitse Eifel.

„Weet u hoe de nieuwbouw in 1790 is gefinancierd?”, vroeg de gids. Ik opperde een rijke gift van een vrome edelman, maar nee. De oude kerk werd afgebroken, de tufstenen werden vermalen en dat steenmeel werd met zakken tegelijk verkocht aan de boeren, als kunstmest. „De opbrengst voorzag ruimschoots in de bouwkosten,’’ aldus de vergenoegde ouderling. „Er kon zelfs een beschilderd raam af met een opdracht van ‘de hoogmogende heren van Friesland’.”

De oude kerk uitgereden over het land om een nieuwe te bekostigen. Een fraaie kringloop, dat wel, maar ik dacht er het mijne van. Totdat ik las over een proefproject in Utrecht om de CO2-uitstoot te verminderen en de kwaliteit van de bodem te verbeteren. Sinds vorig jaar wordt op het land van boer Wim van der Hengel mest uit gemalen stenen uitgestrooid. Dat steenmeel komt uit Noorwegen en Duitsland. Volgens geochemicus Huig Bergsma van adviesbureau Arcadis is dit ‘een eeuwenoud principe’.

In Gaasterland werd het principe al twee eeuwen geleden toegepast. De kerk verdween in de grond om er uit te herrijzen in baksteen.

Dirk Vlasblom