Ondernemen

Een goede ondernemer is creatief en heeft durf. Soms doet hij iets dat je raakt als een mooi gedicht of een geslaagde grap.

De vakantieperiode zit er bijna op, we gaan weer naar huis, maar moeten nog een cadeautje meenemen voor de achtergeblevenen, vooral degenen die op ons huis, misschien ook onze hond of kat gepast hebben. Wat zullen we geven? Dat fantasieloze flesje wijn maar weer, of zo’n kitscherig souvenirtje dat de ander dankbaar glimlachend, maar inwendig kreunend, in ontvangst zal nemen?

In een delicatessenzaak in Bergen vond ik het antwoord. In de etalage stond een sierlijk, ijzeren blikje met afbeeldingen van katten bij het opschrift: Thank you for looking after my cat! Het blikje bleek toffees te bevatten, maar als de inhoud alleen uit lucht had bestaan, had ik het ook gekocht. De verpakking is in dit geval belangrijker. Zo’n mooi blikje gooi je niet weg, daar stop je knopen, munten of wat dan ook in, en over vijftig jaar koopt iemand het met grote vertedering op een rommelbeurs.

De Bergense winkelier vertelde me dat deze blikjes „geweldig goed lopen”, en dat er ook uitvoeringen zijn voor mensen die op de hond of het huis gepast hebben.

Iemand die zoiets praktisch bedenkt moet midden in het leven staan. Hij heeft zelf ontmoedigd door al die souvenirwinkels gezworven.

Ik zocht op wie de Thank-you-for-looking-after-blikjes had vervaardigd. Het bleek het Schotse bedrijf Gardiners of Scotland te zijn, gespecialiseerd in snoepgoed. Een echt familiebedrijf, gerund door twee generaties: Tom en Maureen en hun zoon Tom en dochter Hazel. Het bedrijf begon in 1949 met nogawafels en heeft nu een breed assortiment aan zoete spullen die meer calorieën bevatten dan goed voor ons zijn, maar waar we toch niet buiten kunnen.

Tom, Maureen, Tom en Hazel: ze verdienden veel geld, hadden mooie vakanties in het buitenland, maar er knaagde iets als ze op hun terras in de zon zaten. Wat moesten ze nu weer meenemen voor het thuisfront? Zo ontstonden die blikjes.

Dat slim inspelen op sluimerende behoeften van de klant mis ik wel eens bij ondernemers, vooral in de horeca. In Egmond aan Zee ligt bij de boulevard een groot restaurant met terras. Het bezwaar is dat ’s middags vanaf vier uur een deel van het terras genadeloos wordt afgesloten. Wij zaten er argeloos wat te drinken toen een ober kwam vragen: „Bent u van plan vanavond nog wat te eten hier?”

Hij verwachtte om half acht eters en wilde alvast de tafels in dit gedeelte laten dekken. Wij antwoordden dat we niet bleven eten, maar dat we onze drankjes in de resterende tijd - 3,5 uur – beslist achter de knopen zouden krijgen.

Hij knikte, half gerustgesteld, en liet vervolgens op alle lege tafeltjes in onze nabijheid het bordje ‘gereserveerd’ zetten. Nieuwe gasten werden in deze sector voortaan geweigerd en moesten genoegen nemen met een plek in het zonloze, winderige gedeelte van het terras. Zij begrepen daar uiteraard weinig van en wezen op ons: waarom mochten die lui er dan nog wél zitten? Er dreigde een opstand van terrasburgers. Hoe laat werd er dan precies gegeten, vroegen sommigen. De situatie werd onhoudbaar en uiteindelijk konden de tafeltjes een voor een worden heroverd door de bezoekers.

Dit restaurant verdient concurrentie.