Het seculiere karakter van Turkije is kunstmatig

Fred van Staden grijpt het pleidooi van de Britse premier Cameron voor een Turks EU-lidmaatschap aan voor een geostrategisch gefundeerd betoog om de stagnerende onderhandelingen vlot te trekken (Opiniepagina, 12 augustus). Hij constateert een impasse in het toetredingsproces, maar gaat vrijwel niet in op het waarom ervan: het feit dat Ankara niet aan een aantal cruciale voorwaarden wil voldoen. Om te beginnen is er de kwestie-Cyprus. Het is zeker niet zo dat de schuld voor de onoplosbaarheid eenzijdig bij Ankara ligt. Maar men kan onmogelijk een nieuw land toelaten dat weigert een huidige lidstaat te erkennen.

Omgekeerd is het opgeven van Turks Cyprus voor Ankara een brug te ver. Van Staden gaat aan het basisprobleem voorbij dat de gebruikelijke Europese parameters voor vooruitgang voorbij de Bosporus niet opgaan. Atatürk was geen Thorbecke, maar meer een kruising tussen Robespierre en Mussolini. Het seculiere, pro-westerse karakter van het moderne Turkije is in hoge mate kunstmatig, want dwangmatig. Het wordt – net als bij veel pro-westerse seculiere staten verderop, zoals Egypte – gedragen door een zelfzuchtige autocratische elite die zich aan de ‘gewone’ bevolking weinig gelegen heeft laten liggen. Politieke democratisering betekent daarmee in Turkije onvermijdelijk een zekere culturele islamisering en dus mentale verwijdering van Europa.

Zodra Turkije democratischer wordt, komen direct het Koerdische en het Armeense probleem op tafel. Dat het taboe daarop zo groot is, vloeit voort uit de angst dat Turkije mogelijk uiteenvalt – opnieuw indachtig de ervaringen in en na de Eerste Wereldoorlog, toen Atatürk met moeite wist te verhinderen dat het Turkse grondgebied tot het Anatolische binnenland werd gereduceerd.

Voor Ankara wegen deze risico’s, begrijpelijk, allemaal zwaarder dan een, hoe aantrekkelijk ook, EU-lidmaatschap. Daarom stokken de interne hervormingen. Alleen in een veel losser Europees verband zou voor het op cruciale punten onhervormbare Turkije ruimte zijn. Dat is precies de reden van het nu door Van Staden zo dankbaar omhelsde, maar niet doorgronde Turkije-enthousiasme van de Britse Conservatieven.

Thomas von der Dunk

Amsterdam