Schaken in 3D

Gamen is een sport, net zoals schaken. Het Nederlandse team doet dit weekeinde mee aan het officieuze EK Gamen. „We zijn waar het voetbal 150 jaar geleden was.”

De vijf beste Nederlandse teamspelers van de futuristische schietgame Quake Live hebben nog maar een paar dagen tot het officieuze EK Gamen begint, maar toch lukt het de teamleden niet om voor een oefenpotje allemaal tegelijkertijd achter een computer te zitten.

Zo gaat het vaker, legt Ben Siebert (22, alias ‘Sc00T’), de „zelfbenoemde woordvoerder” van het team, uit in zijn appartement in Den Bosch. Vorige week bijvoorbeeld. Een teamlid dat nog bij zijn ouders woont, moest op het laatste moment een trainingssessie afzeggen, omdat er plots toch visite bleek te komen op moeders verjaardag.

De teamgenoten hebben elkaar nog nooit in het echt ontmoet, dat zal bij het EK Gamen, in Keulen dit weekend, voor het eerst gebeuren. Via de chat overleggen ze en bespreekt het team de trainingssessies.

Dat gaat ongeveer zo:

<@tuaa> dm14 was ik echt een fragvoer

<@tuaa> elke spawn 2/3 nmies

<@Silencep> soms gaat et gewoon zo

<@Silencep> kan je weinig aan doen

<@tuaa> ja maar voelt zo naar

<@tuaa> eerst dm6 verliezen close

<@tuaa> en dan ownen op dm20

Als ze nou meer zouden trainen, als ze nou professioneler waren, dan waren ze de beste Quake-spelers ter wereld geweest, denkt Siebert. Dan hadden ze er misschien zelfs veel geld mee kunnen verdienen „Maar ja, waar begin je? Het is allemaal niet zo goed geregeld.”

Als gamen een officiële sport was, dan zou de stap naar professionalisering echt gemaakt kunnen worden, zegt Jasper Schoo. Hij is voorzitter van de Elektronische sportbond (E-sportbond), de Nederlandse gamebond. Gameonderzoeker David Nieborg van de Universiteit van Amsterdam valt hem bij: „Er zijn spelers, teams, wedstrijden, toernooien. Als curling een sport kan zijn, dan kan gamen het ook. En als gamen een sport wordt, kan dat echt iets openbreken.”

Daarvoor is lidmaatschap van sportkoepel NOC*NSF nodig, legt Schoo uit. Met als uiteindelijk doel: een landelijk opgezette, gereguleerde gamecompetitie, vastgestelde spelregels en een officieel EK en WK gamen. En via NOC*NSF gegenereerde subsidies om professionele gamers te faciliteren en te helpen met een gamecarrière. Schoo: „Om te kunnen concurreren met de grote jongens is geld nodig.”

De NOC*NSF staat niet onwelwillend tegenover een lidmaatschap van de Nederlandse gamebond, zo laat woordvoerder Geert Slot weten. „We werken graag mee aan de ontwikkeling van een sportbond voor games. Ze zijn nu waar voetbal 150 jaar geleden was. Maar het kan snel gaan.”

Op dit moment zijn er maar een paar professionele gamers in Nederland. Zoals Sander Kaasjager (spelersnaam ‘Vo0’), die ooit 100.000 euro won in een toernooi van het spel Painkiller, en tijdelijk even gestopt is met gamen. Of World of Warcraft-speler Manuel Schenkhuizen (‘Grubby’), die een fanpagina op Facebook heeft en de hele wereld rondreist.

Voorlopig zijn zij de uitzonderingen. De meeste getalenteerde Nederlandse gamers zijn gewone jongens, met een baan of een studie, die af en toe wat bijverdienen met een toernooitje. Zoals Ben Siebert, die gewoon thuis speelt als hij klaar is met zijn colleges informatiekunde. Nu, in de zomervakantie met een belangrijk toernooi op komst, oefent hij twintig tot dertig uur per week. Maar normaal komt hij niet verder dan maximaal drie uur per dag.

Siebert heeft een huis zoals je je dat bij een gamer voorstelt. Weinig licht, zwart geschilderde muren. Een zakelijke, functionele inrichting met de computer als middelpunt in de woonkamer. Een door Sieberts moeder uit hout gezaagde olifant fleurt de kamer een beetje op. Zelf voldoet hij minder aan het clichébeeld van een gamer. Hij praat makkelijk, open. Vertelt over zijn familie en vrienden en dat hij het belangrijk vindt om ze genoeg te blijven zien.

Ook al is Siebert de op één na beste Quake-teamspeler van Nederland, hij verdient bijna niks met het spel. Van de duizend euro die hij dit jaar met toernooien bij elkaar speelde, is pas tweehonderd euro uitgekeerd. Een vaker gehoord probleem binnen de gamewereld: bij gebrek aan een controlerende instantie keren toernooien vaak het prijzengeld niet uit. Soms wordt er vals gespeeld, de regels zijn niet altijd duidelijk.

Dit weekeinde moet de grote klapper worden voor Siebert. Als het Nederlands team wint, krijgen ze 3.000 euro. De EK-voorrondes zijn al via internet afgewerkt. In Keulen wordt de finale gespeeld, tegen Zweden. Met publiek.

Om even te laten zien wat hij kan, speelt Siebert drie zogenaamde ‘team deathmatches’, tegen willekeurige tegenstanders over de hele wereld die op dat moment online zijn. Siebert kent ze wel. Er is een Wit-Rus, een Duitser, iemand uit Kazachstan. Veel spelers uit het Oostblok. Hij speelt achter zijn gewone computer, met normaal toetsenbord en muis. Een gamer heeft niet veel meer nodig dan een snelle pc en het spel dat hij wil spelen.

De spelers worden verdeeld over twee teams van vier spelers, die elkaar in een virtuele arena te lijf gaan met wapens. Het team dat na twintig minuten het vaakst een tegenstander heeft uitgeschakeld, wint.

Via een microfoon communiceert Siebert met zijn medespelers. Dat gaat met korte zinnen, monotoon en in razend tempo.

Quad area lost

Enemy got quad at 39

Red is safe

Two here now

Very nice

Ondertussen vliegen zijn vingers over het toetsenbord, de muis klikt onophoudelijk. Op het scherm springt het karakter dat Siebert bestuurt door grijze futuristische gangen, op zoek naar tegenstand. Soms vertraagt hij even, zodat de tegenstander hem niet hoort. Om dan weer te versnellen, om vijanden in verwarring te brengen. Ondertussen pakt hij schilden en wapens op, die om de zoveel seconden verschijnen. Alles wordt achteraf door Siebert uitgelegd, het spel zelf is voor een toeschouwer eigenlijk niet te volgen.

Het inmiddels ruim tien jaar oude spel Quake ziet er grijs en blokkerig uit. En dat is de bedoeling, legt Siebert uit. Een echte gamer houdt helemaal niet van mooie, strak vormgegeven spellen zoals je ziet in de reclames. Een echte gamer kijkt niet naar de schil. Die leidt alleen maar af.

Quad damage

Control level

48

I’m dead

Elke keer als Siebert sterft in het spel, ongeveer elke tien seconden, zucht en verzit hij even. Als een sporter die even uitblaast van een inspanning. Om zich vervolgens weer op te laden.

Of gamen een sport is, daar kan volgens gameonderzoeker David Nieborg van de Universiteit van Amsterdam geen twijfel over bestaan. „Je kunt beter de omgekeerde vraag stellen: waarom is het géén sport?”

Gamen vergt veel vaardigheid en talent, benadrukt Nieborg. Zo veel meer dan mensen denken. De omgang met techniek, snelheid. Nadenken, anticiperen. „Gamen is een hightech sport.”

Fanatieke gamers zouden een betere hand-oogcoördinatie, een hogere reactiesnelheid en een beter probleemoplossend vermogen hebben. Communicatiewetenschapper Jeroen Lemmens van de Universiteit van Amsterdam, gespecialiseerd in games, geeft een voorbeeld: „Stel, je zet iemand voor een beeldscherm en laat een grote hoeveelheid ballen door het scherm stuiteren. Iemand die veel computerspellen speelt, kan accurater zeggen hoeveel ballen er zijn gepasseerd.”

In het dagelijkse leven niet bijzonder nuttig, geeft Lemmens toe: „Gamers trainen vooral om beter te worden in gamen.” Maar dat is volgens Lemmens misschien ook inherent aan sport. „Schakers worden door veel schaken ook vooral beter in schaken.”

En bij schakende jongeren wordt, in tegenstelling tot bij games, niet geklaagd dat ze zo weinig bewegen, vult Nieborg aan. „Zou iemand ooit tegen schaker Gary Kasparov hebben gezegd: leuk hoor dat je grootmeester bent, maar zou je niet eens wat vaker naar buiten gaan?” Schaken wordt volgens Nieborg vooral als sport gerespecteerd, omdat mensen weten hoe moeilijk het is. „Maar het spelen van een computerspel is niet zo heel veel anders. Gamen is eigenlijk schaken in 3D.”

De vraag is of de, vaak hoogopgeleide, gamers zelf wel iets zien in een professionele gamesport. Quake-speler Ben Siebert moet eigenlijk niet denken aan een carrière als gamer, vertelt hij als we hem op het chatkanaal van zijn spel nog een keer spreken.

<StijnBronzwaer> Lijkt het je wat, professioneel gamen?

<LLL`Sc00T`> Het spel dat wij spelen heeft niet veel mensen om tegen te spelen

<LLL`Sc00T`> En zeker als je op hoog niveau speelt, zijn de oefenpartners schaars. Als ik dan professioneel moet spelen, denk ik aan acht uur oefenen per dag, tegen dezelfde spelers. Dat is niet dynamisch genoeg om lang vol te houden

<LLL`Sc00T`> Daarnaast studeer ik zelf gewoon en zie ik gamen als iets leuks dat ik naast mijn studie doe

<LLL`Sc00T`> Ik zie geen ‘nut’ in gaming

<StijnBronzwaer> Maar is dat niet inherent aan sport? Ik bedoel, wat is het nut van voetbal?

<LLL`Sc00T`> Precies, dat is er niet, naast wat entertainment. Daar heb ik niet voor gestudeerd.