Carrière maken doe je in Boedapest, maar nu even niet

In Hongarije ligt de jeugdwerkloosheid veel hoger dan het Europees gemiddelde.

Veel universitair afgestudeerden eindigen bij McDonald’s of achter de bar.

Als Agnes Poti (23) over haar klasgenoten van de middelbare school vertelt, verdeelt ze ze terloops in „degenen die naar Boedapest zijn gegaan en zij die zijn gebleven” in Kisújszállás, een kleine stad 150 kilometer ten oosten van de hoofdstad. Er is qua werkgelegenheid een textielfabriek , een school en onderbetaald fysiek werk, meestal zwart, zo legt Poti uit bij het kantoor van de sociale dienst voor district 5,6 en 13 in Boedapest. De meiden van haar leeftijd in Kisújszállás hebben vaak al een kind.

Poti, een snoezige verschijning met een blonde paardenstaart in een witte zomerjurk, verhuisde in 2007 naar Boedapest om een toerisme-opleiding te doen. Ze woonde eerst een jaar bij een tante, daarna kwamen haar ouders ook: hun dochter en de banen achterna. Het is klassiek. Wie in Hongarije ambities heeft vertrekt naar Boedapest of een andere grote stad, liefst in het westen, richting Oostenrijkse grens. Daar gebeurt het, daar liggen de kansen en zijn de banen.

In Poti’s schoudertas zit een dik bibliotheekboek om de wachttijd bij de sociale dienst door te komen. De bijbaan bij de bioscoop die ze al snel na aankomst in Boedapest vond, groeide uit tot voltijd kaartverkoop en bar-diensten. Ze stopte met studeren, maar na drie jaar besloot de bioscoopbaas per 1 juli plotseling een tijdelijke kracht te promoveren en Poti te ontslaan. Weer een werkloze erbij voor de statistieken. Van haar werkzoekende leeftijdsgenoten, het leeftijdscohort 20 tot 24, was in het eerste kwartaal van 2010 26,7 procent werkloos, ruim boven het Europees gemiddelde van 20,6 procent en een stijging van meer dan 2 procent ten opzichte van een jaar eerder.

„Ach het is niet zo’n ramp.” In september pakt ze haar toerismeopleiding weer op. „Dit dwingt me tot verandering. Ik hoef nog maar een jaar.” Ze trekt nummertje 14 en gaat op een van de houten klapstoelen zitten wachten. Als geregistreerde werkloze kan ze de komende drie maanden een uitkering van ongeveer 140 euro krijgen. Daarna nog drie maanden veertig euro en dan houdt het op. „De vakantie naar Griekenland in augustus hadden we gelukkig al betaald.”

Het zegt meer om naar het percentage werkenden te kijken dan naar het aantal werklozen, legt Gergely Rozsa van het Hongaars statistiek bureau Ecostat uit. In het uiterste noordoosten van het land moet een werkende in feite twee ‘inactieven’ onderhouden. In de hoofdstad ligt die verhouding ongeveer een op een. De stijgende jeugdwerkloosheid interpreteert hij vooral als een teken dat het voor mensen zonder scholing nog moeilijker is geworden om werk te vinden.

In de wachtruimte van de sociale dienst hangt een vrolijke poster van een man die een kind leert fietsen. Een logo geeft aan dat de EU meebetaalt aan ‘de weg naar de wereld van werk’. In plattelandsgemeenten zijn met geld uit dit fonds het afgelopen jaar bijna honderdduizend langdurig werklozen verplicht aan het werk gezet. Ze krijgen geen uitkering, maar een baan en bouwen dammen, halen vuil op en leggen wegen aan. Dat de jeugdwerkloosheid de afgelopen jaren is gestegen, komt behalve door de crisis ook door de hervormingen die de vorige regering onder druk van het IMF en de EU heeft doorgevoerd.

In de steden is het nog steeds niet nodig werkloos te zijn, zeggen de meeste jongeren. Het probleem is dat voor leuke banen bij multinationals met een goede reputatie de concurrentie moordend is. Daardoor eindigen toch nog veel universitair afgestudeerden bij de McDonald’s.

Buitenlandse firma’s zijn naar Hongarije gekomen omdat ze hoogopgeleide mensen voor weinig geld willen. Doordat ervaring bij een multinational goed op een cv staat, kunnen ze het zich veroorloven hoge eisen te stellen. Twintigers die bijvoorbeeld voor grote accountancybureaus werken klagen dat hun werkgever onderbetaalt, maar willen niet met hun naam in de krant.

László Maltsik (28) meldt zich bij de sociale dienst om ervoor te zorgen dat zijn pensioenopbouw doorloopt terwijl hij werkloos is. Hij heeft een bachelor economie en spreekt goed Engels, maar hij heeft sinds zijn afstuderen vooral in bars gewerkt. De buitenlandse bedrijven die naar Hongarije zijn gekomen, doen dat omdat ze voor een dubbeltje op de eerste rang kunnen zitten, zegt hij. „Je moet minstens een academische graad hebben, liever twee, vloeiend zijn in minimaal een extra taal en alle computerprogramma’s beheersen.” Het startsalaris dat er tegenover staat is ongeveer 500 euro, de helft van wat hij de afgelopen jaren in de horeca verdiende.