De Valeriushuisjes

Tot 1977 heeft aan de rand van het Museumplein bij het Concertgebouw een abstracte sculptuur gestaan, De Verschijning, van Pearl Perlmuter (1915-2008). Een geheimzinnig, min of meer gevleugeld wezen dat ik vaak met instemming heb bekeken. Opeens was het weg. Het was in de tijd dat er meer beelden spoorloos verdwenen, onder andere van het Leidseplein en uit het Wertheimplantsoen. Een collega en ik zijn toen van plan geweest, een kaart van Nederland van de verdwenen standbeelden te maken. Het spijt me, ik weet niet meer of het er toen van gekomen is. Staat het beeld van Maigret nog in Delfzijl, vraag ik me opeens af. Binnenkort ga ik het eens controleren.

Vorige week was ik voor het eerst sinds jaren weer eens op het Emmaplein. En daar ontdekte ik contouren die me welkom waren. Van De Verschijning. Niet verloren gegaan, maar min of meer in het geheim verplaatst. Het staat daar in een grasveldje, onbeschadigd in zijn geheimzinnige glorie. Wat een opluchting! Doordrenkt van een stille tevredenheid, dat heb je dan, liep ik verder, richting De Lairessestraat. Steek je de Valeriusstraat over, dan kom je aan een eigenaardig bouwwerkje, half ondergronds. Het is één geheel, maar het bestaat uit twee afzonderlijke delen, beide beschermd door dik hekwerk, met ingangen die op slot zijn. Trappen leiden naar dichtgemetselde deuren en daar beneden is de vloer bedekt met plassen vuil water. Achter de hekken op de grijze muur staat op de ene kant Vrouwen en op de andere Mannen. De lijnen van deze bunkerachtige constructie zijn die van de Amsterdamse School.

Het is een openbaar toilet, gebouwd in 1922 naar een ontwerp van Jan de Meyer (1878-1950). Tot ongeveer 1970 heeft het, beheerd door een toiletjuffrouw, in zijn oorspronkelijke functie dienst gedaan. Intussen hadden de junks zich geëmancipeerd, de homo’s begonnen uit de kast te komen en vonden hun eigen plaatsen van samenkomst. De laatste toiletjuffrouw hield het voor gezien en het half onderaardse monumentje werd gesloten, en na verloop van tijd bij gebrek aan een nieuwe bestemming ‘volgestort’, d.w.z. met zand gevuld of misschien met cement. De argeloze voorbijganger die het nu ziet, denkt misschien even: hé, wat is dat, en vervolgt zijn weg.

Door de onstuitbare vooruitgang zijn de openbare urinoirs, de metalen krullen, de pisbakken, al tientallen jaren in de verdrukking. En dit hoewel het faciliteiten zijn die als geen andere in een publieke behoefte voorzien. In de geschiedenis van de krul weerspiegelt zich een deel van de Nederlandse zedengeschiedenis. De oude metalen grijsgroene krul was er om de mannen hun plasje te laten doen. Vrouwen hadden daar geen behoefte aan, en de krul werd niet misbruikt. Toen werden de zeden losser, de krul ging dienen om er dingen in te doen die niet door de officiële beugel konden, en het enige wat er volgens de overheid opzat was: afbreken.

Er zijn er nog een paar blijven staan, meer voor het mooi dan als openbare voorziening. Maar intussen groeide het evenementenwezen. Regelmatig komen tienduizenden, of meer, bij elkaar om te juichen of te bewonderen. Uit het evenement is het plaskruis geboren. En wat gebeurt er nu met die prachtige Valeriushuisjes. Een ondernemende mevrouw, Sasja Tulp, wil er een minigalerie voor portretten van maken. Wat een uitstekend idee!