Finale in het kolkende Muizengaatje

Freddy Rikken doet verslag van zijn pogingen om het zeevissen onder de knie te krijgen.

In deze laatste aflevering maakt hij de balans op.

Het was een mooie dag, afgelopen voorjaar. En volgens de geruchten hielden de uit Ierland en Zuid-Engeland overgekomen scholen zeebaars zich al op in de monding van de Nieuwe Waterweg.

Het zeewater warmde op en er waren sternen die kermend van opwinding op het jonge visbroed, vlak onder het wateroppervlak, joegen.

Kortom, de hoogste tijd om het weer eens te proberen. Het vismateriaal, het verlies en beschadigen daarvan, de auto- en medische kosten, het warme eten en drinken na een verkleumde of bevroren visdag in een van de vervallen eetgelegenheden in de Europoort – en wat kan ik u dat simpele genoegen aanraden! – hadden een gat in mijn budget geslagen. Ter debetzijde had ik nog geen vis kunnen noteren, maar de nimmer dovende hoop en het pretentieloze gerommel aan de waterkant maakten een hoop goed.

In de winter bieden de gelegenheidsvissers voor één seizoen hun spulletjes op internet aan en na wat zuigend onderhandelen was ik voor weinig in het bezit gekomen van een puike uitrusting.

Onverwoestbaar carbon hier, buigzaam glasvezel daar, roestvrije stalen lagers en zeewater bestendige wormwielen, keramische geleideogen en voor de vis onzichtbare lijnen van hetzelfde materiaal waarvan men kogelvrije vesten maakt. Van vangkracht doordrenkt kunstaas met priemende oogjes, nerveus trillende siliconen visjes, een enkele haak, niets stond mijn succes in de weg.

Het Muizengaatje oogde die ochtend beloftevol, het was opkomend tij en het heldere zeewater duwde met kolken en golven het bruine water uit de Nieuwe Waterweg opzij, in de hevige stroom dreef het allereerste blaasjeswier.

Hop, en daar scheerde een siliconen visje met de kleur Salt & Pepper over het kolkende water. Het eerste uur ging voorbij met het verwijderen van wier en stukken plastic en ik wilde al inpakken om het ergens anders te proberen, toen vlak na het inwerpen plotseling en om een voor mij onverklaarbare reden de lijn voor enkele seconden slap viel.

Daarna was er een hevige ruk en liep de lijn fluitend van de molenspoel af, richting Hoek van Holland. De slip verzette zich krijsend maar kon er niets tegen inbrengen.

Angstaanjagend snel kwam de blanco spoelas in zicht, ik zette me schrap, trok en probeerde de vis van richting te laten veranderen. Eindelijk werd een haakse bocht gemaakt en daar ging-ie weer, met hoge snelheid werd daar beneden geprobeerd om zich aan het naderende noodlot te onttrekken.

Ditmaal maakte ik geen fout, liet de vis het zware werk doen en vergat niet te genieten. Na een kwartier was de vis moegestreden en liet zich voor het eerst zien.

Het bleek een zeebaars in de buitencategorie: ruim 70 centimeter lang en 5 kilo zwaar.

Ik hem liet bijkomen in het zeewier, verwijderde de haak en zag hem traag wegzwemmen in de boeggolven van een passerende loodsboot. De bekklem, onthaaktang, oude handdoek en handen roken eindelijk naar zelfgevangen vis…