Speckknödel

Deze gepocheerde broodballen met spek dienen als vulling voor een krachtige runderbouillon, maar worden ook wel gegeten op een salade van witte kool, aangemaakt met azijn, olie en karwijzaad. Als u niet aan Tirools spek kunt komen, kies dan voor iets dikker gesneden Schwarzwalder Schinken of Ardennerham.

Voor 8 à 10 knödel:150 gram oudbakken brood zonder korst (gewogen zonder de korst), in dobbelstenen50 gram Tiroler Speck (of ham, zie boven), klein gesneden1 ei100 à 125 ml melk10 gram boter1 sjalotje, gesnipperd1 eetlepel bloemeen greepje peterselie, fijngehakt

Hussel het brood samen met het spek in een grote kom. Klop het los met 100 ml melk en een flinke snuf zout en schenk over het broodmengsel. Schep even om en laat een half uur staan. Smelt de boter in een klein pannetje en fruit hierin zachtjes de sjalot tot hij glazig ziet. Laat even afkoelen. Breng intussen een grote pan met water aan de kook en voeg royaal zout toe. Voeg de gefruite sjalot, de bloem en peterselie toe aan de overige ingrediënten en meng alles met schone handen tot een samenhangende brij. Voeg zo nodig extra melk toe. Vorm stevige ballen ter grootte van een flinke bitterbal. Kook de knödel in 10 à 15 minuten gaar in het (niet al te hard kokende) gezouten water.