Sint-Pietersberg heeft nu een katteluik

Zestig toegangen van kalksteengroeves in Zuid-Limburg zijn gerenoveerd. Dat was nodig, want wanden en plafonds stonden op instorten. De oudste groeves dateren uit de Middeleeuwen.

In een museum waakt een conservator over de kwaliteit van de collectie. De charme van de wanden van groeve De Schark, onder de Sint-Pietersberg bij Maastricht, is nu juist dat rijp en groen elkaar afwisselen.

In de voorstellingen valt ook weinig lijn te ontdekken. Het nodige is religieus geïnspireerd, logisch voor een groeve die al een eeuw in het bezit is van de Broeders van de Beyart. Maar naast afbeeldingen van bijbelse taferelen, de Sint-Pieter in Rome en paus Pius XII tonen de wanden ook reproducties van schilderijen van Frans Hals, Ollie B. Bommel en een uit mergel gehouwen mosasaurus. Indrukwekkend is de onderaardse kapel waar Amerikaanse soldaten van de Old Hickory op 24 december 1944 de nachtmis bijwoonden. Ze zetten hun naam op de wand van de groeve. Voor veel mannen was het de laatste Kerstmis die ze meemaakten.

Blokbreker John Moonen verstevigde de afgelopen tijd de gangen van De Schark met booggewelven en een enkel kruisgewelf. In de loop der jaren was de groeve instabiel geworden. Moonens ingreep moet instorting voorkomen. „Je moet altijd voorzichtig blijven”, geeft de blokbreker aan.

Moonen nadert zijn pensioen, maar routineus werken is er niet bij. „Gebrek aan concentratie of haast kunnen fataal zijn. Het begint met het aanbrengen van steigers en stempels. Daarna moet je attent blijven. Je werkt met natuurlijk materiaal.”

De afgelopen vijf jaar liet de stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen in Limburg (IKL) zestig ingangen van onderaardse kalksteengroeves herstellen. De organisatie kreeg daarbij hulp van vrijwilligers van de Studiegroep Onderaardse Kalksteengroeves. Het hele project kostte een miljoen euro. Het geld kwam van de provincie Limburg, Europa, IKL, de Nationale Postcodeloterij en (in beperkte mate) van de eigenaren van de groeves.

Eentiende van het budget ging naar De Schark, het sluitstuk van het project. Dat heeft te maken met de betekenis van de groeve als toevluchtsoord voor vleermuizen. Van de 21 in Nederland voorkomende soorten is ongeveer driekwart terug te vinden in de gangen van de Sint-Pietersberg. Speciaal aangebrachte gaten in de bogen moeten de luchtstromen houden zoals de beestjes het prettig vinden. Ook de cultuurhistorische waarde van de wandversieringen in De Schark rechtvaardigt de uitgave.

Het project noopte tot scherpe keuzes. Verborgen onder de Zuid-Limburgse land liggen in totaal 287 kalksteengroeves met 556 ingangen. „Uit een inventarisatie die we hebben laten maken, werd duidelijk dat zo’n 200 ingangen acuut herstel nodig hebben”, vertelt IKL-medewerkster Anneleen van de Water. „Daarvan hebben we er vanwege het beperkte budget nu dus zestig kunnen aanpakken.”

Bijkomend probleem is dat de groeves niet bij elke instantie op de radar staan. De controle op veiligheid was lang een taak van de Staatstoezicht op de Mijnen. Sinds kort doet de provincie Limburg dat. Die ziet ook de andere kanten van deze onderaardse wereld. De provinciale bijdrage aan het herstel van de groeve-ingangen kwam uit het potje erfgoedbeleid.

„Enkele ingangen en schuilkapellen hebben de status van rijksmonument, maar geen enkele groeve als geheel”, zegt Henk Baas, onderzoeker bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. „Dat heeft te maken met de vroegere situatie met één rijksdienst voor gebouwde monumenten en een andere voor archeologische. Het alsnog toekennen van die status lijkt er onder het huidige ministeriële beleid niet in te zitten: men vindt eerder dat er te veel dan te weinig monumenten zijn. Maar dan kun je er nog wel over nadenken. Met goede afspraken tussen instanties, organisaties en eigenaren kom je bovendien ook al tot betere bescherming.”

Het maken van keuzes voor renovaties betekent onherroepelijk het opgeven van groeves. Van de Water: „De voor 90 procent ingestorte Keerdergroeve bij Cadier en Keer is zo’n voorbeeld. Als een gangenstelsel zo ver heen is, kost herstel ongelofelijk veel geld. Bovendien bereik je in dat geval alleen nog maar stabiliteit met bijna volledig betonnen wanden en plafonds. Van het oorspronkelijke karakter van een mergelgroeve blijft dan weinig over.”

De geschiedenis van de oudste groeves gaat terug tot de Middeleeuwen. In De Schark is de winning van mergel eind achttiende eeuw begonnen. Uit die periode dateren de eerste teksten op de wanden. Eind negentiende eeuw kwamen de groeves in trek bij de eerste toeristen. Ook die lieten navolgers graag weten, dat zij al eerder binnen waren geweest. Begin twintigste eeuw kwam De Schark in het bezit van de Broeders van de Beyart. Ze hebben de groeve slechts beperkt gebruikt voor mergelwinning, maar wel ongelofelijk veel sporen nagelaten in het binnenste van de berg. Van de Water: „Ze hadden ook museale plannen, wilden onder meer de geschiedenis van de steenkoolwinning op een educatieve manier in beeld brengen.”

Een groot hek scheidt De Schark tegenwoordig van de buitenwereld. Bovenop grote punten die mensen buiten moeten houden. Vleermuizen kunnen er wel door. Noem het hun katteluikje. „Dat de houtskooltekeningen nog zo mooi zijn gebleven, bewijst dat hier bijna geen illegaal bezoek komt”, weet Van de Water. „Die lopen namelijk op de tast. Gaan ze met hun handen over de houtskool dan krijg je zwarte vegen. Nu blijven de tekeningen bij een constante temperatuur van twaalf graden Celcius en een luchtvochtigheid van 98 procent goed behouden.”

De Schark zal in de toekomst niet overlopen worden. Gedoseerd bezoek, missen in de kerstnacht, meer is niet de bedoeling. Voorlopig komt er helemaal niemand. Het is nog te gevaarlijk. Dankzij IKL zijn weliswaar de gangen met de mooiste afbeeldingen hersteld. Cementproducent Enci moet de gangen er naartoe de komende jaren aanpakken. Het hoort bij de overdracht van de berg waar het bedrijf, tot aan De Schark, in dagbouw bijna een eeuw grondstof won.