Rintje Kriebellied

‘Wat zit je toch achter je oor te krabben’, zegt Henriette tegen Tobias. Samen spelen ze vanmiddag bij Rintje.

‘Oh, gewoon een kriebeltje’, zegt Tobias. ‘Niks bijzonders hoor!’

‘Mmmm’, murmelt Henriette. ‘Ik weet het niet. Het is broeierig warm weer en dan kan het ook een heel ander kriebeltje zijn, als je begrijpt wat ik bedoel!’

‘Ik weet niet waar je het over hebt’, zegt Tobias, terwijl hij zich nu ook eens even stevig onder zijn buik krabt. ‘Iedereen heeft toch wel eens een kriebeltje.’

‘Ik zal het woord niet uitspreken waaraan ik denk als ik jou zo zie krabben’, zegt Henriette. ‘Want bij het woord alleen al lopen de koude rillingen over mijn rug.’

‘O’, zegt Rintje. ‘Ik weet waaraan je denkt! Maar je hoeft het woord niet te zeggen, je kan het ook zingen! Ik zal het even voordoen: het lied heet het Kriebellied. De melodie is hetzelfde als bij ‘Berend Botje’, dat kennen jullie wel!’

‘ER ZITTEN VLOOIEN IN MIJN VACHT.

WIE HAD DAT NU OOIT GEDACHT?

EENTJE HIER EN EENTJE DAAR.

ZE WONEN IN MIJN HONDENHAAR.

1,2,3,4,5,6,7,

IK KOM STEEDS MEER VLOOIEN TEGEN.

WEER EENTJE HIER, WEER EENTJE DAAR,

ZE WONEN IN MIJN HONDENHAAR.

IK HEB ZO’N JEUK, IK HEB ZO’N JEUK!

IK VIND HET NU ECHT NIET MEER LEUK!

IK HEB NU IETS GOEDS GEVONDEN:

ANTI-VLOOIENSPUL VOOR HONDEN.

EEN BEETJE HIER EEN BEETJE DAAR

WEG NU UIT MIJN HONDENHAAR!

1,2,3,4,5,6,7,

IK KOM STEEDS MEER VLOOIEN TEGEN,

WEER EENTJE HIER, WEER EENTJE DAAR,

ZE WONEN IN MIJN HONDENHAAR.

IK HEB ZO’N JEUK, IK HEB ZO’N JEUK!

IK VIND HET NU ECHT NIET MEER LEUK!

ER ZIT GEEN VLO MEER IN MIJN VACHT,

WIE HAD DAT NU OOIT GEDACHT?

GEEN VLO MEER HIER GEEN VLO MEER DAAR.

NIET MEER IN MIJN HONDENHAAR!

1,2,3,4,5,6,7,

IK KOM STEEDS MEER VLOOIEN TEGEN,

WEER EENTJE HIER, WEER EENTJE DAAR,

ZE WONEN IN MIJN HONDENHAAR.

IK HEB ZO’N JEUK, IK HEB ZO’N JEUK!

IK VIND HET NU ECHT NIET MEER LEUK!

Als Rintje is uitgezongen zit Henriette met een vies gezicht te kijken. ‘Ik vind het een afschuwelijk lied, waar het V-woord veel te vaak in voor komt!’ zegt ze. ‘En ik ben inderdaad bang dat het bij jouw jeuk om hetzelfde probleem gaat, Tobias!’

Henriette draait zich naar Tobias, maar Tobias is verdwenen. Hij heeft zich verstopt achter het gordijn.

‘Wat zijn jullie gezellig aan het zingen’, zegt mama als ze de kamer binnenkomt.

‘Helemaal niet gezellig’, zegt Henriette. ‘Rintje heeft het kriebellied gezongen omdat Tobias vlooien heeft!’

‘Waar is Tobias?’ vraagt mama. ‘Achter het gordijn!’ zegt Rintje.

‘Jullie mogen hem niet pesten’, zegt mama. ‘Ik ga de teil met warm water pakken met een beetje Foetsie-Vlo erin en dan zullen we Tobias eens lekker wassen.. Dan is hij zo al zijn vlooien kwijt!’

Als mama Tobias in de teil zet zepen Rintje en Henriette hem in. Het schuim van de Foestie-Vlo lijkt wel op slagroom.

‘Nu ben je net een chocoladetaartje met een dot slagroom op je hoofd!’ lacht Henriette.

‘Maar wel een taartje zonder vlooien’, grinnikt Tobias.

Tekst en tekeningen Sieb Posthuma