Een Sherlock Holmes om serieus te nemen

Dat je met Sherlock Holmes kan sollen, dat was duidelijk sinds de rare actieversie die Guy Ritchie er dit jaar voor de bioscoop van maakte. Maar je kunt de man met het geruite flaphoedje ook nog steeds serieus nemen. Dat gebeurde nu Sherlock is teruggekeerd met het gezicht van de Britse acteur Benedict Cumberbatch. Waar de serie over gaat, ik weet het wel maar het doet er in eerste instantie niet eens toe. Het is het gezicht van Cumberbatch met die combinatie van superioriteit en nerdness, onzekerheid en kracht die drie afleveringen van anderhalf uur lang deze zomer heeft gered. Een prachtig gelaat om voortdurend naar te kijken, zeker in combinatie met de slungelige motoriek van Cumberbatch in de rest van zijn lange lichaam. Na een tijdje wist ik aan wie hij me deed denken: voormalig staatsecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg.

Er was maar één gezicht op televisie dat deze zomer even veel vermaak bood als dat van Sherlock: Lara. Wat Halina Reijn in In Therapie te zeggen heeft en wat haar problemen zijn – het vervaagt bij dat hoofd waarin geen rustige lijn te vinden is. Als bij een Picasso ontstaan in haar gelaat steeds weer nieuwe hoeken en schaduwen. Televisie als superieure portretkunst.

Als dramaserie heeft In Therapie veel minder te bieden. Pratende hoofden, zonder veel actie en verrassing is toch te weinig voor een televisieserie. Veronica had met Flash Forward een serie vol actie en verrassing. Complotten op wereldschaal rond het gegeven dat iedereen tijdens een collectieve flauwte een blik kon werpen op zijn toekomst. Ondanks de wat tobberige acteur Joseph Fiennes als hoofdpersoon groeide de serie elke donderdagavond in kracht. Nu maar hopen dat na 23 afleveringen straks voldoende raadsel over is voor een tweede seizoen.

Vorige week maakte de BBC bekend dat er nieuwe afleveringen van Sherlock komen. Wanneer en hoeveel is nog niet bekend. Wel blijft de lengte van anderhalf uur per deel hetzelfde, want de makers vinden dat zoveel tijd nodig is om het verhaal iets bijzonders te geven. De belangrijkste van die makers is Steven Moffat, die dit jaar het Britse fenomeen Dr. Who overnam en het hoge niveau waarop dat sf-feuilleton zich de laatste jaren beweegt wist te handhaven. Hij bewijst met Sherlock dat zijn succes geen toeval was.

Moffat heeft Sherlock niet als historisch drama gefilmd maar de detective naar onze tijd gehaald. Holmes werkt nu als consultant voor Scotland Yard, maar dat is maar een excuus om obsessief met misdaad en raadsels bezig te zijn.

Hoewel het verhaal van Sherlock wat te weinig verraste, was de manier waarop hij de zaken oploste des te intrigerender. Ook zijn partner Watson werd gespeeld door een acteur wiens gezicht niet snel verveeld. Martin Freeman (bekend van The Office met Ricky Gervais) schitterde als Dokter Watson. Dat hij van Watson – die als legerarts geestelijk en lichamelijk beschadigd uit de Afghaanse oorlog terugkeerde – een wat rare Sancho Panza maakte, was misschien niet nodig, maar het hielp wel om het enge genie van Sherlock nog beter te laten stralen.