Ik ben niet soft, maar heb nu grote zorgen

Erkal Üçerler (58) staat bekend als hardliner. Maar de uit Turkije afkomstige CDA’er is nu bang dat Nederland de gematigde moslims „kwijtraakt”, omdat zijn partij onderhandelt met de PVV. In de jaren 80 pleitte hij al voor verplichte taalcursussen. Daar wilde zijn partij toen niet aan. „Als ze dat eerder had gedaan, hadden we veel minder problemen gehad. Het CDA had het meer moeten hebben over verplichtingen die horen bij de opvoeding van kinderen, harder stelling moeten nemen over veiligheid. Bepaalde jeugdgroepen kunnen we niet meer aan. Breng ze naar opvoedingskampen. We hebben de realiteit te laat ingezien.

„We hebben jarenlang geaccepteerd dat mensen afgeschreven werden voor de arbeidsmarkt. Laat mensen werken in het bejaardenhuis, in de groenvoorziening. Dat draagt bij aan hun eigenwaarde. We moeten ook voor beter onderwijs zorgen.

„Ik ben tegen een softe aanpak. Je moet kosten verhalen op ouders van criminele jongeren. Wat dat betreft ben ik hoopvol over een rechts kabinet. Maar over integratie en moslims heb ik grote zorgen. Wilders wil islamitische scholen sluiten, geen moskeeën bouwen. Dat wil ik niet in een akkoord zien. Etnische registratie is ook uit den boze. Ik kan me niet indenken dat mijn kinderen die hier geboren zijn dat stempel krijgen. Met registratie stempel je ze. Mijn kinderen voelen zich nog Nederlandser dan ik. Dat breek je af. Het CDA wordt verdacht voor gematigde moslims.

„Er worden nu natuurlijk vragen aan CDA’ers gesteld over de onderhandelingen met de PVV. Het zit heel veel mensen dwars. Daarom heb ik ook het manifest daartegen ondertekend. We geven Wilders een vrijbrief. Hij zal blijven zeggen wat hij wil.”

In 1974 kwam Üçerler naar Nederland. In 1991 werd hij lid van het CDA. Samen met anderen begon hij het intercultureel beraad, een voorloper van de CDA-organisatie Kleurrijk. Sinds 1997 zit Üçerler in de gemeenteraad van Breda, tussendoor was hij ook Statenlid in Noord-Brabant. „Lokaal voel ik me als een vis in het water bij het CDA. Maar ik mis landelijk de binding met allochtonen. Het lijkt alsof wij in een vicieuze cirkel zitten. Dat mensen alsmaar een uitkomst zien in hard optreden en mensen moslims alleen maar associëren met kwade zaken.”