Erger dan Haïti en de tsunami

Pakistanen die slachtoffers van de watersnood willen helpen, geven niks aan de hulpdiensten van de overheid.

Die vinden ze incompetent en corrupt.

Twintig kilometer voor Peshawar is de moderne driebaanssnelweg vanuit Islamabad veranderd in een langgerekt vluchtelingenkamp. Honderden tenten staan naast elkaar op de middenberm.

Hier hebben de dorpelingen uit Ghari Monin, in het district Charsadda, een heenkomen gezocht toen het water hun huizen overspoelde. Onder een zeil, afgeschermd tegen de zon, staan enkele koeien en geiten.

De mannen doen het woord. Ze mopperen. Er is voedsel, maar niet genoeg. Er is onvoldoende drinkwater. En ze weten niet wie hen straks gaat helpen bij de wederopbouw van hun huizen, nu het water van de Kabul-rivier zich begint terug te trekken.

Barkai Ullah en drie buren gingen naar de grote stad Peshawar, naar het kantoor van de lokale leider van de Pakistaanse Volkspartij (PPP) om zijn hulp in te roepen. Maar als kleine jongetjes werden ze weggestuurd. De volgende keer zullen ze niet weer op de partij stemmen waarvan de Pakistaanse president Zardari de voorzitter is. „Wat kunnen we doen? We worden in de steek gelaten”, zegt Ullah.

Een busje stopt op de vluchtstrook. Zes mannen stappen uit. Haji Meherban (53) draagt twee zakken meel. Zijn neef Haji Mala Khan (55) houdt een bundel bankbiljetten in zijn hand, in totaal 50.000 rupee, bijna 450 euro. Khan is al bijna dertig jaar vrachtwagenchauffeur in de Verenigde Arabische Emiraten. Nu, op bezoek bij zijn familie, wil hij de vluchtelingen helpen. „Ik ben blij dat ik tijdens deze ramadan mijn plicht kan doen”, zegt hij glimlachend als hij het geld heeft uitgedeeld.

Khan had het bedrag ook kunnen storten in het rampenfonds van de regering. Maar dat wilde hij absoluut niet. Hij wilde zeker weten dat zijn gift goed terechtkomt.

Meherban knikt. „Bij elke ramp is de regering blij dat er buitenlandse hulp het land instroomt. Maar de regering bekommert zich niet om de armen”, zegt hij.

De twee barmhartige familieleden zijn niet de enigen die zo denken. Onder de bevolking leeft een breed gedragen gevoel van onvrede over incompetentie en corruptie van regering en overheid. Politici worden gewantrouwd. Particulieren en hulporganisaties handelen op eigen houtje, blijkt uit een rondgang langs enkele opvangkampen in het district Charsadda.

En niet alleen daar.

Deze week lieten zakenlieden op een door de PPP georganiseerde bijeenkomst in het zuidelijke Karachi beleefd weten graag hulpgoederen aan de miljoenen slachtoffers te doneren, maar geen geld te willen overmaken. Geen enkele aanwezige vertrouwde de besteding van haar geld toe aan de regeringspartij, aldus het verslag in de krant.

Toch zou het niet eerlijk zijn te zeggen dat de overheid helemaal niets doet.

Uit de afgelegen, moeilijk bereikbare gehuchten in Charsadda komen berichten van vluchtelingen die van elke hulp zijn verstoken. Ze zien nauwelijks kans te overleven. Maar op een afgezette rijstrook bij het kamp op de snelweg bij Peshawar staat een ambulance van de nationale politiedienst voor de snelwegen. Dokter Abdul Hameed Khan komt normaal in actie bij verkeersongelukken. Nu bemant hij een geïmproviseerde kliniek op de middenberm. Hij zegt veel gevallen van darminfecties en huidontstekingen te zien. De situatie lijkt iets te verbeteren nu er tankwagens met schoon drinkwater komen.

Een man en een vrouw komen met twee huilende kindjes op de arm. Dokter Khan heeft niet veel tijd nodig om een diagnose te stellen. „Uitdroging als gevolg van diaree, maar nog niet heel ernstig”, zegt hij. Hij zegt dat ze de bus naar het ziekenhuis in Peshawar moeten nemen. „Mogelijk cholera. Maar ik weet het niet zeker. Dat moet onderzocht worden”, zegt hij. „Ze kunnen er in een half uur zijn. De kinderen zullen het overleven, als God het wil.”

Dokter Khan stond ook in de frontlinie toen bijna vijf jaar geleden de grote aardbeving in Kashmir plaatsvond. Hij heeft de indruk dat er toen bij de overheid en bij de bevolking een veel groter gevoel van urgentie bestond.

Waarom er nu afstandelijker wordt gereageerd, weet hij niet. Misschien omdat vijf jaar geleden bijna iedereen in Pakistan de trillingen voelde en de verschrikkingen onmiddellijk zichtbaar waren. De watersnoodramp heeft zich sluipenderwijs ontwikkeld. In zijn functie kun je moeilijk harde kritiek van Khan verwachten. Toch zegt hij: „De regering had veel meer kunnen doen.”

Ook de vluchtelingen in de kleinere opvangkampen langs de toegangswegen naar het stadje Charsadda, opgezet door particuliere hulporganisaties, praten slechts over de afwezigheid van de autoriteiten. Zelfs lokale politici laten hun gezicht niet zien, zeggen ze.

Er is een uitzondering: Fazir Shakoor Khan, lid van het provinciale parlement, is wel langs geweest. Hij heeft 35 tenten uitgedeeld. Dat is nog lang niet genoeg, maar in ieder geval iets. Nu willen de vluchtelingen dat hij voor stroom zorgt. „Als hij meer hulp geeft, is hij een fatsoenlijk politicus. Als hij dat niet doet, is hij net als de anderen”, zegt iemand.

Volgens Khan (34) klopt het dat de regering, ook die van de provincie Khyber Pakhtunkhwa, veel te traag heeft gereageerd. Ook drie weken na het begin van de ramp is de hulpverlening alles behalve op orde, zegt hij. Er is zelfs nog niet begonnen met de registratie van de getroffenen. „Dit is een nationale ramp van een ongekende omvang. Onze provincie is een van de armste van het land. Het is eenvoudigweg onmogelijk om alle mensen de hulp te geven die ze nodig hebben”, zegt hij. „Al acht dagen hebben wij van de federale regering geen voedsel of tenten meer gekregen. Onze capaciteit is uitgeput.”

Khan, lid van de liberale Pashtun-partij ANP, benadrukt alleen voor zichzelf te spreken. „Ik weet dat veel donoren niet aan politieke partijen willen geven uit vrees voor corruptie. Natuurlijk is er corruptie. Het enige wat ik daar tegenover kan stellen, is schone handen houden”, zegt hij. „Ik heb 1.700 tot 1.800 tenten gekregen van de regering. Die heb ik uitgedeeld, en niet alleen aan mensen die mijn partij steunen. Ik besef dat het nog lang niet genoeg is, maar ik kan ook niet het onmogelijke doen.”

Khan zegt dat hij op persoonlijke titel ongeveer een miljoen rupee heeft ontvangen aan donaties van familie, vrienden en kennissen. „Dat is geld van de bevolking voor de getroffenen. Ik zal de besteding ervan tot op elke cent verantwoorden.”