'Op Schiphol weten ze niet wie we zijn'

Met gemengde gevoelens neemt Ed Engelkes vandaag in Wit-Rusland afscheid als interim-bondscoach van het Nederlandse vrouwenelftal. „We hebben kansen laten liggen”, zegt hij.

Toen Ed Engelkes in 2004 werd gevraagd om assistent-bondscoach te worden van de Nederlandse voetbalvrouwen, aarzelde hij lang. Hij had een leuke baan als medewerker voetbaltechnische zaken van de KNVB in Amsterdam. En hij was bang dat hij niet meer van het predicaat ‘vrouwencoach’ zou afkomen. „Mijn vrouw trok mij over de streep”, grinnikt hij. „Ze zei: ‘Je vindt het leuk met een groep op het veld te staan. Wat maakt het nou uit of het mannen of vrouwen zijn?’”

Engelkes (46) heeft nooit spijt gehad van zijn overstap, al wil hij op termijn wel weer in het mannenvoetbal aan de slag. „Mijn toekomst ligt niet in het vrouwenvoetbal”, zegt de trainer die na het ontslag van Vera Pauw, begin april, naar voren werd geschoven als ad interim. Engelkes wil graag bondscoach van het Nederlands vrouwenelftal worden, maar heeft nog niets van voetbalbond KNVB vernomen. „Wij hebben geen haast”, liet manager voetbaltechnische zaken Piet Hubers enkele weken geleden in deze krant weten. „Nauwkeurigheid prevaleert boven snelheid.”

Waarom hij (nog) niet werd gevraagd Pauw definitief op te volgen, weet Engelkes niet. Hij heeft zichzelf de afgelopen jaren voldoende bewezen, vindt hij. In het topvoetbal voor vrouwen spreekt hij een aardig woordje mee. „Als ik in deze fase nog moet uitleggen waarom ik geschikt ben voor de functie, dan weet ik het niet meer”, zegt de coach die na vandaag zijn taken neerlegt. Met de KNVB sprak hij af dat hij de kwalificatiereeks voor het WK van 2011 in Duitsland zou afwerken. En dat heeft hij vanavond gedaan, na het kwalificatieduel in en tegen Wit-Rusland.

„Natuurlijk levert zo’n wedstrijd gemengde gevoelens op”, zegt Engelkes aan de vooravond van zijn vertrek naar Molodechno. „Vandaag hebben we enthousiast met de groep getraind. Tegelijkertijd weet ik dat dit waarschijnlijk mijn laatste wedstrijd met het nationale elftal zal worden. Los daarvan is het ook moeilijk te verteren dat wij volgend jaar waarschijnlijk niet op het WK in Duitsland spelen. De kans dat wij de eindronde halen is nihil.”

Na het EK-debuut in Finland, waar vorig jaar de halve finales werden bereikt, kon Nederland het hoge niveau niet vasthouden. Kort na het toernooi won Noorwegen het eerste WK-kwalificatieduel met 3-0. En hoewel de jonge ploeg een week later met 13-1 over Macedonië heen walste, waren de kansen op het behalen van de eindronde in feite verkeken. „Je bent nooit kansloos, maar we hebben het daar in Noorwegen wel laten liggen”, geeft Engelkes toe. „In twee, drie minuten tijd hebben wij de kwalificatie voor het WK verspeeld.”

Het team heeft de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt, onderstreept hij. Toplanden als Engeland, Spanje en Noorwegen komen, qua niveau, binnen bereik. Maar Engelkes heeft ook het gevoel dat na ‘Finland’ kansen onbenut bleven. „Mensen vragen sindsdien vaak of het ontwikkelingsproces gestokt is. ‘Hebben jullie een rustpauze’, klinkt het dan.” De coach maakt zich wel eens zorgen dat de voormalige succesploeg een eendagsvlieg wordt. „Het zou toch doodzonde zijn als ons sterke debuut op een eindtoernooi geen vervolg krijgt.”

Met enige weemoed praat Engelkes, die ook de vrouwen van meervoudig landskampioen AZ coacht, over de ervaringen in Finland. De massale media-aandacht, de hoge kijkcijfers (de halve finale werd in Nederland door 1,6 miljoen mensen bekeken) en de enthousiaste reacties van voetballiefhebbers op straat. „Als we nu in ons trainingspak op Schiphol lopen, weten mensen vaak niet wie wij zijn. Eredivisiewedstrijden worden al een tijd niet meer uitgezonden. En ja, de nieuw verworven A-status van NOC*NSF loopt in februari ook af.”

Zonder podium slinkt de supportersschare, weet Engelkes. Maar breng daar maar eens verandering in, in een tijd dat het overgrote merendeel van de Betaald Voetbal Organisaties (BVO’s) met financiële problemen kampt. „Bij veel BVO’s is de geldkraan de afgelopen jaren dichtgegaan. Alle aandacht gaat uit naar het mannenvoetbal, maar de problemen dáár zijn meteen voelbaar bij de vrouwen. Clubs met een vrouwenafdeling worden flink gekort, omdat die afdelingen relatief duur zijn. En omdat de opbrengsten, door gebrek aan onderzoek, nauwelijks zichtbaar zijn.”

Zo beschouwd kwam het vertrek van Pauw op een ongelukkig moment. Voor de KNVB, maar ook voor de speelsters, wier toekomst ongewis is. Volgens Engelkes hebben zij in sportief opzicht niet onder haar afscheid geleden („coaches zijn nu eenmaal vervangbaar”), maar heeft Pauws besluit er emotioneel wel zwaar in gehakt. „Vera heeft zich in haar zes jaar als bondscoach helemaal gegeven. Ze stelde zich open en kwetsbaar op, en kreeg daar van haar speelsters veel vertrouwen voor terug. Als zij er dan plotseling uitstapt, komt dat hard aan.”

Als assistent-bondscoach vond Engelkes het zwaar om zijn collega „kapot te zien gaan” aan haar eigen onvrede over de toenemende invloed van buitenstaanders op de ontwikkeling van haar sport. „Het is erg om zoiets van nabij mee te maken. Je wilt iets doen, maar je weet niet wat. Ik was een toeschouwer, stond langs de zijlijn. En dus probeerde ik een beetje te bufferen.” Voordat Engelkes haar taken overnam, vroeg hij Pauw eerst om ‘toestemming’. „Zelf heb ik ook even overwogen mijn functie neer te leggen. Maar dat was, gezien mijn persoonlijke situatie, niet verstandig geweest; ik ben niet financieel onafhankelijk.”

De afgelopen maanden had Engelkes veel baat bij de lessen die hij opdeed als sportinstructeur in het Amsterdamse huis van bewaring, vlak na zijn opleiding aan het CIOS, het Centraal Instituut Opleiding Sportleiders. „Als je in zo’n omgeving werkt, word je vanzelf flexibel en creatief”, vertelt hij. „Dan raak je niet meer zo snel in de war op het moment dat zaken anders lopen dan je had gehoopt.”

Mocht de voetbalbond Engelkes toch vragen om bondscoach te worden, gaat er dan veel veranderen onder zijn leiding? „De hoofdlijn blijft hetzelfde”, zegt hij. „Maar op bepaalde punten zal ik het anders aanpakken dan Vera.” De ploeg komt in een nieuwe fase, legt Engelkes uit. En hij is een andere persoonlijkheid dan zijn voorgangster. Op de vraag hoe, zegt de coach na lang aandringen: „Misschien dat ik in sommige opzichten wat vrijer ben.”