Ouders als donderwolken

Maanden met de as van je vader in je auto rondrijden. Richard Russo navigeert in zijn nieuwe roman tussen schijnbare wanhoop en milde ironie.

Jan Donkers

Richard Russo: Het inzicht van Griffin. Vertaald door Kees Mollema. Signatuur, 267 blz. €19,95

Deze nieuwe roman van de succesvolle Amerikaanse auteur Richard Russo is in veel opzichten een forse breuk met vooral zijn vorige roman Brug der zuchten. Het boek is veel minder omvangrijk, veel minder ambitieus, maar wat het meest opvalt, is de totaal andere toon die de auteur aanslaat: ironisch, hier en daar hilarisch, en vooral aangenaam gespeend van de soms krampachtige pogingen emotionele spanning op te roepen die het vorige succes uiteindelijk weinig overtuigend maakten.

Russo introduceert hier met de docent Jack Griffin een leeftijdsgenoot van zichzelf en een heel andere hoofdpersoon dan we uit zijn vorige werk kenden: een wat tobberige bijna-zestiger die op de rand van een midlife-crisis (hij noemt het zelf een ‘middle-age meltdown’) verkeert en zich overdreven gefolterd voelt door beslissingen die genomen moeten worden. Zoals: moet hij het weer goedmaken met zijn vrouw Joy met wie het is uitgeraakt nadat ze hem haar genegenheid voor zijn vroegere collega en vriend Tommy heeft opgebiecht? En over Tommy gesproken: moet hij ingaan op diens verlokkende aanbod weer samen aan een script te schrijven, veel geld te verdienen, maar daarmee ook zijn universitaire loopbaan op het spel zetten?

Beide problemen lossen zich wel op in de loop van het jaar dat dit boek bestrijkt, maar er is nog een veel groter levensprobleem dat Griffin als een donderwolk boven het hoofd blijft hangen. En dat zijn zijn ouders, een koppel snobistische en egoïstische academici die aan hun lage universitaire status – ze ambieerden beiden een baan bij een prestigieuze universiteit in het noordoosten, maar kwamen niet verder dan onbelangrijke instituten in de ‘fuckin’ Midwest’) – een dedain jegens alles en iedereen, inclusief hun eigen zoon hebben overgehouden.

Het is vooral hun aanwezigheid die deze roman zijn sterke kanten geeft. Hoewel: schreef ik daar ‘aanwezigheid’? Griffins vader is al bijna een jaar dood en zijn moeder zit in een verzorgingstehuis duizenden mijlen verderop. Maar de as van vader ligt nu al maanden in de kofferbak van Griffin, die er maar niet toe kan komen die te verstrooien, en moeder belt hem op de meest ongelegen momenten op met de zonder introductie geschreeuwde vraag ‘Waar ben je?’ Het bij stukjes en beetjes geconstrueerde portret van de ouders vormt het hoogtepunt van het boek; met name de puinhoop die zij maken van de huurhuizen en de auto’s waartoe ze zichzelf willens en wetens veroordelen, is uiterst geestig beschreven.

Hun jaarlijkse hoogtepunt lag in de vakantiemaand die ze op Cape Cod doorbrachten (de Engelse titel is daaraan ontleend: That Old Cape Magic). De omstandigheid dat de meeste ontwikkelingen zich daar afspelen, maakt de drukkende aanwezigheid van de beide oudjes bijna ondraaglijk voor de toch al geplaagde Griffin. Zelfs als ook moeder stervende is in het ziekenhuis hoort hij haar vermanende en kwetsende stem nog voortdurend achter zich, en dringt het besef wel heel grimmig tot hem door van wat iedereen in theorie al weet: dat je ouders zich in je voortzetten, for better or for worse, en dat je ze nooit kwijt zult raken.

Russo is hier op zijn best, in de navigerende toon tussen schijnbare wanhoop en milde ironie waarmee hij Griffins besognes beschrijft – er is ook nog sprake van twee huwelijksplechtigheden en, natuurlijk, een nieuwe partner – en het heeft er alle schijn van dat hij zich hier als schrijver meer op zijn gemak voelt dan in het veel ambitieuzere en bredere panorama van zijn vorige boek. Een van beide huwelijken heeft zelfs slapsticktrekken, die de indruk wekken met een verfilming in het achterhoofd te zijn geschreven. En datzelfde geldt, uiteraard bijna, voor Griffins vergeefse poging uiteindelijk de inhoud van die urn aan de golven prijs te geven.

De roman is als een ‘zomerboek’ in de markt gezet, en uiteindelijk is dat niet eens zo’n slechte kwalificatie. Het leest erg plezierig, maar laat toch als indruk achter dat Russo zich er hier en daar wat al te gemakkelijk van af heeft gemaakt. Als aan het einde een partnerkeuze onontkoombaar is en de geroutineerde lezer weet dat het in beide gevallen in de richting van een feelgood ervaring zal uitpakken, lijkt het of de schrijver een muntje heeft opgegooid: de andere optie was net zo geloofwaardig geweest.

Dat kan dodelijk zijn voor een roman, maar Russo is net behendig genoeg om er mee weg te komen. Zijn terrein is, geografisch en demografisch gesproken dat van auteurs als Cheever en Updike die hem voorgingen, maar het ontbreekt Russo aan de venijnige onvoorspelbaarheid van de eerste en, vooral, de stilistische allure van de tweede.

Het lezen van Het inzicht van Griffin heeft iets weg van het kijken naar een vlieger op een strand, (misschien wel op Cape Cod) die opgelaten wordt, een paar indrukwekkende manoeuvres laat zien zolang de eigenaar de touwtjes in handen heeft, en uiteindelijk een landing maakt in het rulle zand. Mooie, onderhoudende momenten voor de toeschouwer – maar de herinnering aan de bamboelatjes en het gescheurde papier dat in het zand achterblijft, zal niet lang beklijven.