Bushehr brengt Iran niet dichter bij de bom

In 1975 bestelde de sjah van Iran vier kernreactoren in Duitsland voor het opwekken van stroom. Rusland heeft één ervan nu afgebouwd.

Met een vertraging van bijna dertig jaar krijgt Iran dan toch de beschikking over een kerncentrale voor opwekking van elektriciteit. Vandaag wordt de al eerder aangevoerde uranium splijtstof voor die centrale onder de zware betonnen koepel gebracht die over de reactor is gebouwd. In de komende weken worden de splijtstofstaven met een kraan in het reactorvat neergelaten. In totaal zal zo’n 126 ton splijtstof met uranium van 4 procent verrijkingsgraad worden gebruikt.

Een gebed zonder end heeft een eind gekregen. De kernreactor die nu door Russische technici in samenwerking met Iran wordt afgebouwd was in 1975 door de toenmalige sjah bij Siemens-dochter KWU besteld. KWU zou vier reactoren van elke 1200 MW elektrisch vermogen plaatsen bij de havenstad Bushehr. Toen de Iraanse revolutie (die kernenergie ‘anti-islamitisch’ verklaarde) het werk in 1979 stillegde, was één reactor voor 85 procent voltooid en de ander nog niet voor de helft. Iraakse bombardementen tussen 1984 en 1988 (tijdens de Iraans-Iraakse oorlog van 1980-1988) maakten het er niet beter op.

De Duitsers hebben het werk nooit meer hervat. Uiteindelijk sloot Rusland, zeer tegen de wens van de Amerikanen, in januari 1995 een contract voor voltooiing van de twee reactoren. Tegelijk zou Rusland ook een installatie voor verrijking van uranium leveren, zodat Iran zelf zijn splijtstof zou kunnen maken – maar onder druk van de VS is daarvan afgezien. Ook is het contract later uitgebreid met de regeling dat Rusland de opgebrande splijtstof zou terugnemen. Van eminent belang was dat, want in splijtstof hoopt zich van lieverlee plutonium op, dat is te gebruiken voor een atoombom. Nu bleef alle plutonium veilig in Rusland.

De Russen plaatsten op bestaande fundamenten hetzelfde type reactor dat KWU had zullen installeren, een zogenoemde drukwaterreactor die in Rusland wordt aangeduid met VVER. Het water remt er de neutronen af en verhit in een apart circuit via een warmtewisselaar (de ‘stoomgenerator’) water tot stoom die een turbine aandrijft. Een handicap was dat de Russen horizontale stoomgeneratoren gebruiken terwijl het gebouw was ingericht voor een Duitse verticale generator. Drukwaterreactoren van het VVER-type zijn niet erg geschikt om plutonium te produceren. De Iraanse zwaarwaterreactor die bij Arak in aanbouw is, is juist wel een typische plutoniumreactor.

De kans dat de kerncentrale van Bushehr Iran ‘dichter bij de bom’ brengt is dan ook minimaal. Ook al niet omdat Iran in 1968 het verdrag tegen verspreiding van kernwapens (het NPV) tekende en zich daaruit, ondanks alle commotie rond de uraniumverrijking in centrifuges bij Natanz, nooit terugtrok. Daarmee onderwerpt het zich aan inspecties van het Internationale Atoomenergie Agentschap IAEA. Het IAEA inspecteert de veiligheid en controleert nauwgezet de splijtstofboekhouding, zoals dat ook in Borssele gebeurt. Deugt er iets niet en komt er geen verklaring voor dan wordt de Veiligheidsraad ingelicht. In maart hebben IAEA-inspecteurs de reactor van Bushehr al bezocht, zij zullen ook bij het laden van de splijtstof aanwezig zijn. Ook de enige andere kernreactor die Iran heeft, de kleine onderzoeksreactor van Teheran (nog van Amerikaanse makelij), wordt geregeld door het IAEA geïnspecteerd.

Het is niet zo dat de reactor van Bushehr helemaal geen gevaar oplevert. Iran zou, op enig moment, kunnen besluiten het NPV te verlaten en voortaan het IAEA buiten de deur houden, zoals Noord-Korea deed. Het zou de samenwerking met Rusland kunnen verbreken en voortaan zelf de splijtstof voor de reactor produceren. In principe is het daartoe nu al praktisch in staat. Dan zou het ook zelf zijn plutonium kunnen terugwinnen uit verspleten splijtstof, vooropgesteld dat het ook de daarvoor benodigde ‘opwerkingsfabriek’ bouwt. Erg aannemelijk is dit scenario niet.