Paardenkastanje

Waar komen de woorden vandaan? Hebben ze ook moeders en vaders? Waarom heet een meisje een meisje en een boot een boot? Bas Rompa zoekt het uit in een nieuwe serie.

Op een herfstzondag namen mijn ouders mijn zus, broer en mij mee naar een dorp in de buurt. Daar wisten ze een prachtige laan met kastanjebomen. We zaten met z’n drietjes op de achterbank, ik in het midden want ik was twaalf jaar, mijn zus veertien en mijn broer tien.

Aan het begin van de laan deelde mijn moeder grote plastic tassen uit en gaf ons de opdracht die met kastanjes te vullen. Binnen een kwartier graaiden mijn zus en broer hun tas vol. Daarbij hielden ze zich ook nog aan de voorwaarde dat het alleen kastanjes zonder bolster mochten zijn, dus zonder de dikke groene schil met stekels waarin ze uit de boom vielen. Mijn ouders waren de laan in gewandeld. Voor ze het einde bereikten, bekogelden mijn zus en broer elkaar al met kastanjes.

Op de terugweg zat ik met een tas op schoot die nauwelijks voor de helft was gevuld. Ik had gezocht naar de mooiste kastanjes en bolsters. Ook verzamelde ik een paar bladeren die ik van plan was in een dik boek te drogen.

De bedoeling was dat er van de kastanjes poppetjes werden gemaakt en thuis sloegen mijn zus en broer meteen aan het knutselen. ’s Avonds stond de vensterbank vol met rare figuurtjes op luciferbeentjes.

Ik trok mij terug op mijn kamer met de Geïllustreerde Flora van Nederland, het dikste en belangrijkste boek om planten en bomen in op te zoeken. Ik las dat we kastanjes hadden verzameld van de Witte Paardenkastanje.

Deze boom bleek oorspronkelijk uit Turkije te komen. Een soort ambassadeur had in de zestiende eeuw een kastanje in zijn koffer verstopt en mee naar Nederland genomen. Verder nam hij een tulpenbol mee. Voor een molen en klompen was geen plaats.

Ik vroeg mij af wat het verband was tussen paarden en kastanjes. In de Prisma Plantengids, een dunne kleine flora, las ik: Als je een blad van een kastanjetak afbreekt, blijft er een litteken achter in de vorm van een hoefijzer.

Ik legde mijn kastanjes netjes op een rij op de vensterbank, om uren te genieten van hun kleur, vorm en glans. Op een middag wist ik het: de paardenkastanje heet zo omdat de schil lijkt op de pas geborstelde vacht van een paard: het mooiste paard had de kleur van een kastanje.

Tekst en tekening Bas Rompa