Zeespiegelstijging is nog geen ramp

De opwarming van de aarde mogen we niet negeren. Maar het is ook niet het einde van de beschaving, stelt Bjørn Lomborg. Van overdreven verhalen raken mensen afgestompt.

Stel dat in de komende zeventig, tachtig jaar een grote havenstad – bijvoorbeeld Tokio – zou worden overspoeld door een stijgende zeespiegel van maar liefst vijf meter of meer. Miljoenen inwoners zouden gevaar lopen, en ook biljoenen dollars aan infrastructuur.

Vooral dit soort akelige vooruitzichten staat evangelisten van de aardopwarming als Al Gore voor ogen als ze waarschuwen dat we ‘grootscheepse voorzorgsmaatregelen ter bescherming van de menselijke beschaving zoals wij die kennen’ moeten nemen. De retoriek klinkt misschien extreem, maar als er zoveel op het spel staat, is deze natuurlijk gerechtvaardigd. Hoe zouden we ooit het hoofd kunnen bieden aan zeespiegelstijgingen in deze orde van grootte zonder een brede, sterk gecoördineerde mondiale inspanning?

Welnu, dat hebben we al gedaan. We doen het zelfs nog op dit moment. Sinds 1930 is Tokio door een buitensporige daling van het grondwaterpeil maar liefst vijf meter gezakt, waarbij in sommige jaren de laagste delen van de binnenstad wel eens 25 centimeter zijn gedaald. In een grote reeks steden hebben zich de afgelopen eeuw vergelijkbare verzakkingen voorgedaan, zoals in Tianjin, Shanghai, Osaka, Bangkok en Jakarta. In al deze gevallen hebben de steden zich tegen zulke grote zeespiegelstijgingen weten te beschermen en hun bloeiende bestaan behouden.

Het gaat er niet om dat wij de opwarming van de aarde kunnen of mogen negeren. Het gaat erom dat we ons moeten hoeden voor overdreven voorspellingen. Maar al te vaak blijken ogenschijnlijk afschuwelijke veranderingen in klimaat en geografie in de praktijk beheersbaar – en in sommige gevallen zelfs voordelig.

Neem bijvoorbeeld de bevindingen van de klimaatwetenschappers Robert J. Nicholls, Richard S.J. Tol en Athanasios T. Vafeidis. In een onderzoek dat werd bekostigd door de Europese Unie bestudeerden zij wat de gevolgen voor de wereldeconomie zouden zijn als de opwarming van de aarde zou leiden tot afkalving van de hele West-Antarctische ijskap. Vermoedelijk zouden de oceanen door een gebeurtenis van deze omvang de komende honderd jaar misschien wel zeven meter stijgen – precies wat milieuactivisten voor ogen hebben als ze waarschuwen voor mogelijke wereldbedreigende rampen. Maar zou het allemaal nu echt zo rampzalig zijn?

Niet volgens Nicholls, Tol en Vafeidis. Ziehier de feiten. Een zeespiegelstijging van zeven meter (overigens zo’n tienmaal hoger dan de somberste verwachtingen van het VN-klimaatpanel) zou ruim 40.000 vierkante kilometer kustgronden overspoelen, waar op het ogenblik meer dan 400 miljoen mensen wonen. Dat zijn natuurlijk veel mensen, maar nu ook weer niet de héle mensheid. In werkelijkheid komt dit neer op nog geen 6 procent van de wereldbevolking – dat wil zeggen dat 94 procent níét wordt overspoeld. En ook de meeste mensen die wel in de overstromingsgebieden wonen, zouden niet eens natte voeten krijgen.

Dat komt omdat het overgrote deel van deze 400 miljoen mensen in steden woont, waar ze – zoals in Tokio – vrij gemakkelijk te beschermen zijn. Daardoor zouden door de zes meter zeespiegelstijging maar zo’n 15 miljoen mensen verplaatst hoeven te worden, en dat dan in de loop van een eeuw. In totaal ramen Nicholls, Tol en Vafeidis de kosten om deze ‘catastrofe’ te beheersen – als de politici niet weifelen en een verstandig, gecoördineerd beleid voeren – op zo’n 600 miljard dollar per jaar, oftewel minder dan 1 procent van het mondiale bbp.

Dit cijfer lijkt misschien verrassend laag, maar dat komt alleen omdat zo velen van ons de wijdverbreide opvatting hebben aanvaard dat wij het vermogen missen ons aan grote stijgingen van de zeespiegel aan te passen. Maar niet alleen blijken we dit vermogen wél te hebben, we hebben er in het verleden ook al veelvuldig blijk van gegeven.

Of we het nu leuk vinden of niet, de opwarming van de aarde is een feit, ze wordt veroorzaakt door de mens en we moeten er iets aan doen. Maar we staan niet voor het einde van de wereld.

De klimaatwetenschap is een subtiele en duivels ingewikkelde discipline, die zelden eenduidige voorspellingen of simpele recepten oplevert. En na twintig jaar van veel woorden maar bitter weinig daden, is een zekere mate van frustratie over opwarming van de aarde te verwachten. Er is de begrijpelijke wens om de woordenstroom te doorbreken en de mensen door elkaar te schudden.

Maar helaas helpt het niet om mensen de stuipen op het lijf te jagen. Ja, heel even zijn we bij de les na een verrassend cijfer, in combinatie met enig overspannen proza. Maar al gauw worden we ongevoelig en vergt het steeds buitensporiger scenario’s om ons te beroeren. Naarmate de paniekverhalen worden opgeblazen, groeit ook de kans dat ze – terecht – als overdreven worden ontmaskerd, en uiteindelijk wil het publiek er helemaal niets meer van horen.

Dit zou kunnen verklaren waarom de laatste tijd uit peilingen blijkt dat de publieke zorg om de opwarming van de aarde de laatste drie jaar drastisch is afgenomen. Zo meldde het Pew-onderzoeksinstituut in de Verenigde Staten dat het aantal Amerikanen dat de opwarming van de aarde als een zeer ernstig probleem beschouwt, is afgenomen van 44 procent in april 2008 tot 35 procent in oktober vorig jaar. En onlangs bleek uit een BBC-onderzoek dat maar 26 procent van de Britten gelooft dat de mens een klimaatverandering teweegbrengt, terwijl dit in november 2009 nog 41 procent was.

Terwijl in Duitsland het weekblad Der Spiegel enquêteresultaten meldde die uitwezen dat nog maar 42 procent bang was voor een opwarming van de aarde, vergeleken bij 62 procent in 2006.

Angst kan op korte termijn een sterke drijfveer zijn, maar het is een bijzonder slechte basis voor verstandige beslissingen over een ingewikkeld probleem dat lange tijd al ons vernuft zal vergen.

Bjørn Lomborg is verbonden aan het Kopenhagen Consensus Center en de Kopenhagen Business School. Hij is schrijver van Cool It en The Skeptical Environmentalist.© Project Syndicate

Voor een podcast van dit commentaar in het Engels: http://media.blubrry.com/ps/media.libsyn.com/media/ps/lomborg63.mp3