Een man die onaangenaam durft te zijn

Henk Rottinghuis had jarenlang een topfunctie in het bedrijfsleven. Nu heeft hij zijn zinnen gezet op een topfunctie in de mondiale paardensport. Volgens bekenden is hij charmant én zeer direct.

Door onze redacteur Danielle Pinedo

Als Frank Kemperman zijn stapel post bekijkt na het jaarlijkse paardenconcours in Aken, zit daar altijd wel een handgeschreven brief van Henk Rottinghuis bij. „Henk is een man met een groot hart”, zegt de directeur van het prestigieuze paardenevenement. „Een ander zou zijn secretaresse vragen een bedankbrief te sturen na het aangename bezoek. Hij neemt liever zelf de pen ter hand.”

Innemend. Zo noemen mensen die hem al wat langer kennen Henk Rottinghuis. Maar hij weet ook precies waarom hij doet wat hij doet. Zo bood hij ooit als voorzitter van de Stichting Het Rijksmuseum Fonds aan de rekening te betalen tijdens een diner met vermogende Amerikaanse kunstliefhebbers. „Een genereus gebaar”, zegt Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum. „Maar ook slim, want zo geef je een zetje in de goede richting.”

De voormalig topman van Volkswagenimporteur Pon Holdings – die vorig jaar door zakenblad FEM bij de honderd meest invloedrijke Nederlanders werd geschaard – heeft zowel zijn hoofd als hart nodig bij het binnenslepen van een heel andere positie: het voorzitterschap van de internationale paardensportfederatie FEI. Deze felbegeerde post werd de afgelopen vier jaar bekleed door de Jordaanse prinses Haya. En zij lijkt vastbesloten daar nog een tweede termijn aan vast te knopen.

Wie is Henk Rottinghuis? Bij het stellen van die vraag wordt meteen het voornaamste probleem van zijn kandidatuur blootgelegd. Als bestuurder van een gesloten familiebedrijf werkte Rottinghuis (54) jarenlang achter de schermen. Met groot succes – onder zijn leiding groeide Pon uit tot een concern met een jaaromzet van 7,5 miljard euro – maar nooit ter meerdere eer en glorie van zichzelf. En dus is de vraag hoe hij het gros van de 130 paardenbonden achter zich krijgt die op 5 november hun stem uitbrengen tijdens een Algemene Vergadering van de FEI. Kemperman: „In de nationale paardensport is hij een grootheid, maar in de internationale paardenwereld is hij een outsider.”

Zijn antwoord op dit probleem is even origineel als typerend. Enige tijd geleden zette Rottinghuis een ‘100 dagen fluistercampagne’ op touw, waarvan hij deze week de uitkomsten presenteert op zijn website. De kandidaat-voorzitter vroeg paardensportfederaties naar hun mening over het beleid van de FEI. Daarmee hoopt hij niet alleen een zo compleet mogelijk beeld te schetsen van wat er leeft in de hippische sport, maar zet hij zichzelf ook neer als bestuurder met een luisterend oor.

„Als ik gekozen word, is één van mijn belangrijkste doelstellingen om eerst te luisteren en dan te handelen”, liet hij vorige week in een mail aan de internationale hippische pers weten. „We delen allemaal veel passie en enthousiasme voor de sport. Ik denk dat wij dit soms nog te veel uit het oog verliezen.”

Typerend is ook dat Rottinghuis een aantal klinkende namen voor zijn verkiezingskar wist te spannen. Zo staan er sinds kort aanbevelingsbrieven van onder anderen Anky van Grunsven, prins Willem-Alexander en premier Balkenende op zijn website. Hoewel de waarde van die referenties door sommigen wordt betwist („welke Zuid-Amerikaan kent Balkenende”, vraagt Kemperman zich af) geeft het wel aan dat gerenommeerde landgenoten hun naam aan de zijne durven te verbinden. „Mijn vroegste herinnering aan de heer Rottinghuis dateert van begin jaren zeventig”, schrijft de kroonprins op www.henkforfei.org. „Op het CHIO in Rotterdam zag ik toen een energieke vrijwilliger rondlopen. En ik ben van mening dat hedendaagse sportbestuurders in het voordeel zijn als zij de mensen begrijpen die evenementen mogelijk maken: de vrijwilligers!”

Jaap Werners is niet verbaasd over het strijdplan van Rottinghuis. Het voormalig bestuurslid van paardenbond KNHS herinnert zich nog goed hoe Rottinghuis er begin deze eeuw als voorzitter van een fusiecommissie voor zorgde dat zeventien paardenclubs tot één federatie werden samen gesmeed. „Dat proces ging met horten en stoten, wat voor een groot deel op de uiteenlopende achtergronden van de leden kan worden teruggevoerd. Van de jachtclub tot de Friese tuigpaarden – Henk moest ze allemaal op één lijn zien te krijgen. Hoe hij dat deed? Met zijn rustige uitstraling, kennis en directheid.”

Met name over die directheid bestaan kleurrijke anekdotes. Rottinghuis zou zelden van zijn standpunten afwijken. Wie hem wil ompraten, moet van zeer goede huize komen. „Henk durft onaangenaam te zijn”, zegt Bernard Wientjes, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW. „En dat kan-ie omdat hij charmant en maatschappelijk betrokken is. Ik herinner mij dat ik een keer een overleg op het Catshuis had georganiseerd over de belangen van multinationals. Veel invloedrijke personen waren aanwezig, onder wie gastheer Balkenende. Een paar dagen later kreeg ik een kwaaie mail: of ik vergeten was dat er in Nederland ook grote familiebedrijven bestaan. En waarom die ondernemingen niet voor dat overleg waren uitgenodigd. Ik heb meteen de premier gebeld om een volgende afspraak te maken.”

Museumdirecteur Pijbes typeert de omgangsstijl van Rottinghuis als „zakelijk, vriendelijk en recht voor z’n raap”. Tijdens hun bezoeken aan vermogende Amerikaanse kunstliefhebbers voor het fonds schrok de voormalig topondernemer er volgens hem niet voor terug om snel ter zake te komen. Tonight is not only about art, but also about money, zei hij een keer tijdens een tafelrede. Of, toen hij een weldoener aansprak: „Ik vind uw bijdrage wat laag, gezien uw inkomen.”

De kracht van Rottinghuis is dat hij gecalculeerde risico’s durft te nemen zonder de juridische voors en tegens tegen elkaar af te wegen. Een eigenschap waar in de paardenwereld behoefte aan is, getuige de aanzwellende kritiek op het ondoorzichtige beleid van voorzitter Haya. Zo zou de prinses geen stelling durven nemen in het voortslepende dopingdebat. En Europese landen – waar van oudsher het zwaartepunt van de paardensport ligt – kunnen zich niet vinden in haar roep om mondialisering. Dat Rottinghuis een outsider is zou in dat opzicht ook in zijn voordeel kunnen werken, denkt toernooidirecteur Kemperman. „Veel leden zijn ontevreden over de huidige koers. En Henk heeft daar niets mee te maken; hij staat meer bekend als succesvol zakenman dan paardenidioot.”

Op zijn boerderij in Vogelenzang (bij Hillegom), omringd door weilanden met rijpaarden, bereidt voormalig dressuurruiter Rottinghuis zich in stilte voor op de strijd die komen gaat. Om die te winnen, zal hij niet alleen de Jordaanse prinses Haya achter zich moeten laten, maar ook de Zweedse vicevoorzitter Sven Holmberg. „Als hij het nu niet voor elkaar krijgt om voorzitter te worden, dan lukt het vast over vier jaar”, zegt Kemperman. „Mijn stem heeft-ie.”