Bezeten liefde in woestijnoorlog

Het Ruhrgebied is benoemd tot Culturele Hoofdstad 2010. Kunst met als thema islam moet industriehallen nieuw leven inblazen.

Overal verspreid in het Duitse Ruhrgebied staan „kathedralen” van voormalige industriecultuur. Machinehallen, kolenmijnen, staalfabrieken. Het zijn robuuste bouwwerken die, zoals de Jahrhunderthalle in Bochum, een nieuwe, culturele bestemming krijgen. Het Ruhrgebied is benoemd tot Culturele Hoofdstad 2010. Toneel- en operarregisseur Willy Decker, tevens intendant van Ruhrtriennale 2010, wil met het festival de „lege, respect afdwingende hallen uit het industriële tijdperk met kunst opnieuw van leven vervullen.”

Voor aanvang van de openingsvoorstelling en wereldpremière Leila und Madschnun geeft Decker een korte toelichting op het programma. „De uiteenlopende culturen die in het Ruhrgebied hun thuis hebben, verlangen naar verzoening met elkaar”, legt hij uit. „Onder het motto Wanderung zoek ik naar wezenlijke momenten waarin de schepping en de menselijke creativiteit samenkomen. Ik heb een driejarenplan: in 2009 lag het accent op het joodse gedachtengoed, dit jaar op de islam en in 2011 komt het boeddhisme aan de orde.” Decker is praktiserend Zen-boeddhist. In zijn regie concentreert hij zich op thema’s als spiritualiteit, migratie en het zoeken naar „de juiste weg”.

Het is niet verwonderlijk dat de intendant van Ruhrtriennale 2010 voor deze „reusachtige stadsketen” de islam als inspiratiebron kiest. Gastarbeiders uit Turkije en Marokko zijn hier decennia geleden gearriveerd en namen hun eigen religieuze waarden mee. Met zijn regie van de Romeo en Julia uit de oosterse wereld, namelijk Leila en Qeis, wil hij voorbijgaan aan de mediadiscussie over „minarettenverbod en hoofddoekjes”. Decker laat de tragische keerzijde zien van een gepassioneerde, grenzeloze en onmogelijke liefde. De oorspronkelijke titel van dit Perzische liefdesverhaal uit de twaalfde eeuw luidt Madschnun Laila ofwel de van ‘Leila bezetene’. Decker verzocht de Palestijns-Israëlische componist Samir Odeh-Tamimi de dramatische muzikale begeleiding te verzorgen.

Bezetenheid is inderdaad het kernwoord van Deckers regie. De Jahrhunderthalle is getransformeerd tot een woestijn, waarin een legertruck is gestrand. De voorstelling opent met intens gedreun, granaatexplosies en lichtflitsen. De aanval op de truck is tegelijk een auditieve en visuele aanval op de toeschouwers: de hal staat te trillen. Een zwaargewonde soldaat rolt uit de truck, hij is Salam ofwel de Vredebrenger. Hij krijst en kermt van de pijn. Uiteindelijk vindt hij troost in een verfrommeld boek dat hij bij zich draagt: het eeuwenoude liefdesverhaal van Leila en Qeis.

Volgens Decker is deze soldaat een ‘Heutiger’, iemand van hier en nu. Binnen de raamvertelling van de hedendaagse woestijnoorlog in Afghanistan voltrekt zich de bezeten liefde opnieuw, nu met geladen, agressieve scènes waarin Salam alias Madschnun een woedende vernietiger wordt. Liefde kan een goddelijke vonk bezitten, aldus Deckers regie. Anderzijds leidt ze ook tot dood en strijd. Madschnuns liefste Leila zoekt de dood, waarna ook hijzelf zichzelf doodt: hij overgiet zich met benzine en gaat in vlammen op.

Deckers regie houdt een waarschuwing in: totale liefde eindigt in waanzin en dood. Het is niet eenvoudig toegang tot de vurige of gloedvolle kern van het verhaal te krijgen. Ondanks dat liefde de inzet is, blijft het getoonde koud. Samirs muziek is een vaak angstaanjagend conglomeraat van helse zang, overrompelende percussie en weergaloze blokfluitklanken. In samenspel met de aria’s voor Madschnun zelf, gezongen door bariton Hagen Matzeit, vormen de blokfluit en de wanhopige zang van de verliefde bezetene de mooiste, want intiemste momenten.

Festival Ruhrtriennale t/m 10 okt. Inl: www.ruhrtriennale.de