Iran komt met bommenwerper 'om vijanden te verlammen'

De Iraanse president Ahmadinejad heeft gisteren, op de jaarlijkse Dag van de Defensie-industrie, een onbemande bommenwerper onthuld. Het apparaat, dat de naam Karrar (aanvaller) draagt, zou een bereik hebben van duizend kilometer en met een bom van 500 kilo in staat zijn om, aldus de president, „onze vijanden op hun bases te verlammen”.

Het onbemande toestel vertoont veel overeenkomsten met een target drone, een doelvliegtuig dat veel luchtmachten gebruiken om de eigen luchtafweer te testen. Van modellen zoals de Karrar zijn er duizenden in gebruik.

Of de „ambassadeur van de dood”, zoals de robot ook werd aangeduid, duizend kilometer ver kan vliegen, is lastig te geloven. Westerse doelvliegtuigen hebben, ook zonder wapenlading, een kleiner bereik. Hoe het richten van de bom in zijn werk gaat, is eveneens de vraag. Doorgaans is daar een satellietverbinding voor nodig, maar over kunstmanen beschikt Iran niet. Sensoren op de Karrar of op de bom zoekt men ook vergeefs. Stealth-eigenschappen die hem lastig waarneembaar maken voor radar ontbreken volledig.

De Karrar past in een reeks „nieuwe, onverslaanbare” wapensystemen die Iran zelf zegt te hebben ontwikkeld. Zo zou de marine zijn uitgerust met een rakettorpedo die veel weg heeft van een oud, militair nutteloos geacht, Sovjetmodel. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld tientallen Saeqeh (Bliksem) gevechtsvliegtuigen, die als Iraans ontwerp worden geclaimd. Men hoeft geen luchtvaartdeskundige te zijn om hierin een aangepaste Amerikaanse Northrop F-5 te herkennen, een model uit de jaren vijftig – met bijpassende prestaties.