Opinie

    • Michelle van Tongerloo

Patiënten, klaag alsjeblieft niet te snel

Veeleisende patiënten klagen bij hun artsen. Dat maakt de zorg niet beter, schrijft .
Foto iStock

Er worden steeds meer klachten tegen artsen ingediend in de gezondheidszorg. Patiënten willen hiermee bereiken dat zij betere zorg ontvangen, maar in de praktijk gebeurt precies het tegenovergestelde en gooien ze hun eigen glazen in. Waarom doen ze het dan toch?

Afgelopen zomer werd er een zaak in behandeling genomen door het Medisch Tuchtcollege van een moeder die een jeugdarts aanklaagde, omdat zij vond dat de arts haar onvoldoende had geïnformeerd over het ontwikkelen van autisme na het krijgen van vaccinaties. Hoewel het nooit bewezen is dat je van vaccinaties autisme zou kunnen krijgen, is dit niet het opmerkelijkste. De vrouw had de jeugdarts om deze reden in 2016 namelijk eerst neergestoken, waarná zij alsnog een tuchtrechtelijke klacht aanspande, die in behandeling werd genomen.

De patiënt is blijkbaar zo almachtig geworden dat een arts geen bescherming mag verwachten in het overgejuridiseerde krachtenveld van klagende patiënten, ophitsende belangenorganisaties en graaiende letselschade-advocaten. Aan de arts worden belachelijke eisen gesteld, aan de patiënt geen.

Een tijd terug werd ik op de huisartsenpost aangevallen door de zoon van een dame van 85 jaar. Ze kwamen op de huisartsenpost voor een ‘second opinion’. De specialist bij wie zij onder behandeling was, weigerde een MRI-scan te vervaardigen voor chronische pijn in haar rug. Hij eiste dat ik haar direct doorverwees. Toen ik haar op haar rug klopte om te onderzoeken of zij aanwijzingen had voor botbreuken, duwde de zoon mij hardhandig weg en dreigde mij te slaan. Een paar dagen later diende hij een klacht in. Toen we voor de klachtenfunctionaris stonden, viel hij mij opnieuw aan toen ik mijn kant van het verhaal vertelde. Terwijl ik mijzelf in veiligheid bracht keek ik de klachtenfunctionaris vertwijfeld aan: was het ook niet haar taak mij te beschermen? Haar antwoord gaf ze door niet in te grijpen.

De zoon duwde mij hardhandig weg en dreigde mij te slaan.

Toen ik een paar weken later een andere onzinnige klacht kreeg, besloot ik de macht terug te grijpen. Een patiënt stond boos voor me omdat ik haar geen stoel had aangeboden in een vorig consult. Dat had ik inderdaad niet gedaan: vanwege diverse botbreuken kon zij lastig zitten. Toen ze me een A4’tje met haar klachten aanbood, opende ik de deur van mijn spreekkamer en wenste haar veel succes met de gang naar de tuchtrechter. Als patiënten zich als kleuters gaan gedragen moeten ze soms naar de gang.

Niemand wil zo met zijn patiënten omgaan. Afstandelijkheid volgt. Artsen worden defensiever en besteden meer van hun tijd aan onzinnige diagnostiek en dossiervorming. Er is onvoldoende tijd dit naast je spreekuur te doen, waardoor je vaak meer dan de helft van je consult staart naar een computerscherm. Overbodige diagnostiek brengt ook extra onzekerheid bij de patiënt teweeg: kleine diagnostische afwijkingen die waarschijnlijk niks te betekenen hebben, maar waar wel iets mee moet worden gedaan. Dit resulteert in stijgende hoeveelheid doorverwijzingen en zorgkosten. En waar haalt de zorgverzekeraar deze extra kosten vandaan? Juist, bij de patiënt.

De natuur is onvoorspelbaar en uiteindelijk altijd desastreus, daar kan geen dokter tegenop. Maar in een samenleving waar gezond en gelukkig zijn de nieuwe standaard is, wordt dat niet geaccepteerd. Zo bevindt de arts zich in de onmogelijke situatie samen te moeten werken met patiënten die steeds meer eisen, boos worden als zij hier aan moeten meebetalen en maar één uitkomst willen zien. Lukt dat niet, dan dreigt de klacht. Maar de prijs die zij betalen is veel hoger dan ze denken: het verslechtert hun gezondheidszorg.

Beste patiënten: als jullie willen dat er in de toekomst een dokter aan je bed verschijnt, bedenk dan goed of klagen echt nodig is.

    • Michelle van Tongerloo