Ricco?

De Nederlandse wielerploeg Vacansoleil contracteerde afgelopen week de Italiaan Riccardo Ricco, die twee jaar geleden als dopingzondaar uit de Tour de France werd gehaald. Verstandig?

Ivo van Hilvoorde, sportfilosoof en dopinglibertijn: „Ik ben kritischer ten opzichte van het dopingbeleid dan tegenover Ricco. De regel is dat wie gepakt wordt, een schorsing krijgt. En dan mag je ook terugkeren. Alleen zijn de spelregels niet eenduidig. Sommigen kunnen probleemloos terugkeren en anderen niet. En de straffen zijn niet voor iedereen gelijk. Ricco had zijn imago niet mee en hij gebruikte een toen nieuwe vorm van doping, dus hij werd echt uitgespuwd. Volgens mij keert hij weer aan de top terug, zoals Vinokoerov. Mensen verbaasden zich bij hem over de snelheid waarmee hij weer op niveau kwam, maar daar zijn twee mogelijk oorzaken voor te bedenken. Hij was sowieso heel erg goed en waarschijnlijk wordt het effect van doping structureel overdreven. Het kan natuurlijk ook dat er weer een nieuwe vorm van doping op de markt is. Die opschudding maakt het ook mooi en levendig.”

Walter Godefroot, ex-renner en -ploegleider, van onder anderen Jan Ullrich: „In onze Westerse beschaving mag iedereen die een straf heeft uitgezeten opnieuw beginnen. Daar sta ik achter. Vroeger zou ik iemand ‘aangebrand’ als Ricco nooit in mijn ploeg halen, maar de tijd dat ploegen zondaars weren is voorbij. Persoonlijk zie ik Ricco niet graag terugkeren. Ik vind het een arrogant baasje. Hij heeft zich erg onsympathiek gemaakt. Ivan Basso kreeg makkelijker sympathie en begrip: hij biechtte op en mocht met een schone lei beginnen. En hij schreeuwde vroeger nooit hoe goed hij was. Iedereen spreekt altijd over schade voor het imago van het wielrennen, maar dat vind ik overdreven. Marion Jones zat na de Balco-affaire ook in de gevangenis. Was dat zo slecht voor de atletiek? Wielrennen is een spiegel van de maatschappij. Er zullen altijd mistoestanden zijn.”

Herman Ram, voorzitter Dopingautoriteit: „Op de eerste plaats is er niets aan de hand. Hij heeft zijn straf uitgezeten en hij mag nu weer meedoen. Daar heb ik ook vanuit het oogpunt van de Dopingautoriteit geen problemen mee. Ik vind ook dat hij niet nog meer gestraft moet worden door hem bijvoorbeeld na de schorsing niet direct toe te laten op het hoogste niveau. De andere kant is de manier waarop de sport ermee omgaat. Elke ploeg moet dat voor zichzelf bepalen, maar mij lijkt het niet verstandig de indruk te wekken dat doping small business is. Het kan erg schadelijk zijn voor de sport als ploegen overtredingen op dit gebied niet serieus nemen. Maar elke sport bepaalt zelf welke consequenties zij trekt ten aanzien van sporters die de regels overtreden.”

Marc Lotz, oud-wielrenner en ex-dopinggebruiker: „Als ploegleider zou ik hetzelfde doen als Vacansoleil. Zo’n renner als Ricco moet je er gewoon bij hebben. Het moet gewoon verantwoord zijn voor de sponsor. Hij heeft recht op een terugkeer, hij heeft zijn twee jaar straf gedaan. Nu moet hij niet proberen nog gekke dingen te doen. Volgens mij keert hij terug aan de top, maar wegrijden zoals toen wordt moeilijk. Het zal met een tandje kleiner zijn. Zijn voordeel is dat hij jong en ambitieus is. Dat had ik niet. Toen bleek dat ik niet direct een contract kon krijgen, heb ik beslist om mijn studie af te maken. Nu fiets ik voor het plezier. Het enige verschil is dat er geen mensen langs de kant staan en dat je niet in de krant verschijnt.”

Jean-Marie Leblanc, oud-Tourdirecteur: „Ik ben al een tijdje uit het milieu, maar ik kan alleen maar zeggen dat ik het lamentabel vind voor de wielersport dat iemand als Ricco zomaar een nieuwe ploeg kan vinden. Dat geldt trouwens ook voor Vinokoerov en nog veel anderen. Waar staan we dan met de strijd tegen doping? Monsieur Ricco heeft zo hard gelachen met de wielersport, dat zijn terugkeer zeker geen goeie zaak is. Ik keur ook ten zeerste de mentaliteit af van diegenen die verantwoordelijk zijn voor zijn retour. De sportieve en ethische argumenten zijn helemaal ondergeschikt aan de economische belangen. Heel triestig vind ik dat.”