Aan de lijn

Op de laatste zomerse dag neem ik een duik in zee aan het Scheveningse strand. Opeens lijkt het alsof ik in mijn been gebeten word door een beest. Ik probeer het onder water weg te trekken en heb vervolgens een vlijmscherpe vishaak in mijn vinger zitten. Even verderop staat een jongetje met een vishengel bedremmeld

Op de laatste zomerse dag neem ik een duik in zee aan het Scheveningse strand. Opeens lijkt het alsof ik in mijn been gebeten word door een beest. Ik probeer het onder water weg te trekken en heb vervolgens een vlijmscherpe vishaak in mijn vinger zitten.

Even verderop staat een jongetje met een vishengel bedremmeld te kijken naar het resultaat van zijn worp, zijn snoer is gebroken. Zijn Duitse vader komt aanrennen en roept dat zijn zoontje eerder stond te vissen dan ik in zee ging. Daarna maakt hij zich zonder verder iets te zeggen snel met hengel en zoontje uit de voeten.

L. Enthoven