Gezocht: een meldplek voor de voetbalhooligan

Volgende maand wordt de nieuwe ‘voetbalwet’ van kracht. Daarmee kunnen burgemeesters makkelijker relschoppers aanpakken. Maar er zitten nog veel haken en ogen aan.

De aanhang van voetbalclub SC Cambuur in Leeuwarden telt nogal wat relschoppers. Stel dat één van hen in Harlingen woont en zich moet melden tijdens een wedstrijd, waar moet hij dat dan doen? „In Harlingen is geen politiebureau dat ’s avonds open is, dus dan moet die persoon zich melden op het hoofdbureau in Leeuwarden”, zegt de burgemeester van Leeuwarden, Ferd Crone.

Maar zo simpel is het niet. De locatie waar de man zich moet melden, moet dichtbij huis zijn. Crone: „Misschien moet hij ’s avonds zijn kinderen naar bed brengen, voor hij naar Leeuwarden komt. Dan zou de rechter kunnen oordelen dat de meldplicht niet proportioneel is.” Als dit vaak gebeurt, zijn bestuurders met de aanpak van voetbalgeweld en overlast terug bij af, zegt Crone.

Met de nieuwe Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast – ‘de voetbalwet’ – kunnen burgemeesters ordeverstoorders per 1 september makkelijker aanpakken. Ze kunnen hen verplichten zich tijdens een risicowedstrijd te melden, verbieden een gebied te betreden, of met anderen doelloos rond te hangen.

Hoe burgemeesters die maatregelen moeten toepassen, is nog niet bekendgemaakt. Een handleiding van Binnenlandse Zaken die hun binnenkort wordt toegestuurd, geeft meer duidelijkheid. Ze richt zich vooral op geweld rond voetbalwedstrijden. De rol van burgemeester, politie, officier van justitie en voetbalclub staat er keurig in beschreven. De manier waarop „zendende burgemeester” en „ontvangende burgemeester” bij risicowedstrijden samenwerken ook. Maar burgemeesters verwachten een complexe praktijk.

De locatie waar een relschopper zich moet melden, mag niet te ver van diens woning zijn, omdat maatregelen volgens de handleiding niet onevenredig in iemands persoonlijke leven mogen ingrijpen. De meldplek kan het stadhuis zijn, of een vestiging van jeugdzorg, maar een politiebureau zal – zeker bij gewelddadige relschoppers – het vaakst worden gebruikt. De handleiding noemt het gewenst openingstijden en faciliteiten van het politiebureau niet aan te passen. En vermenging met het „gewone publiek” moet worden vermeden. „Dat wordt erg lastig als zich twintig supporters komen melden”, zegt Crone. Daarnaast kan het zijn dat tijdens een risicowedstrijd supporters van beide clubs in eenzelfde stad wonen en zich tegelijk moeten melden.

Veel gemeenten zijn daarom op zoek naar een goede meldplek voor voetbalsupporters, zegt een ambtenaar in Enschede. De regio Twente heeft twee profclubs, de supporters wonen in veertien gemeenten. „We bekijken of we regionale meldplekken moeten inrichten, al is het lastig een meldingsambtenaar in het weekeinde te laten werken.”

Veel supporters van FC Twente en Heracles wonen in de naburige Achterhoek, zodat eventuele relschoppers zich daar moeten melden. Twente en de Achterhoek zullen daarover moeten overleggen. Volgens de ambtenaar worden meldplichten niet meteen na 1 september opgelegd: „Voorlopig werken we met waarschuwingen.”

Burgemeester Aleid Wolfsen van Utrecht vermoedt dat de communicatie tussen burgemeesters het meest ingewikkeld zal zijn bij het handhaven van de wet. „Daar moeten we nog iets op verzinnen. Ik denk dat er een standaardbriefje moet komen dat burgemeesters elkaar sturen: ‘Beste burgemeester, binnenkort is die en die wedstrijd in onze stad, we verwachten problemen met die en die inwoner van uw stad, wilt u meehelpen er iets aan te doen?’ Zoiets.” Hij hoopt dat van de wet zo’n dreiging uitgaat dat die niet heel vaak toegepast zal hoeven worden.

De Rotterdamse burgemeester Aboutaleb voorspelde gisteren dat er veel jurisprudentie over de wet zal komen. Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters meent dat de wet zich „in de praktijk zal moeten zetten”. Burgemeesters moeten zelf uitvinden hoe bruikbaar en effectief ze is.

Crone noemt de risicowedstrijd tussen Feyenoord en Ajax in 2006. De Rotterdamse politie pakte vele Ajaxsupporters op, maar dat had volgens de rechter nooit mogen gebeuren. „Bij sommige supporters van Cambuur hadden wij ook echt het idee dat die eens stevig aangepakt moesten worden, maar de gebroeders Anker [een bekend advocatenduo in Leeuwarden] weten de rechter steeds weer van het tegendeel te overtuigen.”