Machtige kabelaars

Consumenten gaan de komende jaren vaker internet-, telefoon- en televisiesignalen bij dezelfde aanbieders inkopen in een ‘bundel’. Dat scheelt namelijk. Zij werken nu al met prijsstunts om klanten binnen te halen of te houden. De techniek zit de bedrijven op de hielen. Die telecomsignalen kunnen immers op steeds meer manieren aan huis worden geleverd. Nu kijkt 80 procent van Nederland tv nog gewoontegetrouw via de kabel. Maar tv kijken kan ook via een satellietschotel, glasvezel, een kleine digitale antenne of internet.

Intussen is Nederland nog opgedeeld in gietijzeren kabelkantons waar steeds één commerciële aanbieder het voor het zeggen heeft. En heeft de burger automatisch de indruk dat de plaatselijke Ziggo’s en UPC’s monopolist zijn met dito prijsmacht. De Opta, de onafhankelijke marktautoriteit voor de telecom, is al een paar jaar bezig om deze markt open te breken voor nieuwe technieken en aanbieders. Daarom moest KPN z’n vaste lijnen openstellen voor andere telefoon- en internetaanbieders. En moesten de kabelbedrijven hetzelfde doen met de tv-aansluiting. Zo kon een nieuwkomer als Tele2 al een aantal jaren ook telefonie- en internetdiensten aanbieden. En kondigde het onlangs aan ook tv-signalen te gaan verkopen. De eerste ‘triple player’ zonder klassieke netwerkmacht leek een feit.

Met dit beleid zit Opta op de goede weg. Prijsvorming vindt het meest efficiënt plaats bij eerlijke concurrentie. Er zijn meer aanbieders nodig om in open competitie product/marktcombinaties te verzinnen tegen prijzen waar de burger het voor wil doen.

Jammer genoeg maakte het College van Beroep voor het Bedrijfsleven een voorlopig einde aan deze gewenste liberalisering. Deze hoogste bestuursrechters stellen vast dat de kabelbedrijven elkaar genoeg in evenwicht houden. De burger betaalt ongeacht de regio een vergelijkbare prijs. De (analoge) basispakketten stemmen ook overeen. De overstapdrempels naar andere distributievormen zijn laag: alle kabelbedrijven verliezen immers marktaandeel. Conclusie van het College: de markt functioneert. Televisiedistributie is geen regionale markt, maar een nationale.

Voor een rechterlijk oordeel past uiteraard respect. Maar keken de rechters wel verder dan alleen het tv-signaal? Ook als de kabelbedrijven de tv-consument netjes behandelen, waarvoor hulde, mogen zij die sterke positie dan benutten om voorsprong te nemen met telefonie en internet? Opta wilde juist nieuwe, kleinere aanbieders via het tv-signaal een springplank bieden zodat er meer distributiekanalen ontstaan. Nu bieden alleen de regionale kabelbaronnen ‘alles in één’-pakketten aan. Infrastructuur is macht. De plaats waar de kabel uit de grond komt, bepaalt mede wie een sterke marktpositie krijgt. Dat wringt. Misschien veegt draadloze televisie over een paar jaar de kabelbaronieën alsnog van de kaart. Tot dat moment doet de consument er goed aan ‘alles in één’ maar even uit te stellen. Meer aanbieders is belangrijker dan lage prijzen. Die bovendien nooit blijvend zijn.