1 2 3

Het testpanel van Zomer &cetera proeft – zonder het etiket te zien – gekoeld rood. Sommelier Hans van Schaik (Amstel Hotel), eetschrijfster Janneke Vreugdenhil en wijnexpert Peter Mansell (veilinghuis Christie’s) laten zich verrassen.

In Frankrijk, Spanje en Italië is het heel normaal: rode wijn uit de koelkast. Ook in Nederland begint gekoeld rood in zwang te raken. Deze koele Spätburgunder vinden Van Schaik en Mansell het lekkerst.

Als je wijn koelt, proef je de tannines sterker. Deze rode wijn heeft volgens Van Schaik „een mooie tanninestructuur” en ook volgens Vreugdenhil zijn de tannines „oké”.

Van Schaik heeft in zijn notitieblokje een uitroepteken geplaatst: „ingetogen stijl!”, schrijft hij. Hij proeft „elegant rijp fruit” en specerijen. Mansell prijst de kruidige, peperige geur en proeft vervolgens meer „vlezig rood fruit” dan hij op grond van de geur verwacht had. Vreugdenhil vindt deze wijn „prettig”, maar ook „niet heel bijzonder”. Ze zou deze fles openen voor gasten die rood willen drinken bij de barbecue.

Deze rode Loire-wijn van de cabernet franc druif is de favoriet van Vreugdenhil. Ze ruikt „iets zwavelachtigs” en dat is een aanbeveling. In dit „hartige wijntje” proeft ze „rode chilipepers” en dat vindt ze „spannend”. Ze proeft ook „fijn fruit en prettige tannines”.

De paarse kleur had Van Schaik aanvankelijk verontrust, maar de kruidige smaak verrast hem. Hij proeft „soepele, hele lichte tannines”. Mansell vindt de smaak van de cabernet-druif „niet fantastisch”, al wint de wijn volgens hem aan intensiteit naarmate hij warmer wordt.

Het schijnt dat deze rode wijn populair is in Parijse horeca. Daar serveren ze hem met gegrild of gebraden vlees. Vreugdenhil rept niet over eten. Misschien vindt ze het zonde om deze fles tijdens een barbecue te openen voor haar gasten.

Bij de panelleden eindigde deze biologische wijn van de gamay-druif uit de Beaujolais, notabene de duurste van de drie, als derde. „Hij zegt me niet zoveel”, zegt Vreugdenhil. Ze proeft kersen en zwarte bessen, maar ze vindt de wijn „niet zo fris”.

Mansell proeft „zoet fruit met een beetje peper”, maar hij vond de wijn te warm, wat hem betreft moet deze fles rode wijn flink koel worden gedronken. Van Schaik werd wederom door zijn neus op het verkeerde been gezet. Hij rook pruimen en kersen en dat alles „enorm krachtig” en „crème de cassis-achtig”, maar de smaak viel hem tegen: te tanninerijk en hij proefde wel fruit, maar dat „stond los van de rest”.

Vreugdenhil probeert er toch het beste van te maken. „Goed gekoeld is hij allicht prima bij bistro-achtig eten.”