Het nut van vasten zie ik niet meer in

Van de ramadan heb ik geleerd dat je afstand moet houden tot de persoon tot wie je spreekt en dat het vlees sterker is dan welk gebod ook en zeker dan de geest, stelt Hafid Bouazza.

Illustratie TRIK

Ramadan zou een maand zijn van zelfreflectie en bezinning, van zelfbeheersing. Even los van de vraag waarom zelfbeheersing en -reflectie tot één maand in het jaar beperkt blijven, wil ik graag met de geïnteresseerde lezer mijn ervaringen met deze nomadische maand delen (‘nomadisch’ omdat hij elk jaar op een andere datum begint).

Van de vastenmaand in Marokko kan ik me niet veel herinneren, behalve de geur van de traditionele harira, de soep die, als de zon onder is, na nuttiging van melk en dadels wordt gegeten als fitr, ‘ontbijt’. Harira is een welgevulde soep en de manier van bereiden verschilt per streek in Marokko. Johannes van Dam heeft het wel eens gemaakt en hij deed dat uitstekend, al blijft natuurlijk moeders harira de beste.

‘Ontbijten’ betekent letterlijk voor het eerst bijten. Het Engelse ‘breakfast’ is het equivalent van fitr: vasten verbreken. Dit geeft al meteen aan hoe de dag tijdens de ramadan verloopt: wat men, gastronomisch gesproken, gewoonlijk overdag doet, doet men tijdens deze maand ’s avonds. Ontbijt, lunch, diner nuttigt men ’s avonds. En voor het slapen gaan nog wat eten, als extra. En overdag heeft men honger.

Van Marokko herinner ik mij de kleurige duisternis in de stad. De lichten, de drukte, de muziek, de onvermijdelijke etensgeuren en de vrolijke mensen in de stad. Dit wordt versterkt doordat mijn geheugen de dingen beziet vanuit kikvorsperspectief, zo klein als ik was. Overdag heerste er een soort norse siësta en intolerante inertie, maar als de avond zacht maar snel nederdaalde, gelijk een indigoblauwe engel uit de hel, kwam het leven op gang. Eindelijk werd er gelachen en gerookt – niet noodzakelijkerwijs in deze volgorde.

In Nederland viel mijn eerste vasten in augustus. Een kind mag pas vasten als het de puberteit heeft bereikt. Voor het meisje wanneer ze voor het eerst ongesteld wordt en voor de jongen wanneer hij sperma aanmaakt. Dit laatste lijkt wat moeilijker vast te stellen, maar geloof me: de moeder weet de eerste vlekken van een natte droom of andere bezigheid altijd wel te spotten. Kinderen zouden wat meer privacy moeten hebben.

Als kind wilde ik al eerder mee vasten. Ik wilde erbij horen. Ik wilde niet uitgesloten worden van wat op zich een chagrijnige bedoening was die wel eens op mij werd afgereageerd (u kent dat wel: vader snauwt moeder af, moeder snauwt kind af, kind schopt een kat in elkaar), maar misschien ook het idee hebben dat ik… Laat ik het zo zeggen: ‘Ik kan al wit plassen!’

Ja, mensen worden gemelijk van honger en het feit dat moeders de vastenmaand beter leken te verdragen, begrijp ik nu ook. Het opsnuiven van de geur van vlees en het versgebakken brood en de kruiden en de groenten en de stovende walm zijn al verzadiging genoeg. Al zou volgens vrome moslims het ruiken van eten al een overtreding van de ramadan zijn. Ongetwijfeld dezelfde moslims die de hele dag slapend doorbrengen om bij zonsondergang wakker te worden. Mannen, uiteraard.

Op mijn tiende mocht ik enkele dagen vasten als voorbereiding op het echte, latere werk. Dat was toen we op ‘vakantie’ waren in Marokko. Ik beging de grote fout om mijn vasten te verbreken door een glas water te drinken. Ik kon daarna geen hap door mijn keel krijgen. Zo’n waterbuik had ik. Het was geen prettige ervaring. „Maar, Hafid, je moet ook niet direct water drinken”, vertelde iemand mij.

Had dat dan eerder gezegd.

Op mijn elfde had ik de witte periode bereikt. Ramadan begon en ik moest nu de hele maand vasten. Het was in augustus. Het was stralend weer, daar in Arkel aan de Linge en om de dag door te brengen had mijn broer een fantastisch plan bedacht. We zouden door de weiderijke omgeving van het dorp fietsen. Het moet rond de dertig graden zijn geweest. Ik had eindelijk een fiets gekregen van vader, die hij in Marokko eeuwen geleden had beloofd, een oranje fiets, en ik had leren fietsen. We gingen fietsen. De weiden lagen er vredig en gelukkig bij. De appelbomen bloosden. De Linge liet zijn rimpels masseren door de zon. Het riet keek er eerbiedig naar. We fietsten verder. Toen sloeg de dorst toe. Drinken mocht niet. Het gezicht wassen en de monden spoelen zonder een druppel in te slikken wel. Na elf kilometer stopten we in een park en wasten in het toilet onze gezicht en spoelden onze monden zonder een druppel in te slikken. Ik was hierna zo gelaafd, zo verkwikt dat mijn broer mij ervan beschuldigde een druppel te hebben ingeslikt. Ik zou mijn vasten hebben verbroken. Want de zon was – vertel mij wat – nog niet onder. Hij lachte mij uit en zei dat ik die dag later moest inhalen, zoals de plicht is. Nu ik erover nadenk, was hij opeens ook heel vief en uitgelaten.

Op mijn elfde heb ik op een andere manier mijn ramadan niet geëerbiedigd. En verrek als er geen meisjes bij betrokken waren. Seksuele handelingen of iets wat de broodnodige wellust zou kunnen opwekken, zijn in deze maand ook streng verboden. Het komt hier op neer: juist tijdens ramadan mocht ik flikflooien met het meisje dat mijn witte dromen beheerste (na zonsondergang). Ik heb ramadan veel te danken.

Op de middelbare school (we springen nu slootje in de tijd) in Gorinchem brachten mijn broer en ik wel eens de lunchpauze tijdens ramadan door met het slenteren door deze stad. Stripboeken jatten konden we niet, want stelen is tijdens ramadan verboden. Echt waar. Liegen mag ook niet tijdens ramadan. Vloeken ook niet. Over het inslikken van je speeksel hebben we wel eens discussies gehad.

Gorinchem had een bioscoop, Roxy genaamd. In die bioscoop heb ik Bambi (een wrede film) voor het eerst en het laatst gezien. Het was ook de eerste bioscoop die ik in Nederland bezocht. Dit filmhuis vertoonde ook porno, en stills uit de desbetreffende latenachtfilms werden daar openlijk tentoongesteld. Ik zal nooit de foto vergeten van een fist-fuck-scène (‘Helpt hij haar te bevallen?’). Hoe dan ook. Om de hoek van Roxy stond in een steeg een moskee van de moslimbroeders. Tijdens onze lunchwandelingen in de vastenmaand – ja, dit is een oxymoron – gingen mijn broer en ik altijd naar de foto’s kijken en daarna spuugde hij op de grond en zei tegen mij: „Dat moet je ook doen.” (Een slechte gewoonte die ik sindsdien niet heb afgeleerd.) Door te spugen ontdeed je je lichaam blijkbaar ook van onreine gedachten. Niet van de bobbel achter de gulp.

Wij waren niet de enigen. Heilige moslimbroeders die richting de moskee gingen, konden ook niet de behoefte weerstaan om te kijken welke tekenfilm er nu weer draaide. Het werd een waar spuugfestijn daar, aan de gracht van Gorinchem, ook bekend als Gorkum. Ze droegen djellaba’s, en een djellaba heeft geen echte zakken, slechts twee ‘sneetjes’ die direct toegang geven tot minaret en klepels (dit is nog eens integratie!).

Hoewel ik al lang niet meer vast, heeft ramadan mij dit geleerd: dat je afstand moet houden van de persoon tegen wie je spreekt, vanwege de halitose, en dat het vlees sterker is dan enig gebod of verbod en zeker dan de geest. Na zulke wijze lessen zie ik het nut van vasten niet meer in. De bevrediging komt er uiteindelijk toch.

Hafid Bouazza is een Marokkaans-Nederlandse schrijver, onder meer van de romans Salomon (2001), Paravion (2003) en Spotvogel (2009).