Superjachten minder lang, maar blijven in trek

De crisis raakt ook de Nederlandse jachtbouw. Maar luxueuze superjachten blijven in trek. Sail brengt werven nieuwe opdrachten.

Gracieus glijden de Stad Amsterdam, Kruzenshtern, Pogoria en de andere tallships van Sail 2010 door het Noordzeekanaal van IJmuiden naar Amsterdam. De werknemers van Holland Jachtbouw in Zaandam hebben er nauwelijks oog voor. Op hun sokken lopen ze haastig heen en weer over het 412 vierkante meter tellende teakdek van de Athos. De 62 meter lange schoener moet eind van de maand worden opgeleverd. De Athos is de grootste privé schoener ter wereld en telt straks een bemanning van twaalf leden. Bij het ontwerpen gold voor ontwerper Andre Hoek uit Edam de eis dat het schip onder de Bridge of the Americas van het Panamakanaal moest kunnen varen. De grootste van de twee masten meet 62 meter.

Het sierlijke donkerblauwe jacht met een goud ingelegde rand kan niet verhullen dat de economische crisis ook de Nederlandse jachtbouwindustrie heeft getroffen. Holland Jachtbouw telde tachtig werknemers, inmiddels werken er bij de bouwer van megazeiljachten en motorschepen veertig mensen. „Eerlijk gezegd hebben we niet gerekend op zo’n zware terugval in opdrachten”, zegt directeur Tako van Ineveld.

In één van de gigantische productiehallen ligt nu nog de kale aluminiumromp van de Rainbow, een jacht uit de zogenoemde J-klasse. Binnenkort wordt begonnen met de afbouw van het klassieke racemonster – met een lengte van 40 meter en een waterlijn van 27 meter steekt de boeg en achterplecht enorm uit. In deze klasse streden de Schotse theemagnaat Sir Thomas Lipton en de Amerikaanse multimiljonair Harold Stirling ‘Mike’ Vanderbilt om de America’s Cup. De Rainbow van de Nederlandse vastgoedondernemer Chris Gongriep moet volgend jaar worden opgeleverd, want dan volgt een intensief trainingsprogramma. In 2012 zeilen oude en nieuwe J-jachten voor de Britse kust ter opluistering van de Olympische Spelen.

Nederlandse ontwerpers en werven spelen een hoofdrol in de revival van de J-klasse. „Wij hebben goede hoop dat we naast de Rainbow nog een schip uit de J-klasse gaan bouwen”, zegt Van Ineveld.

De Rainbow is gemaakt door Bloemsma Aluminiumbouw, een werf in het Friese Makkum waar veertien mensen werken. De romp is gebouwd naar het lijnenplan uit de jaren dertig maar met de moderne techniek. „Door een toenemende interesse in de J-klasse hebben wij de afgelopen drie jaar drie van dergelijke jachten gebouwd”, zegt Joachim Kieft van Bloemsma Jachtbouw. „En de vierde staat op stapel”. Door specialisatie zegt de botenbouwer minder last te hebben gehad van de economische crisis.

Een tijdlang was de trend in de internationale jachtbouw ‘groot, groter, grootst’. „De lengte van de schepen schoot door naar zestig, zeventig meter”, zegt Van Ineveld van Holland Jachtbouw. „We zien – door de economische recessie – een tendens dat we meer naar afmetingen van dertig tot vijftig meter gaan. Dat kunnen wij goed behappen. Die ontwikkeling is voor ons een geluk bij een ongeluk.”

In 2009 zijn, volgens het jaarverslag van scheepsbouw Nederland, 19 superjachten opgeleverd met een waarde van 600 miljoen euro. Een gemiddelde prijs van 31,6 miljoen. In vergelijking met twee jaar eerder tekent zich de economische recessie – toen bedroeg de waarde van de omzet één miljard euro. De orderportefeuille omvatte eind december 77 superjachten, goed voor een waarde van 2,7 miljard euro.

Door de financiële crisis stellen banken hogere eisen aan de financiering van jachten. „In het verleden was een effectenportefeuille vaak genoeg om relatief makkelijk een lening te krijgen”, zegt jachtmakelaar Ad van der Vliet. „Inmiddels stelt een aantal banken hogere – en reële – eisen om het belang van bank en cliënt beter te waarborgen.” Doordat er minder makkelijk een lening wordt verstrekt, worden er minder transacties gesloten.

Op de wereldranglijst van in opdracht gebouwde jachten neemt Nederland – met de Verenigde Staten en Nieuw Zeeland – een vooraanstaande plaats in. De grote namen bij de zeiljachtenbouwers zijn naast Holland Jachtbouw, Jongert in Medemblik, Vitters in Zwartsluis en Huisman in Vollenhove. Van deze vier werven heeft Huisman onbetwist de grootste naam.

Het familiebedrijf begon in 1884 met de bouw van houten vissersboten, de zogenoemde Vollenhovense bollen. Het bedrijf ging met zijn tijd mee en begon in de jaren zestig als een van de eerste in Europa met de bouw van aluminium wedstrijdschepen. In korte tijd bouwde Huisman een grote naam op, vooral dankzij Connie van Rietschoten die met zijn in Vollenhove gebouwde Flyers tweemaal de Whitbread-race won. Het bedrijf heeft niet veel last gehad van de crisis, zegt Farouk Nefzi, woordvoerder van branchevereniging Hiswa. „Huisman had voordat de crisis begon een dikke orderportefeuille.” Wie voor de crisis een jacht bestelde, kreeg het gemiddeld vier jaar later opgeleverd. Inmiddels melden zich in Vollenhove potentiële opdrachtgevers uit de snel groeiende economieën zoals Brazilië, Rusland, India en China.

Nederland heeft, volgens Nefzi, in deze markt een aandeel van wereldwijd 35 procent. In de kleine jachtbouw, schepen onder de 24 meter, is het aandeel volgens hem ongeveer 3 procent.

Op dit moment telt Nederland ongeveer 180 bedrijven die pleziervaartuigen tot 24 meter bouwen. Bij deze bedrijven werken in totaal circa 1.500 mensen, zegt Gerwin Klok van de branchevereniging Nederlandse Jachtbouw Industrie. Volgens schattingen, want exacte cijfers ontbreken, lag de werkgelegenheid twee jaar geleden toen tot twintig procent hoger. De sector maakt veel gebruik van gespecialiseerde toeleveranciers als jachtschilders en installateurs, wat aanvullende werkgelegenheid creëert voor naar schatting 2.000 mensen.

In de periode 2006 tot medio 2008 maakte de sector een ongekende hausse mee, waarbij de levertijden opliepen tot twee jaar. Door de internationale kredietcrisis stortte de markt in. Opdrachten werden aangehouden of zelfs geannuleerd en in plaats van nieuwbouw werd besloten tot verbouw. Inmiddels trekt de vraag voor pleziervaartuigen tot 24 meter weer aan. Ook herstelt de markt voor gebruikte schepen, zegt Gerwin Klok, waarbij het prijsniveau 20 tot 30 procent lager ligt in vergelijking met 2008.

Feadship in de Kaag en Aalsmeer, Amels in Makkum en Ocean Co in Alblasserdam vormen de topdrie van de Nederlandse motorbootwerven. Feadship is een samenwerking van de scheepswerven Royal van Lent en Koninklijke De Vries Scheepsbouw. Het bedrijf is in 1949 opgericht om de export van Nederlandse (super)jachten te promoten. Onbetwistbaar boegbeeld is op dit moment de Predator. Een 73 lang jacht met een zogenoemde bijlboeg, een boeg die zich kenmerkt door een achterlopende steven en een relatief hoog en smal voorschip. Het schip snijdt het water als het ware doormidden en blijft daarbij met de boeg in het water. Daardoor is het vaartuig minder gevoelig voor golfbewegingen.

„Wij hebben geen enkele last gehad van de economische recessie”, zegt woordvoerder Francis Vermeer. „De rijken der aarde willen zich blijven ontspannen op een jacht. En die jachten bouwen wij.”

Feadship produceert voor een groot deel voor de buitenlandse markt, de Nederlandse sloepenbouwers voor de binnenlandse markt. De sloep, van origine een bootje dat op het dek van een groter schip werd meegevoerd, wordt steeds populairder op de Nederlandse wateren en de grachten van de grote steden. De vier grote Nederlandse sloepbouwers zijn Interboat in Loosdrecht en Maril, Antaris, Makma. Sinds dit jaar is de productie van deze laatste drie sloepen ondergebracht in één werf in Woudsend, waar 75 mensen werken. Per jaar worden er in Nederland zo’n duizend nieuwe sloepen verkocht, schat commercieel directeur Klaas Schiphof. Het aandeel van Maril, Antaris, Makma is ongeveer veertig procent. 2009 was, volgens Schiphof, nog „een echt recessiejaar, maar de productie en verkoop trekt nu goed aan”. Daarbij verschuift het aankoopgedrag naar de kleinere sloepen van vijf à zes meter (kostprijs ongeveer 22.000 euro). En wanneer er een grote sloep wordt verkocht, dan wordt die vaak zeer luxueus opgeleverd waarbij de prijs kan oplopen voor een sloep van elf meter tot 300.000 euro.

Concurrent Interboat verkoopt dit jaar ongeveer 200 sloepen en heeft daarmee het prerecessie niveau weer gehaald. „En dan heb ik het effect van Sail nog niet verdisconteerd”, zegt directeur Jerry Schuiten. Het zeilevenement levert altijd weer een extra vraag op. „Amsterdam is de sloepenstad bij uitstek – dat wordt deze dagen weer duidelijk. En dat trekt mensen vaak onder de streep om een sloep te kopen.”