De echte lessen van de Oudheid

De moed van terroristen, de wreedheid van de oorlog, de misdadigheid van homoseksualiteit, voor veel morele oordelen zijn debatten uit de Oudheid nog relevant, vindt Spinozapremie-winnaar Ineke Sluijter. ‘Je kijkt rustiger, met meer afstand.’

Van links naar rechts: Amerikaanse patrouille in Gorgan (Afghanistan) afgelopen zomer, de aanslag op het World Trade Center in 2001 en een scene uit de beruchte Abu-Ghraib-gevangenis in Irak in 2003, - allemaal kwesties waarvoor de Oudheid relevant is. Want kunnen de terroristen van 9/11 moedig worden genoemd? In het oude Athene wel, maar nu heeft dapperheid een morele waarde gekeerd. En Thucydides schreef al over oorlog als een moment waarop de menselijke conventies door elkaar worden gegooid. An Afghan man carries his child as U.S. soldiers with C Troop 1-71 CAV patrol the village of Gorgan in Dand district, south of Kandahar, June 28, 2010. REUTERS/Denis Sinyakov (AFGHANISTAN - Tags: MILITARY) REUTERS

Posters aan de muur over het geringe aantal vrouwelijke hoogleraren en bestuurders aan de Nederlandse universiteiten. Een brede kast met uitpuilende hangmappen. Stapels oude boeken op tafel. Een poster over ‘Het Kwaad in de literatuur’.

Zie daar de werkkamer van Ineke Sluiter, hoogleraar Griekse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Leiden en een van de vier winnaars van de Spinoza Premie 2010. Volgend maand wordt de onderzoekspremie van 2,5 miljoen euro uitgereikt.

Aan een kast hangen ook een paar bokshandschoenen. Klein, maar echt. “Gekregen van mijn moeder toen ik tien was. Met de mededeling dat ik er niemand mee mocht slaan.”

En wat zeggen die handschoenen over u?

“Dat ik een strijdbare wetenschapper ben?”

Ik zie u meer als missionaris: u hebt gestudeerd aan de Vrije Universiteit en verkondigt het belang van de ‘maatschappelijk relevante klassieken’.

“De VU was gewoon dichtbij. Nooit spijt van gehad. Drie van de vijf huidige hoogleraren Grieks komen uit het kleine groepje van mijn leermeester Dick Schenkeveld. Ik zou mezelf eerder ambassadeur van de maatschappelijk relevante klassieken noemen – past beter bij Leiden.”

Sluiter houdt zich met van alles en nog wat bezig. Ze schrijft over antieke ideeën over vrije meningsuiting: “In de Griekse Oudheid bestaat wel het idee dat je vrijuit je mening moet zeggen, maar er bestaat geen recht op vrijheid van meningsuiting. Bij Homerus hadden alleen de helden recht van spreken. En in het ‘democratische’ Athene mochten alleen mannelijke burgers in de volksvergadering het woord voeren.” Ze past moderne ideeën over taal toe op literatuur, cultuur en openbare discussies: “In de cognitieve linguïstiek bestaat het principe van ‘frame semantics’. Het gebruik van bijvoorbeeld het woord ‘samenzwering’ in een tekst of discussie zorgt voor een kader en geeft een discours een eigen logica. Over de relatie tussen de manier waarop mensen denken en hoe zich dat vertaalt in woorden en concepten heeft George Lakoff precies geschreven in Moral Politics. How Liberals and Conservatives Think. Hij kwam tot de conclusie dat het gezin de doorslaggevende metafoor is die het hele politieke universum in Amerika overheerst.” En als ze over commentaren op oude teksten spreekt, legt ze een verband met de evolutietheorie: “Een commentaar zuigt zich als het ware vast aan de brontekst en overleeft samen met de brontekst. Daarom zal de commentator vriendelijk zijn voor de brontekst. Het is al snel het beste dat ooit is geschreven. Kritiek richt zich op andere commentaren. Een commentaar is een kannibalistisch genre, want het eet als het ware de oude commentaren op. Al met al is het likken naar boven en schoppen naar beneden.”

Verder organiseert ze met Ralph Rosen van de University of Pennsylvania iedere twee jaar een colloquium over antieke waarden, heeft ze vorig jaar met Rita Copeland, ook van de University of Pennsylvania, Medieval Grammar and Rhetoric met middeleeuwse teksten voor het grammatica- en retoricaonderwijs gepubliceerd en werkt ze aan een commentaar op Plato’s dialoog Cratylus.

U bent een generalist die de klassieken vanuit zeer verschillende invalshoeken bekijkt. Hebt u die brede blik altijd al gehad?

“In het begin was ik nog heel technisch en taalkundig bezig. Mijn proefschrift uit 1990 ging onder andere over Apollonius Dyscolus, mijn ‘oude vriend’, een grammaticus uit de tweede eeuw die als eerste op basis van wetenschappelijke principes taal heeft beschreven. En nog steeds vind ik het leuk om een antieke tekst in detail te bestuderen en te ‘kraken’. Maar pas na mijn promotie, tijdens een eenjarig verblijf als fellow aan het Harvard Center for Hellenic Studies – in Washington overigens – heb ik gezien dat je ook meer met de klassieken kunt doen.”

Was er een speciale aanleiding?

“Ja, het optreden in 1993 van antiek filosofe Martha Nussbaum bij een rechtszaak voor het Hooggerechtshof over discriminatie en homoseksualiteit. Daarbij rees de vraag of de staat Colorado homoseksualiteit alleen maar kon veroordelen op basis van een christelijke levensovertuiging. Als dat zo was zou Colorado een bepaald geloof bevorderen en dat zou in strijd met de Amerikaanse Grondwet zijn. Tot de aanklagers behoorde onder anderen tennisster Martina Navratilova. De staat zei dat het om een algemeen moreel bezwaar tegen homoseksualiteit ging. Daarvoor verwezen ze naar de oude Grieken, want die waren er al vóór de christenen en die hadden filosofen die over zaken hadden nagedacht. Volgens Colorado hadden die gezegd dat homoseksualiteit niet deugde. Beide partijen riepen de hulp van filosofen in. De verdediging had het makkelijk, want ze hoefden in principe maar één veroordelende tekst te hebben. Plato zegt bijvoorbeeld genoeg vervelende dingen over homoseksualiteit. Martha Nussbaum, die voor de aanklagers optrad, had het moeilijker, want zij moest alle teksten van de verdediging onschadelijk zien te maken. Daarbij ging het vooral om de betekenis van het woord tolmèma. Betekende dat in verband met homoseksualiteit een ‘gewaagde daad’ of een ‘criminele daad’? Nussbaum koos voor de eerste betekenis, maar werd door de verdediging ervan beschuldigd dat ze bewust een verouderde versie van het Griekse woordenboek van Liddell en Scott had gebruikt, waarin die tweede vertaling nog niet stond. Uiteindelijk heeft de rechter de actie van Colorado ongrondwettelijk geacht – zonder de argumenten over homoseksualiteit in de Oudheid in beraad te nemen, want te ingewikkeld. Voor mij was de crux van de zaak: hoe ga je met je rol van expert om in moreel zwaarwegende kwesties?”

Worden er niet te pas en te onpas vergelijkingen met de Oudheid gemaakt?

“Een masterstudent (Arjen van Veelen) heeft in 2006 een scriptie geschreven over citaten van Thucydides in het Amerikaanse publieke debat over operatie Iraqi Freedom. Voor- en tegenstanders van de oorlog rukten schaamteloos citaten uit hun verband en gebruikten alleen maar Thucydides’ autoriteit om hun argumenten kracht bij te zetten. Alleen journalist Anne Applebaum toonde een oprecht begrip van de auteur. Toen het nieuws over het Abu Ghraib-schandaal bekend werd, zei zij: ‘Dit is niks nieuws. Thucydides schreef al over oorlog als een moment waarop de menselijke conventies door elkaar worden gegooid.’ Applebaum gebruikte Thucydides dus niet om haar afkeuring of goedkeuring te onderbouwen, maar om te laten zien dat Amerikanen moreel niet beter zijn dan anderen: soldaten van welke nationaliteit ook voelen zich vrij gevangenen te mishandelen, als het idee bestaat dat de gewone regels niet van toepassing zijn.”

Waarom zijn bij discussies over moderne problemen vergelijkingen met de Oudheid relevant?

“Het gaat over een ver verleden. Je kijkt rustiger en met meer afstand naar een probleem uit 400 voor Christus en haalt zo de angel uit discussies over moderne problemen. Verwijzingen naar algemene theorieën over menselijk gedrag bij antieke auteurs hebben meer zin dan de suggestie van een-op-eentoepassingen.”

Je kunt toch ook op zoek gaan naar zinnige vergelijkingen met bijvoorbeeld de oude Chinezen?

“Dat zou kunnen, alleen dan zou ik er een sinoloog bij moeten halen, want die teksten ken ik niet. De antieke teksten hebben als voordeel dat ze een gezamenlijk referentiekader zijn. Ze zijn tot voorbeeld geweest voor latere Europese schrijvers, die ook over de grote menselijke vraagstukken hebben geschreven. Je plugt als het ware tegelijk in bij de hele Europese traditie, bij Erasmus en Dante.”

Vandaar de tweejaarlijkse Penn-Leiden Colloquia over Oude Waarden, over hoe in de Oudheid in het publieke debat met waarden is omgegaan?

“Ja, in het publieke debat in Athene dienden waardetermen persuasieve doeleinden. Ze werden gebruikt om iemand tot bepaald gedrag te bewegen. Als je dat vergelijkt met Balkenende, die had een heel Platoons idee van normen en waarden. Bij hem lagen de waarden vast: iets was goed of kwaad. In 2000 zijn we begonnen met een colloquium over mannelijkheid en dapperheid. Vlak na het colloquium kwam het debat over 9/11. Het was opvallend hoe ‘formulair’ over de aanval werd gesproken. Altijd ging het over de ‘laffe terroristische aanvallen’. Tot Susan Sontag en Bill Maher, een talkshowpresentator, de aanvallen heel politiek oncorrect moedig noemden. Maher werd ontslagen en Sontag kreeg veel kritiek. Waarom? Omdat voor ons bij de woorden ‘laf’ en ‘moedig’ goed- en afkeuring van het gedrag inbegrepen zit. Dit jaar hebben we het gehad over esthetische waarden. Ook in de Oudheid stelde een theaterbezoeker zijn buurman de vraag: ‘Wat vind je ervan?’ Ook in de Oudheid was er discussie over high en low culture: ze constateerden dat er allerlei criteria zijn om vast te stellen waarom iets goed is, maar dat er bij topkunst altijd, net op het moment dat je denkt dat je het onder woorden hebt gebracht, een bliksemschicht is die alle kaders omverwerpt. Aan de andere kant, zo heeft een Leidse promovenda (Bettina Reitz) uitgezocht, speelden factoren als hoe duur iets was ook een rol bij de manier waarop bijvoorbeeld naar een gebouw werd gekeken.”

Dat moet bijzonder zijn geweest, een recensente van de colloquiumbundels zei zelfs dat het plezier zo van de pagina’s spat dat ze het jammer vond er zelf niet bij geweest te zijn.

“Het geheim van een goede conferentie is: hou het klein en hou heel veel pauzes, dus nooit meer dan twee lezingen achter elkaar. In die pauzes gaan de deelnemers met elkaar praten, zo krijg je een snelkookpan waarbij de deelnemers tijdens de conferentie hun papers gaan herschrijven en op elkaar gaan reageren.”

U doet ook veel samen met anderen, ook uit andere vakgebieden. Waarom?

“Met iemand van je eigen expertise samenwerken is vooral gezellig. Samenwerken met iemand buiten je vakgebied is de snelste manier om nieuwe dingen te leren.”

Terug naar uw eigen vakgebied, naar de basis ervan: u bent met anderen bezig met een nieuw schoolwoordenboek Grieks-Nederlands. Was de oude Muller niet meer goed genoeg?

“Muller is uitverkocht. Een schoolwoordenboek moet periodiek gereviseerd worden. Om drie redenen: Eén: het taalgebruik verandert. Leerlingen hoeven van mij niet uit het woordenboek archaïsmen als ‘gispen’ te leren. Twee: taalkundige principes veranderen. Zonder een voorbeeld te willen noemen, maar taal wordt nu systematischer beschreven dan vroeger. En drie: de doelgroep verandert. Vóór de Mammoetwet vertaalden leerlingen bij alle vakken en waren ze getraind in het gebruik van woordenboeken. Nu wordt er alleen bij de klassieke talen nog veel vertaald. Daarom helpen we ze door ook zeldzame werkwoordsvormen op te nemen en te zeggen bij welk werkwoord ze de betekenis kunnen terugvinden. Voor de goede orde: dat is overal normaal, bij de schoolwoordenboeken Grieks-Engels, Grieks-Italiaans enzovoort. Dat niemand denkt dat alleen ‘onze’ kinderen de grammatica niet zouden hoeven kennen, dat moeten ze evengoed.”

U bent dit jaar al onderwerp van discussie geweest als lid van de verkenningscommissie die moest kijken wat er met het eindexamen Grieks en Latijn moest gebeuren. U bent gewend om het woordgebruik bij openbare discussies te analyseren. Nu bent u zelf onderdeel van zo’n debat geweest. Hebt u die discussie nu ook geanalyseerd?

“Ja zeker, maar daar zeg ik nu nog even niks over. Daar mag je over terugkomen na de presentatie van het eindrapport begin oktober.”