'Europese landen zijn op cultureel gebied steeds verder geassimileerd'

Dankzij Silvio Marchetti is het Italiaans Cultureel Instituut, waar hij nu afscheid neemt, niet alleen voor italofielen. „De toekomst ligt in Azië.”

Een bescheiden speler in het Amsterdamse culturele leven, maar wel met een heel eigen bijdrage daaraan: zo omschrijft Silvio Marchetti zichzelf. Zijn vier jaar als directeur van het Italiaans Cultureel Instituut zitten erop. Hij zal nog net de open avond meemaken, op 3 september, waarmee het seizoen wordt geopend. Daarna wacht Chicago. Maar het afscheid is tijdelijk. Marchetti heeft het zo naar zijn zin gehad in Amsterdam dat hij een huis aan de gracht heeft gekocht om naar terug te keren als zijn tijd in de VS voorbij is.

Onder zijn leiding is het Italiaans Cultureel Instituut uit zijn schulp gekropen. Niet meer alleen voor verknochte italofielen die de taal goed beheersen, maar voor iedereen die geïnteresseerd is in wat het land cultureel te bieden heeft.

„We moeten ons niet opsluiten in een Italiaans getto, maar deel gaan uitmaken van het culturele leven van de stad.” Daarom werd de voertaal bij films en boekpresentaties Engels, of werd er ten minste gezorgd voor simultaanvertaling. Er kwam een boeiende reeks concerten, soms in eigen huis aan de Keizersgracht, soms in de ernaast gelegen kerk, en bij veel belangstelling in de Oude Kerk, op de kop van de Wallen. Het aantal presentaties steeg, de samenwerking met het Filmmuseum en andere filmhuizen is geïntensiveerd. En daarnaast blijven natuurlijk de talencursussen belangrijk, met jaarlijks zo’n 1600 inschrijvingen.

Ook de British Council, Maison Descartes en het Duitse Goethe-Institut zitten in Amsterdam. Marchetti ziet ze niet als concurrenten, integendeel. „Er wordt nu gesproken over samenwerking van ambassades op Europees niveau. Nederland is daar in veel gevallen een voorstander van. Zoiets zou je ook kunnen doen met culturele instituten. Zet ze bij elkaar onder één dak, om samen het mozaïek van de Europese cultuur te laten zien.”

Daarbij denkt hij vooral aan landen buiten Europa. Hij ziet de rol van culturele instituten binnen Europa kleiner worden. „De Europese landen zijn op cultureel gebied steeds verder geassimileerd. We weten al heel erg veel van elkaar. De echte toekomst van de culturele instituten ligt in Azië.”

Marchetti heeft gewoond en gewerkt in Chicago, Londen, New York, Praag, Tokio en Istanbul. Maar hij heeft zijn hart verpand aan Amsterdam. „Dit is de meest leefbare stad waar ik heb gewoond. Daarom kom ik hier ook terug na mijn vier jaar in Chicago. Alles, ook de architectuur, is gemaakt op maat van de mens. In Amsterdam worden grote inspanningen gedaan om de tempels van de cultuur te verbeteren. Het Rijksmuseum, het Stedelijk, de nieuwe Openbare Bibliotheek, het Filmmuseum, de Hermitage. Het kost natuurlijk veel geld, maar het is een verstandige strategie. Door de vergrijzing zal het culturele toerisme belangrijker worden. Mensen zoeken een zinvolle manier om hun tijd te vullen.”

Hij herkent zich niet in het beeld van Nederland als een land dat vastloopt in de rancune van ontevreden burgers, van verharde maatschappelijke verhoudingen. „Natuurlijk zijn er grote problemen, maar dat kun je gedoseerd aanpakken. Je moet remmen zonder dat je rem blokkeert. Dat is de taak van een goede leider. Ik zie als buitenlander juist een land dat in evenwicht is. De wet is belangrijk, maar onderdrukt niet, de autoriteiten gebruiken niet vaak de harde hand. En er is veel vrijheid zonder dat die ontaardt in anarchie.”

Op de vraag wat hij zijn landgenoten als voorbeeld ter navolging voorhoudt, geeft hij twee antwoorden. De Openbare Bibliotheek, in zijn ogen een toonbeeld van hoe een bibliotheek er in de 21ste eeuw moet uitzien. En de manier waarop Amsterdam auto’s uit de stad weert zonder ontoegankelijk te worden. „Als Italiaanse steden dat ook zouden doen, zouden die weer uit hun smogdampen herrijzen.”

Meer informatie over het Italiaans Cultureel Instituut op www.iicamsterdam.esteri.it