Wilhelmina wilde een protestantse premier

In de serie over vroegere kabinetsformaties schrijft NRC Handelsblad op 16 augustus over het laatste ‘koninklijke kabinet’ van koningin Wilhelmina. Wilhelmina bevorderde, zonder dat daar een meerderheid voor was, opnieuw een kabinet-Colijn. „Ik mag niet langer lijdelijk toezien dat het Vaderland aan partijoverwegingen ten offer zou vallen”, zo luidde haar officiële motivatie. Maar Wilhelmina had nog andere motieven. Zo was ze erg gecharmeerd van Colijn als ‘sterke man’ en had ze een uitgesproken voorkeur voor premiers van protestants-christelijke huize. Ze achtte zichzelf immers „een protestantse vorstin van een protestantse natie”. Bovendien wist Wilhelmina heel goed dat de katholieken – voor het eerst in de geschiedenis – wilden gaan samenwerken met de socialisten. En Wilhelmina had weinig op met die twee politieke stromingen, alhoewel die verreweg de grootste waren in het land. Toen het toch tot een rooms-rode samenwerking kwam – nadat de Tweede Kamer haar laatste kabinet-Colijn per kerende post naar huis had gestuurd – bestond Wilhelmina het om toch weer met een protestants-christelijke premier te komen: De Geer. De goede man was toen al bijna zeventig jaar en werd onder sterke morele pressie gezet door zijn koningin om het ambt te aanvaarden.

Bert van Nieuwenhuizen

Auteur van Wilhelmina, vorstin op een te hoog voetstuk, Zeist