Heffen laxeermiddel en diarreeremmer elkaar op ?

De studenten Caroline Beck en Carlo den Dekker uit Delft ruimden hun EHBO-doos op. Daarbij kwamen ze twee soorten tabletten tegen: laxeermiddelen en diarreeremmers. „Toen vroegen wij ons af, wat gebeurt er als je ze tegelijkertijd inneemt? Krijg je diarree of gebeurt er niets?”

„En wat zou dáár het nut van zijn? Het lijkt me een uitermate onverstandig experiment.” Richelle Felt-Bersma, maag-darm-leverarts van het VU Medisch Centrum, schrikt ervan. Gelukkig zagen de studenten zelf ook in dat het geen gezond idee is. Ze schrijven: „Omdat het ons niet verstandig leek om het zelf te gaan proberen dachten wij, misschien kunnen jullie ons helpen.”

Het antwoord op de puur hypothetische vraag hangt ervan af hoeveel je van beide middelen neemt, zegt de MDL-arts. „Met een gezond lichaam en een redelijk normale stofwisseling, speelt je lichaam vermoedelijk quitte als je van elk even veel tabletten neemt”, zegt ze, en gebeurt er niks. Wel zou buikkramp op kunnen treden, omdat je darmstelsel verschillende signalen doorkrijgt.

Al is het effect waarschijnlijk ongeveer nul, laxeermiddelen en diarreeremmers hebben niet dezelfde werking op het lichaam, legt Felt-Baarsma uit. Ontlastingremmers als loperamide of imodium leggen de coördinatie van het darmstelsel stil: de ‘peristaltiek’, de voorstuwende werking van de twaalfvingerige darm, de dunne darm en de dikke darm stopt vrijwel direct. Daarom zijn het vooral geneesmiddelen om de diarree tijdelijk te stoppen – loperamide neemt het virus of de bacteriële oorzaak van de diarree niet weg.

Laxeermiddelen hebben geen directe, maar een indirecte invloed op het zenuwstelsel. „Een geneesmiddel dat direct de zenuwen rond de darmen aanstuurt en aan het werk zet, bestaat nog niet”, zegt Felt-Bersma, „Laxeermiddelen bestaan vaak uit extreem veel vezels en zemen. Die ‘bulk’ van voedingsvezels zet de darmen aan het werk.” Andere laxeermiddelen bevatten stoffen die de peristaltiek prikkelen en irriteren, waardoor het darmstelsel aan de slag gaat om die stoffen ‘uit te drijven’ en dus de stoelgang versnelt.

En al lijkt de vraag theoretisch, MDL-arts Felt-Bersma kent wel degelijk patiënten die allebei de middelen achter elkaar gebruiken. Zij hebben last van obstipatie en nemen dus een laxeermiddel – vervolgens duurt het even voordat dat effect heeft, maar dan wordt de ontlasting ineens dunner. Daarna brengt de patiënt het darmstelsel weer op gang met laxeermiddel. Een onverstandige aanpak, zegt Felt-Bersma: „Gewoon veel vezels eten, water drinken en voldoende bewegen. Dan neemt het lichaam weer zijn eigen ritme aan.”

Annemarie Kas