Aaibare urban guerrilla

Opeens staan ze naast me, opgewonden heen en weer wiebelend van de adrenaline. Twee vrienden die met een illegaal polsbandje het festivalterrein zijn opgekomen. Een paar uur geleden bedachten ze Lowlands te willen partycrashen, stapten in de auto en hadden bij de pendelbussen aan vertrekkende festivalgangers hun bandjes gevraagd. Alwaar ze zo’n vijftien andere mensen

Opeens staan ze naast me, opgewonden heen en weer wiebelend van de adrenaline. Twee vrienden die met een illegaal polsbandje het festivalterrein zijn opgekomen. Een paar uur geleden bedachten ze Lowlands te willen partycrashen, stapten in de auto en hadden bij de pendelbussen aan vertrekkende festivalgangers hun bandjes gevraagd. Alwaar ze zo’n vijftien andere mensen tegenkwamen met hetzelfde plan.

„Is het dan gezellig in die groep, of bespringen jullie als rivaliserende roofdieren met z’n allen een argeloze bezoeker om het bandje van zijn pols te scheuren?” vraag ik. Het was een soort saamhorig urban guerrilla-groepje, zei de vriendin. Iedereen verstopte zich in het gras voor de rondlopende security, om vervolgens de wachtende mensen steels te benaderen, een niet-brandende sigaret in de mond als dekmantel. „Ik heb 30 euro voor het eerste bandje betaald, 20 voor het tweede. Ze worden ook voor geld op Facebook aangeboden.”

Zij hadden zelf niet verder gedacht dan: bandje stelen – plakband – eeuwige heerlijkheid. Anderen hadden het beter aangepakt en waren met secondenlijm en naaisetjes gekomen. (Met een vakantienaaisetje inbreken in Lowlands heeft waarschijnlijk het hoogste aaibaarheidsgehalte van alle milde overtredingen die ik ken.) „De mensen die je bandje controleren trekken eraan”, vertelde de vriendin. „Hij moet echt stevig vastzitten. En de bandjes zijn zwart-wit, dus je moet uitkijken dat je alleen in het zwart naait. En hem vervolgens om de goede pols doen.” Deze vriendin was al eens eerder Lowlands binnengedrongen: „Ik had de artiestencamping gevonden, werd daar vrienden met een shoarmaboer die me achter in de truck meenam het terrein op, daar maakte ik met een sleutel een krasje in mijn pols, ging naar de security en vertelde dat iemand mijn bandje had afgesneden terwijl ik sliep. Toen kreeg ik een nieuw bandje. Ja, dit was wel iets simpeler.”

De volgende dag ondervinden we zelf hoe serieus men over de bandjes denkt. Terwijl we in de perstent zitten, zegt mijn vriend opeens: „O-o.” Terwijl hij voorzichtig naar me grijnst, laat hij zijn losgelaten bandje zien. „Hoe krijg je dat nou voor elkaar?” vraag ik. „Nou”, zegt hij. „Ik vroeg me af of ze net zo makkelijk losgaan als vorig jaar, dus ik zette even kracht met mijn tanden.” Onze bandjes zijn gemaakt van onscheurbaar plastic, vastgezet met een ingenieus plastic drukknoopsluitsysteem. „Je knaagde erop?” vraag ik. „En ze gaan net zo makkelijk los als vorig jaar,” roept hij. „Concentreer je op deze ontdekking!” De ontdekking laat de security echter nogal koud, en het is duidelijk dat ze hem niet geloven als hij zijn onderzoeksverhaal uiteenzet. We zullen terugmoeten naar de plek waar we de bandjes gekregen hebben. Ten slotte knoopt hij het bandje met mijn haarelastiekje aan elkaar, zodat ook wij nog meedoen aan de aaibare urban guerrilla.