Het is een virus dat je vasthoudt

Deze zomer duikt nrc.next in het verenigingsleven.

Vandaag: een bezoek aan de molengekken van de Stichting Molens Zuid-Kennemerland.

Vanavond gaat het er in de Haarlemse verblijfsruimte van de Stichting Molens Zuid-Kennemerland (SMZK) nog gezelliger aan toe dan op andere woensdagavonden: Joyce is jarig. Zodra de ludieke scheepshoorn om acht uur de koffietijd aankondigt, serveert ze haar zelfgebakken notencake met jeugdig enthousiasme. „De cakemix komt uit De Zuidmolen in Groesbeek”, jubelt ze. Twaalf mannen brommen goedkeurend. „Joyce is onze levende molenencyclopedie,” meldt de vicevoorzitter trots. „Nederland telt nog circa 1.200 molens, en je kunt er zeker van zijn dat Joyce bijna overal is wezen kijken.”

Door de week werkt ze als farmaceutisch consulent, maar in het weekend draait het leven van Joyce Beneker (30) om molens. „Zodra ik klaar was met school – ik stond te popelen – werd ik een MIO. Molenaar in opleiding.” Ze is allang MIO-af en mag zichzelf ‘eerste molenaar’ van de Schoterveense Molen noemen. Daar is ze elke zondag te vinden. Zit de gemeente, die de 16e-eeuwse wipmolen bezit, met vragen, dan krijgt Joyce een telefoontje. Het voortbestaan van de molen hangt af van deze jonge vrouw (en de techneuten om haar heen). Zij pleegt klein onderhoud aan de molen, zij laat de wieken minstens eens per maand draaien, zij stelt de molen open voor publiek.

En dan is ze ook nog eens tweede molenaar van de Eenhoorn, waar ze elke zaterdag bijspringt.

Hm.

Al haar vrienden: molenaars.

D’r zusje: getrouwd met een molenaar.

Ik begin het benauwd te krijgen in deze werkplaats. Molenmaquettes all over. Een kast vol molenboeken. Een kindertekening van een molen: BINNEN-KRUIER, SORRIE, TE KORTE WIEKEN. En ik? Zit ik niet veel te gefascineerd in m’n notitieblok te schrijven? Ik moet hier weg! Anders ga ik nog, net als Joyce toen ze vijftien was, ansichtkaarten verzamelen. Met wieken erop, welteverstaan. En dan beland ik, net als Joyce, in ‘een achtkantige bovenkruier’, en voor ik het weet sta ik daar, net-als-Joyce, elke zaterdag met een verfkwast in mijn handen. En als mensen me raar aankijken, dan kijk ik raar terug. Vragen ze me vervolgens „hoezo molenaar?” dan haal ik m’n schouders op en zeg ik: „Gewoon.”

Gewoon, molenaar.

Echt, het zou goed zijn voor mij en voor Nederland. Inburgeraar, word molenaar! Zonder vrijwilligers is het snel gedaan met al die molens. Eén voor één zouden ze wegkwijnen, verpieteren, afsterven. (Molens hebben een ziel. Dat is me niet met woorden verteld, maar het is een feit.)

Het verloederingsproces was al ingezet toen de SMZK in 1984 werd opgericht. De Eenhoorn, tegenwoordig de trots van de stichting, kon niet eens het dunste plankje in tweeën zagen. Dat lag niet alleen aan de boktorren en de houtwormen die het skelet van deze houtzaagmolen (bouwjaar ‘1776 of eerder’) kapot knaagden: de molen was in de verste verte niet meer ‘zaagvaardig’.

Arme molen. Ooit stond-ie voor innovatie, voor evolutie. In de zeventiende eeuw waren molens de fabrieken van nu. Alleen al in en om Haarlem stonden er door de jaren heen zo’n 140 molens; de Gouden Eeuw heeft de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden deels aan die molens te danken.

De Eenhoorn moest en zou dus zagen! De nieuwbakken stichting sloot een contract met de Gemeente Haarlem, die voor bouwmateriaal en subsidie zou zorgen. De molenvrienden schonken op hun beurt hun tijd aan die molen, die mooie molen (‘daar woont het meisje waar ik zoveel van hou’).

Vier jaar schonken ze, om precies te zijn.

Vier jaar voor een molen die zagen zou.

Toen de leden van de stichting de lakmoesproef hadden doorstaan, mochten ze door. Een tweede molen. Een derde. Toen de molens op waren, begonnen ze weer van voren af aan. En zo gaat het nog steeds. Een doorlopende voorstelling, zo noemen ze het zelf. Ze: 12 molenaars (of MIO’s), plus 23 paar handige handen. Samen vormen ze een hartstochtelijke stichting die elk jaar opnieuw circa 6.000 manuren in de molens steekt, goed voor twee (delen van) molenprojecten.

Veel tijd om koffie te drinken is er dus niet. Het is inmiddels 20.15 uur, en met veel kabaal gaan ze de trap af, naar de werkplaats waar het geurt naar het grenenhout dat straks als bloedtransfusie moet dienen voor De Hommel, een van de zeven molens die onder SMZK-beheer vallen. Het zagen, schuren en hameren vangt aan, en dat zal nog tot 22.15 uur zo doorgaan. Elke woensdagavond. Sowieso.

De man naast me – al 20 jaar molenaar, klompen aan de voeten – waagt zich aan een uitleg. „Het is onze verantwoordelijkheid zorg te dragen voor deze historische werktuigen”, zegt Harry van Hoorn (42) ernstig. „Het zijn bijna allemaal rijksmonumenten; hun voortbestaan hangt grotendeels af van subsidies. Hoe meer mensen we geïnteresseerd krijgen, des te meer subsidie we ontvangen om hen draaiende te houden. Die interesse proberen we op te wekken door de molens zo vaak mogelijk voor publiek open te stellen.”

Het publiek moet dus eigenlijk ook in aanraking komen met het virus. Kijk dan, papa. Kijk, hoe machtig mooi. Het verbaast me niets dat Harry’s dochtertje van zes maanden al een houten molentje cadeau heeft gekregen. Rianne: besmet door direct contact.

Dat van het virus heb ik niet eens zelf bedacht. Frits van der Heijden (73), ex-molenaar van De Eenhoorn en grote kracht achter de SMZK, begint er zelf over. Hij is de eregast vanavond. Vaak is hij er niet: hij woont sinds een jaar of vijf op La Palma. „Als je met molens begint, krijg je een virus dat je niet meer kwijtraakt.” Want wat doet deze man als hij weer even in Nederland is? Hij gaat langs bij de SMZK. Koffie drinken op woensdagavond. Handen uit de mouwen. „Ik kom binnen, en ik ben thuis.” Hij was 25 jaar brandweerman. „Maar denk je dat ik dáár langs ga? Absoluut niet. Dat interesseert me allemaal niet meer. Molens wel. Molens zitten in mijn systeem.”

De techniek, hè. Ze zeggen het allemaal. De techniek is toch zo ontzettend mooi. Frits Breen (79) krijgt er vochtige ogen van. „Wat zo’n molen allemaal kán! Je denkt misschien dat alles daarbinnen hartstikke zwaar en lomp is, maar eigenlijk zit het ontzettend ingenieus en delicaat in elkaar. De hele mechaniek van de molen vind je terug in de automotor van nu! Als je die hele molenwereld doorgrondt, dan... Ach, het is onvoorstelbaar. Zolang ik gezond ben, blijf ik hiermee bezig.” Diagnose: molengek. Kans op genezing: nihil.