Water hier, vuur daar

Droogte rond Moskou, wateroverlast in Pakistan – na lang speuren is er toch een verband tussen gevonden. Of we het broeikaseffect de schuld moeten geven? Dat is nog moeilijker te zeggen.

De straalstroom boven Rusland en Pakistan

Waarachtig is het mogelijk gebleken een meteorologisch verband te leggen tussen de extreme droogte en hitte van de afgelopen weken rond Moskou en de wateroverlast in Pakistan. Het verband heet straalstroom, jet stream in het Engels. In dit geval is het de subtropische straalstroom. Straalstromen zijn betrekkelijk smalle gordels van lucht op een hoogte tussen 5 en 15 km waarin zeer krachtige westelijke winden waaien. Ze hebben invloed op ‘het weer’ dat zich beneden hen ontwikkelt en meteorologen weten dus graag waar de straalstromen liggen als ze hun weersverwachting opstellen.

De subtropische straalstroom slingert nogal en kan van dag tot dag op een andere plaats liggen. In de kritische periode slingerde hij rechtsomdraaiend om Rusland heen en trok hij linksomdraaiend over het noorden van Pakistan. Het bijgaande plaatje laat de ligging globaal zien. Meteorologische theorie voorspelt binnen een rechtse draai (een anticyclonale draai) extra droogte en binnen een cyclonale draai juist extra regen. New Scientist behandelde het fenomeen op 14 augustus.

’t Is een beetje een tour de force, deze koppeling. Het KNMI beschreef de droogte en hitte rond Moskou en de extreme regenval in Noord-Pakistan en Zuid-China als afzonderlijke, ongekoppelde gebeurtenissen. De uitzonderlijke hitte rond Moskou, die versterkt werd door de droogte van de bodem, werd volgens het KNMI veroorzaakt door de voortdurende aanvoer van hete, continentale lucht tussen hoge druk in het noordoosten van Rusland en lage druk boven oostelijk Europa. Dat heet in de weerkunde een ‘blokkade’. Zo’n blokkade houdt depressies op afstand en die depressies lieten nu hun regen vallen in Midden-Europa. Op zichzelf is het verschijnsel niet bijzonder, maar dit jaar was de blokkade heel hardnekkig.

De hevige regens in Pakistan en Zuid-China zijn de uiting van een moesson die ongewoon sterk is, omdat de meteorologische tegenhanger van El Niño heerst: La Niña. Tijdens een La Niña is een flink deel van de Stille Oceaan niet warmer, maar juist kouder dan normaal. Op zichzelf versterkt dit al de Aziatische moesson, in dit geval komt er nog bij dat de Indische oceaan als naijleffect van de vorige El Niño nog heel warm is. De straalstroom heeft de moesson verstrekt.

De vraag is natuurlijk: waren de hitte en droogte rond Moskou en de neerslag boven Pakistan extreem? Waren ze uniek? Daarop is in het algemeen minder makkelijk antwoord te geven dan het publiek graag wil. Elk jaar zijn er talloze plaatsen op aarde te vinden waar binnen een klein gebied gedurende korte tijd wel een of ander record gebroken wordt: temperatuur (’s nachts of juist overdag), neerslag, wind. Zo grillig zit het weer in elkaar. Als je de waargenomen extreme verschijnselen uitmiddelt over een groter gebied en een langere periode dan verdwijnen heel veel van die records. Maar niet alle: zo blijkt uit analyse van het Europese weercentrum ECMWF dat dit jaar de mei-, juni- en juli-temperaturen voor het landoppervlak ten noorden van de kreeftskeerkring uitzonderlijke hoog waren, juli brak zelfs het record van de laatste 40 jaar en, naar je mag aannemen, ook van de laatste anderhalve eeuw.

De hitte rond Moskou en wijde omgeving was zowel qua maximumtemperatuur als qua duur zeker een record binnen de lokale waarnemingsreeks van 130 jaar. Of de zware regenval boven Pakistan uniek is geweest is weer moeilijker te zeggen. De weerstatistiek is er gebrekkiger en neerslag is een veel grilliger grootheid dan temperatuur. De watersnood die is opgetreden lijkt ook deels het gevolg van slecht waterbeheer.

Zijn de genoemde extreme weersomstandigheden, waaraan de wateroverlast in Midden-Europa en droogte in Portugal zijn toe te voegen, toe te schrijven aan het broeikaseffect? „De verleiding is groot omdat te doen,” zegt KNMI-onderzoeker Rein Haarsma, auteur van een achtergrondartikel op de site van het KNMI. „Maar afzonderlijke gebeurtenissen kunnen nooit aan het broeikaseffect worden toegeschreven.”

Ook het laatste rapport (2007) van het VN-panel voor klimaatanalyse IPCC verzet zich tegen het verlangen van publiek en media om weersextremen gelijk maar aan broeikaseffect en klimaatverandering toe te schrijven. Extreme weersomstandigheden doen zich altijd voor, noteert het IPCC, en bovendien worden ze bijna altijd veroorzaakt door een combinatie van factoren. De extreme zomerhitte die Europa in 2003 teisterde, hing samen met een hardnekkig hogedrukgebied, een heldere hemel en een uitgedroogde bodem. (Verdamping van water uit vochtige grond brengt veel koeling teweeg.) Omdat sommige factoren wél door menselijke activiteiten worden beïnvloed maar andere niet, kan niet eenvoudig een menselijke rol in de verandering van extremen worden aangewezen. Wel kun je, schrijft het IPCC, aan de hand van klimaatmodellen zeggen dat de kans op het vóórkomen van een hitteperiode zoals die van 2003 door menselijk handelen in de loop van de twintigste eeuw is verdubbeld.

Hieraan valt nog toe te voegen dat de extreme regenval boven Pakistan past in een trend die al eerder is beschreven, onder meer door KNMI-onderzoeker Albert Klein Tank (en anderen) in de Journal of Geophysical Research (23 augustus 2006). Het artikel was de weerslag van een conferentie die een oplossing zocht voor de genoemde gebrekkige weerstatistiek van Midden- en Zuid-Azië. Een voor een groot gebied samenhangende trend in extreme neerslag werd nog niet zichtbaar. Maar hij wordt op grond van heldere fysische principes wel door de meeste klimaatmodellen voorspeld. De gestaag toenemende vochtigheid van de atmosfeer zal leiden tot intensere regen die in kortere perioden valt dan vroeger. Met „implicaties voor meer overstromingen in het Aziatische moessongebied”, schreef het IPCC letterlijk in 2007. De recente droogte rond Moskou past niet goed in de meeste voorspellingen. Eerder wordt toenemende droogte verwacht rond de Middellandse Zee.

Omdat extreme weersomstandigheden zoals hitte, zware regenval en tropische cyclonen vaak ingrijpende gevolgen hebben, besteedt het IPCC veel aandacht aan het signaleren, verklaren en voorspellen van trends in deze gebeurtenissen. Dat is minder makkelijk dan het misschien lijkt want het staat niet op voorhand vast dat er meer hittegolven komen als de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt. Een gemiddelde temperatuurstijging kan, zoals hiernaast wordt weergegeven door de rode lijn, ook gepaard gaan met het afnemen van extreme temperaturen. Omgekeerd kan de temperatuur gemiddeld constant blijven terwijl de extremen wel toenemen. De meeste modellen voorspellen toch wel degelijk meer hittegolven en een afnemend verschil tussen dag- en nachttemperatuur. De waarnemingen, voor zover er daarvan voldoende zijn, blijken redelijk in overeenstemming met de uitspraken van de modellen.