Draconische pensioenmaatregelen onnodig

De pensioenmaatregelen van minister Donner vertragen het economisch herstel en moeten worden opgeschort, vindt Rinus van Wallenburg.

Voor 2007 werden de pensioenverplichtingen van de pensioenfondsen contant gemaakt tegen een rente van 4 procent. Vanaf 2007 wordt gerekend met de marktrente op een bepaalde datum. De achtergrond van de systeemverandering is het vanuit de Amerikaanse accountancy gepropageerde dogma dat alle bezittingen en schulden tegen dagwaarde moeten worden gewaardeerd.

Pensioenfondsen hebben tegenover de rechthebbenden grotendeels langlopende verplichtingen. In het thans gebruikte systeem zakt het schuldbedrag wanneer de rente stijgt en stijgt het schuldbedrag wanneer de rente daalt, terwijl aan de nominale langlopende verplichtingen niets is veranderd en de dagrente geen enkele maatstaf is voor de rente in de toekomst. De onrust bij de pensioenfondsen is met de systeemverandering in 2007 begonnen. Het bedrag van de reserves schiet met de rente heen en weer. De waardering tegen dagrente is volstrekt ongeschikt voor de langlopende pensioenverplichtingen. Het gevolg is dat de uitkomst van de berekening, het bedrag van de reserves, niet serieus kan worden genomen. Het is de uitkomst van een ondeugdelijke waarderingsmethode. Of kort gezegd: de uitkomst is een lachertje.

Maar het is geen lachertje voor de pensioentrekkers, die de minister op basis van dit systeem wil korten. De systeemwijziging was een systeemverslechtering. Het systeem van voor 2007 met zijn vaste 4 procent rente was zo gek nog niet, al dient het niet zonder meer te worden hersteld. Met de renteontwikkeling op lange termijn dient rekening te worden gehouden. Gerekend zou bijvoorbeeld kunnen worden met een voortschrijdend gemiddelde op tienjarige staatsleningen. Voortschrijdend houdt in dat het recente afgelopen jaar erbij komt en het oudste jaar uit de berekening verdwijnt. Het gemiddelde kan worden berekend over een periode van vijf jaar of van tien jaar of iets daar tussen in. Wanneer op deze basis de reserves van de Nederlandse pensioenfondsen zouden worden berekend, zal blijken dat er vrijwel geen tekorten zijn. Voor draconische maatregelen is dan evenmin reden.

Dat wil niet zeggen dat er geen pensioenproblemen zijn. Er werden zware verliezen geleden op de aandelenbeleggingen. En pensioentrekkers worden gemiddeld ouder. Voorkomen moet worden dat de premies van de nog werkenden worden opgesoupeerd door de gepensioneerden. Dat is vermoedelijk nergens het geval, maar het vereist aandacht.

De Tweede Kamer komt bijeen om over de pensioenkortingen met de minister te spreken. Het lijkt wenselijk dat:

1) De Kamer opschorting verlangt van kortingsmaatregelen, die alleen maar deflatoir werken en het economisch herstel vertragen.

2) De pensioenfondsen een berekening maken van de reserves op basis van een rentegemiddelde van vijf en van tien jaar.

3) En vooral: de waarderingsmethode door wetswijziging wordt veranderd. Niet door blijven modderen met een ondeugdelijk systeem en ook niet de pleister- en plakmaatregelen nemen die nu in de media worden voorgesteld, zoals opvang en compensatie.

Rinus van Wallenburg is registeraccountant.