Haastige daadkracht, maar treft het doel?

Minister van financiën  De Jager kreeg deze week lof voor zijn aanpak van  de vertrouwenscrisis rond De Nederlandsche Bank. De nieuwskop luidde meestal: Wellink volgend jaar weg. De journalistiek hengelde vervolgens naar zijn opvolger, en opperde vast Bos of Balkenende. De politiek was tevreden over de beloofde aanscherping van het banktoezicht. Een betere samenvatting van

Minister van financiën  De Jager kreeg deze week lof voor zijn aanpak van  de vertrouwenscrisis rond De Nederlandsche Bank. De nieuwskop luidde meestal: Wellink volgend jaar weg. De journalistiek hengelde vervolgens naar zijn opvolger, en opperde vast Bos of Balkenende. De politiek was tevreden over de beloofde aanscherping van het banktoezicht.

Een betere samenvatting van wat er mis met de praktijk binnen het politiek-journalistieke complex is nauwelijks te vinden. Vlug een vuiltje opruimen, lekker vissen naar  het vullen van een gewild baantje, geen serieuze analyse van de problemen, amper vragen over het Plan van Aanpak van De Nederlandsche Bank en hupsakee weer een scheut toezicht erbij.

Enkele economen waarschuwden voor te snel geschuif met poppetjes. Ga eerst na wat de nieuwe Bank-president moet kunnen. Veranderingen leiden. Een  strengere toezichthouder zijn. Dat het ook een monetair zwaargewicht moet zijn  binnen de Europese Bank, zou je haast vergeten.

Eén van de argumenten waarom de broedende kippen van VVD, CDA en PVV niet mogen worden gestoord bij hun formatie-arbeid, is volgens voorstanders en gedogers dat de boosheid van de kiezer die zich uit via de PVV eindelijk een stem krijgt. Wilders meeverantwoordelijk maken zou de beste aanpak van de heersende onvrede over ons democratisch bestel zijn.

De  denkfout hier is dat de PVV niet de oorzaak maar een uiting van veel ontevredenheid is. Door de PVV erbij te halen zonder de oorzaak van veel ongenoegen aan te pakken, los je niets op. Al jaren merken burgers dat politici van alles eisen en beloven en weinig ‘leveren’, maar er na gedane roepdienst wel met een prettige pensioendragende betrekking vandoor gaan. De ‘aanpak’ van het falen van De Nederlandsche Bank is daar een goed voorbeeld van.

De Tweede Kamer zat vóór de zomer vol kritiek op de Bankpresident. Het rapport-Scheltema over het falend toezicht op de DSB-bank was de golf die de teil deed overlopen. Wellink werd net niet naar huis gestuurd, maar hij moest binnen een paar weken schetsen hoe de tekortkomingen van jaren in een handomdraai zouden worden recht gezet.

Een onzinnig verzoek. Beantwoord met een even serieus papier. De Bank heeft jaren opgebouwd aanzien als hoeder van de gulden, gekoesterd onder de oksel van de Deutschmark, zien verdampen door de komst van de euro én het agressiever worden van de geldindustrie. Misschien is het  toezicht met  AFM en DNB naast elkaar niet helder gedefinieerd, maar achteraf is zichtbaar dat de Bank een aantal funeste vergroeiingen van de financiële sector heeft getolereerd.

De directie is  van fatsoen en vertrouwen blijven uitgaan in een kring die daar geen aanspraak meer op kan maken. Wie nu leest wat DNB schrijft in ‘Van analyse naar actie’ ziet dat politieke tevredenheid over dat plan alleen kan voortkomen uit vluchtige verwachtingen. Het stuk staat vol veranderclichés. Daar kunnen niet veel verloven voor zijn ingetrokken. Alle gekkigheid over transparantie, governance en kwaliteitsraamwerken  staat  er in. De helderste alinea’s zijn geciteerd.

Men belooft nieuwe doortastenheid na eerst te hebben uitgelegd hoe goed men het al doet. Wat ontbreekt is zelfanalyse en vrijmoedige uitleg van de niet altijd effectieve samenwerking tussen Bankleiding en politiek. Zo kon ABN Amro voor ieders ogen worden vergruisd. En Icesave zijn doorzichtige roof bij klaarlichte dag uitvoeren. Loop het lijstje van ongelukkig toezicht op financiële instellingen maar na. Met ondoorzichtige gedoogsteun van kabinet of minister van financiën.

De economische crisis is niet in Nederland uitgevonden. Maar de financiële sector in dit land heeft zeker meegedaan aan het knechten van klanten en het verkopen van rommel. Daar is door enkelen voor gewaarschuwd maar politiek noch DNB hebben er krachtig en helder in opgetreden. Men heeft meebewogen op de deining en is meegeveerd met het riet.

Het is een zelfde gebrek aan analyse van reële problemen dat leidt tot de schaarse oprispingen die tot nu toe uit de lopende formatiebesprekingen ‘over rechts’ zijn ontsnapt. Het samenvoegen van ministeries is een reactie op een onbenoemd probleem. Te veel ambtenaren? Kijken wie niks nuttigs doet. Minder ministers betekent nog minder politieke sturing dus nog meer ambtenarenmacht. Als we bang zijn dat ministers te veel hakketakken moeten we naar een presidentieel stelsel.

De rechtse coalitie zou ook streven naar een nationale politie onder de minister van justitie. Niet voor niets vallen ordehandhaving en opsporing onder binnenlandse zaken en rechtspraak en strafvervolging onder justitie. Van oudsher worden die ministeries door bewindslieden van verschillende partijen bezet.

Nu zou men alles in één hand willen brengen. Alsof openbare orde in Amsterdam, Hoek van Holland of Arnhem een Haagse kwestie is. Alsof alles alleen maar gaat om boeven vangen. Alsof de ‘zwaardmacht’ van de overheid beter in handen van één politieke stroming kan berusten. Geen Nederlandse oplossing. Wat zal er beter door lopen?