Tophonkballer raakt verder in het nauw

De Amerikaanse tophonkballer Roger Clemens is aangeklaagd op beschuldiging van meineed. Van zijn reputatie is niets meer over.

Roger Clemens was meer dan een van de beste werpers in de Amerikaanse honkbalgeschiedenis. Hij was een biologisch wonder wiens krachten met het verstrijken van de jaren toenamen. En hij was de verpersoonlijking van de Amerikaanse topsportmentaliteit: winnen, koste wat kost, altijd, overal.

Legendarisch was zijn optreden in een demonstratiewedstrijd waarin hij zijn zoon, een opkomende speler, trakteerde op ‘chin music’, een keihard gegooide bal vlak langs diens kin. Een centimeter naar rechts, en de bal had zijn kaak verbrijzeld. Altijd winnen, eeuwige jeugd. Een klassiek voorbeeld van de authentieke Amerikaanse sportheld.

Tot daar in december 2007 ineens het Mitchell-rapport was, een verslag van een door de honkbalbond gelast onderzoek naar stimulerende middelen in het honkbal. Negen pagina’s waren gewijd aan het dopegebruik van Clemens: steroïden, groeihormonen. Clemens nam een agressieve advocaat in de arm. Gezamenlijk bepaalden ze de strategie: ontkennen, in tv-programma’s, op een nationaal uitgezonden persconferentie, in 2008 voor een parlementscommissie van het Congres. Onder ede.

De federale rechtbank in Washington heeft hem nu aangeklaagd. In een negentien pagina’s tellend document wordt Clemens beschuldigd van meineed, plus misleiding van en het plegen van obstructie tegen het Congres. Als hij door de rechter schuldig wordt bevonden, hangt hem een gevangenisstraf van maximaal dertig jaar en een boete van anderhalf miljoen dollar boven het hoofd. De datum van de rechtszaak is nog niet bekend. In een verklaring op Twitter zei Clemens: „Ik heb nooit groeihormonen en steroïden gebruikt. Ik kijk uit naar de mogelijkheid om de beschuldigingen van de regering te weerleggen.”

Clemens (48) vierde zijn grootste triomfen nadat hij als pitcher in 1996 op 33-jarige leeftijd door de Boston Red Sox als versleten aan de kant was geschoven. Aan het eind van het vorige decennium nam hij sportief wraak door met de New York Yankees landskampioen te worden. Een werper op jaren teert doorgaans op zijn inzicht en psychologisch overwicht op slagmannen van de tegenpartij. Clemens gooide juist steeds harder, met een bovenmenselijke intensiteit. Tijdens de World Series van 2000 wierp hij een gebroken honkbalknuppel naar Mike Piazza van de New York Mets, nadat die een honkslag had geslagen. Een fysieke aanslag, zeiden critici. Een schoolvoorbeeld van de mentaliteit die de topsporter siert, aldus bewonderaars.

Of was er iets anders aan de hand? Steeds vaker wordt die worp in verband gebracht met dope. Clemens zou hebben geleden aan een aanval van ‘roid rage’; de steroïden zouden naar zijn hoofd zijn gestegen. Dat hij zich daarmee liet injecteren vertelde zijn persoonlijke trainer Brian McNamee aan federaal agent Jeff Novitzky, die nu ook het onderzoek leidt naar het mogelijke dopingverleden van wielrenner Lance Armstrong. McNamee zei ook dat Clemens groeihormonen nam. Dat werd later bevestigd door een teamgenoot van Clemens bij de Yankees, Andy Pettitte. Pettitte en Clemens waren boezemvrienden, maar van die vriendschap is niets meer over. De biecht van McNamee staat in het Mitchell-rapport. Pettitte stuurde zijn schriftelijke verklaring naar de parlementscommissie. Daarmee was het twee tegen één: Clemens tegen McNamee en Pettitte. De federale rechtbank heeft in haar aanklacht voor de meerderheid gekozen.

De nieuwe rechtszaak is een klap voor het honkbal. De oudste volkssport van Amerika moet nu onder ogen zien dat de meest gelauwerde pitcher en speler (Barry Bonds, zeven keer gekozen tot waardevolste speler) celstraf riskeren. Voor Clemens ziet de toekomst er somber uit. In het onthullende boek American Icon (2009) concludeert een team verslaggevers van de Daily News uit New York dat hij ‘min of meer als een geest het Amerikaanse tijdverdrijf kwelt’. In stadions van topclubs kan hij zich niet meer vertonen, bij officiële gelegenheden is hij niet meer welkom. In plaats daarvan loopt hij regionale wedstrijden af. De reputatie van de poster boy van het steroïdentijdperk, zoals columnist Thomas Boswell van The Washington Post hem beschrijft, is aan flarden gescheurd.