Een gelegenheidscoalitie is er nooit van gekomen

In een school in Zwolle zitten advocaten, adviseurs, een reclamebureau en televisieproducenten bij elkaar. Deel 8 in een serie over bedrijvenclusters.

Vanaf linksboven met de klok mee: Jacques Rodenstein en Jaap Meijer van Wipstrik BV en medewerkers van ProGez, I Glow Media en Schuldink Advocaten. Foto Merlin Daleman Nederland, Zwolle, 18-08-10 Wipstrik, iGlow Media. © Foto Merlin Daleman

Een Tunesische souk in een lagere school. Het is de droom van Jacques Rodenstein, beheerder van bedrijfsverzamelgebouw de Wipstrik in Zwolle. Niet dat hij van plan is de school vol gekleurde kleden, aardewerk en leren tassen te hangen. Nee, het gaat erom dat de zakelijke dienstverleners in het gebouw nooit nee hoeven te verkopen. „Het is het ultieme netwerk binnen zo’n souk”, zegt hij gedreven. „Samen alles kunnen doen. Dat wil ik ook voor dit pand.”

Dat pand is de oude Ewout van Soeterwoude school in Oost-Zwolle. De dubbele toegangsdeur, de muren van geglazuurde groen-bruine bakstenen, de stenen bankjes in de hal en de lange gang met lokalen: alles doet nog denken aan de kinderen die hier vanaf 1928 naar school gingen. Aan de lage kapstokken hangen alleen geen jassen en gymtassen meer. De boekenkasten in de klaslokalen en de vitrines voor landkaarten zijn nu vooral handig als opbergruimte.

„We zijn begonnen vanuit de gedachte dat dienstverleners de zelfde behoeftes hebben in ondersteuning”, zegt Rodenstein, die zelf directeur is van Rodenstein Consultancy. „Een secretariaat, vergaderruimte, kantine, receptie: waarom zou je die dingen niet kunnen delen?”

Van familie hoorde hij bijna twintig jaar geleden dat het gebouw te koop kwam. Samen met Jaap Meijer, consultant bij de B+I Groep, wierp hij zich op als beheerder. „We begonnen met onze eigen bedrijven, een advocatenkantoor en een reclamebureau”, vertelt Meijer. „Allemaal middelgrote bedrijven. Maar de afgelopen jaren komen er meer kleine ondernemingen bij en hebben we dus meer huurders. De schaal verandert.”

In het pand zitten nu tien bedrijven die zich richten op de zakelijke dienstverlening. De kleinste bestaat uit twee mensen, de grootste uit dertien. Advocaten, consultants, loopbaanbegeleiders, salarisadministrateurs en producenten van bedrijfsfilms delen het schoolplein. „Voor het totaalplaatje zouden we er eigenlijk nog een accountant bij moeten hebben”, zegt Rodenstein. „Maar we zitten voorlopig weer even vol.”

Bij de selectie van nieuwe huurders is het vooral belangrijk dat ze niet in elkaars vaarwater zitten. Zo zitten er wel meerdere consultants in het pand, maar die bedienen grotendeels verschillende markten. Als een geïnteresseerde zich meldt, sturen de beheerders eerst een e-mail rond of iemand bezwaar heeft. „De huidige huurders hebben een vetorecht”, zegt Rodenstein. Bijvoorbeeld als het een concurrent is, of als iemand slechte ervaringen heeft met dat bedrijf. Zelf doen ze ook altijd onderzoek. „We willen natuurlijk geen malafide praktijken in het pand of vreemde types over de vloer.”

Het advocatenkantoor heeft wel eens dubieuze cliënten, „maar die lopen niet door het hele gebouw”, zegt Meijer. Het kantoor van Schuldink Advocaten zit strategisch meteen naast de ingang. „Ze verdedigen geloof ik geen zware criminelen, maar je weet het nooit.”

Tegenover Schuldink staat de koffieautomaat, in de oude kamer van de bovenmeester. Van daaruit kon hij precies het schoolplein in de gaten houden. De knikkende knieën mogen dan verdwenen zijn, wel worden er nog regelmatig problemen besproken met de advocaten aan de overkant.

„Bijna iedereen heeft wel eens gebuurt bij Schuldink”, zegt Alfred van der Heide. Hij werkt bij iGlow Media, dat videopresentaties voor overheidsinstanties en bedrijven maakt. „Toen onze videocamera was gestolen, hebben zij bijvoorbeeld geholpen met procedures en de verzekering.” Of ze kijken even mee naar contracten. Ook voor de consultants die reorganisaties begeleiden is een juridisch advies zo nu en dan handig. En het is niet alleen eenrichtingsverkeer, onderstreept Meijer: „wij sturen ook klanten naar ze door”.

Soms zit de samenwerking in kleine dingen. Hans van de catering sprak laatst voor de jongens van iGlow een film in, „omdat hij precies de stem had waarnaar we op zoek waren”. En klusjesman Ton doet ook klussen voor het mediabedrijfje. „We hadden een advertentie geplaatst op Twitter, maar dat leverde niks op”, zegt Van der Heide. „Eén sigaretje hier op het schoolplein en het was geregeld.”

Toch blijft het tot nu toe bij een uitwisseling van diensten: ik doe iets voor jou en jij doet iets voor mij. De samenwerking is twee dimensionaal en draait uiteindelijk om het eigen bedrijf. Tot ongenoegen van Rodenstein, die de zaak naar een hoger plan wil tillen. De uitstraling van een Arabische souk, waar iedereen bijdraagt aan het eindproduct, heeft de Wipstrik volgens hem nog lang niet.

„Ik heb het wel geprobeerd hoor”, zucht hij. Hij richtte er zelfs een nieuw bedrijf voor op, New Business Development Nederland. „Het was de bedoeling dat alle bedrijven hier in het pand hun eigen expertise zouden inbrengen om zo een nieuw label te creëren op het gebied van duurzaamheid en productinnovatie. Een soort gelegenheidscoalitie, maar wel met één aanspreekpunt.” Het resultaat was teleurstellend, de samenwerking kwam niet van de grond.

„Het is een lastig thema”, zegt Meijer voorzichtig. „Een gezamenlijk label kan vervuilend zijn voor je eigen bedrijf en ondernemers onderling wantrouwen elkaar snel.” Van der Heide ziet er wel wat in, maar zou zich tegelijkertijd niet willen vastleggen. „Het is wel een manier om ook als klein bedrijf aan grote projecten mee te doen,” De mannen discussiëren verder over de haalbaarheid van zo’n samenwerking. De conclusie: de intentie is er wel, maar in de praktijk valt het tegen. Te veel mensen zien het als iets vrijblijvends, waarbij de belangen van de eigen onderneming voorgaan.

Minder moeite hebben de huurders met de sociale interactie. Regelmatig organiseren ze „evenementjes”, zoals een barbecue om kennis te maken met het IT-bedrijf dat binnenkort in het pand trekt. „Gezellige dingen doen lukt wel”, zegt Meijer, „maar voor echte samenwerking is het misschien nog te vroeg.” Zo makkelijk laat Rodenstein zich niet uit het veld slaan. Hij wil het plan binnenkort opnieuw lanceren. „Misschien moeten ze nog even aan het idee wennen, maar je ziet de trend in de samenleving”, zegt hij strijdlustig.” Daar moet je als verzamelgebouw op inspelen, vindt hij. „Per opdracht de specialisten bij elkaar zoeken die je nodig hebt, zonder vast te zitten aan één statische organisatie. Dat heeft de toekomst.”